Log in en ga door naar je resultaten.
Nog geen account? Vul een test in en maak er gratis een aan
De meter toont je totaalscore voor uitstelgedrag op een schaal van 0 tot 100, verdeeld in vier zones van minimaal tot sterk.
Uitstellen heeft niet één oorzaak. Zo sterk komt elk van de drie bronnen bij jou naar voren, van de meest uitgesproken tot de zwakste.
De score beschrijft hoe sterk de trigger in je gedrag doorwerkt, niet je wilskracht en niet je kunnen. De vergelijking is indicatief.
Hoe uitgesproken je profiel is Eén bron gaat bij jou met duidelijke voorsprong voorop, dus je hebt een heldere trigger - en dat is goed nieuws. Uitstellen wordt bij jou niet elke keer anders aangezet, dus het loont om op één plek aan te pakken. De tips hieronder mikken daar rechtstreeks op.
19voorsprong 1e bron 33spreiding tussen de bronnenJe hebt een plan, meestal ook zin - en toch valt de dag in stukken uiteen, omdat er altijd iets interessanters in de buurt is. Eén bericht of één nieuw idee en je bent ergens anders; teruggaan naar het onafgemaakte werk kost dan meer energie dan het werk zelf. Wat jou het meest helpt is je omgeving veranderen, niet jezelf - wat niet binnen handbereik ligt, haalt je ook niet uit je werk.
Uitstellen is bij jou geen uitzondering maar een gewoonte waar je vooraf al rekening mee houdt - en wat je meestal redt, is de deadline. Het werk komt er, alleen ten koste van zenuwen en van de tijd die opgaat aan denken over wat je nog niet gedaan hebt. Het goede nieuws is dat je scores vrij precies laten zien waar het vandaan komt, dus je weet waarop je moet mikken.
De bron met de hoogste score. Hoe hij vanbinnen werkt, hoe je hem op een gewone dag herkent en wat een naderende deadline ermee doet.
Beginnen is voor jou het probleem niet - erbij blijven wel, zodra er iets interessanters langskomt.
Het is niet dat je niet wilt - het voornemen is er, alleen wordt het steevast overstemd door wat op dat moment binnen handbereik ligt. Een telefoon, een melding of een nieuw idee levert nu meteen een beloning op, terwijl een afgeronde taak zich pas over een paar uur uitbetaalt. Tussen “straks” en “nu meteen” wint “nu meteen”, en 's avonds vind je het plan onaangeroerd terug.
Op je werk heb je vijf dingen tegelijk lopen en kom je bij de belangrijkste terug met het gevoel dat je weer van voren af aan begint. Bij het studeren houd je het bij een tekst vol tot de eerste melding, dan komt er een “ik kijk even” en daarmee een kwartier ergens anders. Je ziet het ook aan de balans van de avond - de dag zat vol beweging, maar wat er echt toe deed is eruit gevallen.
Naarmate de deadline dichterbij komt, versplintert je aandacht nog verder, want de taak is groot en je hoofd loopt weg naar alles wat kleiner is. Pas in de laatste uren lukt het je om je vast te bijten, wanneer de wereld om je heen eindelijk ophoudt interessant te zijn.
Vijf technieken die rechtstreeks bij je hoofdbron zijn gekozen. Probeer ze niet allemaal tegelijk - kies er één uit en geef die twee weken.
Je telefoon in een andere kamerDe effectiefste stap is niet meer wilskracht maar meer afstand - je telefoon in een andere kamer, meldingen uit, storende sites dicht nog voordat het werk begint. Een afleiding waarvoor je fysiek moet opstaan, wint hooguit af en toe. Eén ingeschakeld apparaat binnen handbereik kan zelfs een goed begonnen uur om zeep helpen.
Korte blokken van geconcentreerd werkWerk in stukken van ongeveer 25 minuten met daartussen een korte pauze, en neem na drie of vier stukken een langere. Een korter stuk houd je ook vol op een moment dat je er geen zin in hebt, omdat het einde in zicht is. Binnen een blok doe je niets anders - wat er in je opkomt zet je op papier en daar kom je in de pauze op terug.
Eén ding tegelijkLaat alleen open waar je op dat moment aan werkt: één document, één tabblad, één taak. Springen tussen dingen lijkt op productiviteit, maar elke terugkeer kost een paar minuten voordat je de draad weer oppakt. Komt er onderweg iets in je op, dan hoort dat op een lijst, niet in het werk.
Een als-dan-planBepaal vooraf een concrete aanleiding en reactie: “als mijn koffie op is, open ik het document”, “als ik terug ben van de lunch, schrijf ik tien minuten en verder niets”. De beslissing valt van tevoren, dus op het moment dat je er geen zin in hebt, valt er niets meer af te wegen. Hoe concreter de tijd en de plek, hoe groter de kans dat het echt gebeurt.
Eén volgende stapHoud één volgende stap voor je opgeschreven, niet de hele lijst - een lange opsomming verleidt je om er het makkelijkste punt uit te kiezen. Kom je terug van een afleiding, dan hoef je niet te zoeken waar je gebleven was, en die terugkeer duurt seconden in plaats van minuten. Streep de afgeronde stap door en schrijf de volgende op - meer dan dat heb je niet voor je liggen.
Verveling brengt je niet van je stuk - ook een saaie klus krijg je weg zonder er lang omheen te draaien, en die vaardigheid zet je het best meteen 's ochtends in als aanloop naar de dag.
De uitstelgedragtest is een hulpmiddel voor zelfkennis, geen diagnostiek. Hij komt voort uit onderzoek naar uitstelgedrag, beschrijft neigingen in gedrag en meet geen vaardigheden en geen karakter; de vergelijking is indicatief. Grijpt uitstellen langdurig in je werk, je studie of je relaties in, bespreek dat dan liever met een professional dan met het resultaat van een online test.
Uitstelgedrag staat in het onderzoek niet op zichzelf. Het hangt het nauwst samen met zorgvuldigheid, dus met hoeveel orde je aanhoudt en of je dingen tot het einde afrondt, en met doorzettingsvermogen bij doelen op de lange termijn. Wie dieper wil gaan, kan beide apart meten en zo een completer beeld samenstellen dan één test kan geven.
Zie de verbanden tussen tests als indicatief - het gaat om statistische samenhangen over veel mensen heen, niet om een regel die bij jou moet kloppen.
Deze test is bedoeld voor indicatieve zelfkennis en vervangt geen professionele psychologische diagnose.
Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid