Thomas werkte tien jaar als financieel analist. Zijn salaris lag boven het gemiddelde, het bedrijf was stabiel en zijn collega's waren prima. Toch kwam hij elke avond thuis met het gevoel dat hij de hele dag had verspild. “Ik doe de dingen goed”, zei hij op een avond tegen zijn vrouw. “Maar doe ik de goede dingen?” Die vraag knaagde maandenlang aan hem voordat hij doorhad waar het echt om ging. Hij zocht geen hoger salaris en geen hogere functie. Hij zocht zin.
Waarom zin in je werk geen luxe is
Amy Wrzesniewski, hoogleraar aan de Wharton School, onderzocht in 1997 schoonmakers in ziekenhuizen. Ze hadden allemaal hetzelfde werk, hetzelfde loon en dezelfde arbeidsomstandigheden. Toch verschilde hun beleving enorm. Een eerste groep zag het werk als een noodzakelijk kwaad, puur een manier om geld te verdienen. Een tweede groep zag het als een loopbaan met kans op doorgroei. En een derde groep? Die zag schoonmaken als een roeping. Ze zorgden dat patiënten zich prettiger voelden, hingen schilderijen anders op, maakten een praatje met bezoekers. Ze deden precies hetzelfde als de eerste groep, maar beleefden het totaal anders.
Wrzesniewski noemde die drie houdingen werkoriëntatie: werk als baan, als loopbaan of als roeping. En dan komt het verrassende: tot welke groep je hoort, wordt niet in de eerste plaats bepaald door het soort werk dat je doet, maar door hoe je het beleeft. Een chirurg kan het werk puur als baan zien. Een schoonmaker kan het als roeping zien.
Volgens een meta-analyse van Allan e.a. (2019) in het Journal of Vocational Behavior zijn mensen die hun werk als zinvol ervaren meer betrokken, hebben ze minder last van burn-outklachten en zijn ze tevredener met hun leven. Die effecten waren sterker dan het effect van salaris.
Viktor Frankl en de wil tot zin
Toen de Weense psychiater Viktor Frankl drie jaar in concentratiekampen overleefde, bracht hij een inzicht mee dat de moderne psychologie veranderde. Hij schreef het op in De zin van het bestaan (1946), een boek dat hij in negen dagen dicteerde en waarvan sindsdien meer dan 16 miljoen exemplaren zijn verkocht.
Frankls kerngedachte: de diepste menselijke drijfveer is niet het streven naar genot (Freud) en ook niet het streven naar macht (Adler), maar de wil tot zin. Een mens kan bijna elk lijden verdragen zolang hij er zin in ziet. En omgekeerd: iemand kan alles hebben wat hij ooit wilde en zich toch leeg voelen als die zin ontbreekt.
Frankl noemde die toestand het existentiële vacuüm. Hij beschreef het als een gevoel van innerlijke leegte en verveling, gemaskeerd door de jacht op geld, promoties of vermaak. Klinkt dat bekend? Volgens Frankls logotherapie kun je zin niet fabriceren of afdwingen. Je kunt hem wel vinden, en wel op drie terreinen:
- Scheppende waarden: wat je de wereld in brengt (werk, projecten, maken)
- Belevingswaarden: wat je van de wereld ontvangt (relaties, schoonheid, natuur)
- Houdingswaarden: hoe je omgaat met leed dat je niet kunt veranderen
Voor werk zijn de scheppende waarden het meest relevant. Frankl stelde dat werk zinvol wordt zodra je er iets mee bereikt dat verder reikt dan jezelf. Niet per se levens redden of vechten voor wereldvrede. Het is genoeg dat je werk een concreet iemand helpt, iets tastbaars verbetert of iets maakt dat zonder jou niet zou bestaan.
Ikigai: vier cirkels en één doorsnede
Waar Frankl de zin benaderde vanuit lijden en existentiële crisis, biedt de Japanse traditie een lichtere ingang. Het begrip ikigai (生き甲斐) betekent letterlijk “je reden om 's ochtends je bed uit te komen”. In Japan gebruiken mensen het ook voor kleine dingen. Je ikigai kan een ochtendwandeling zijn, je favoriete thee of een gesprek met je kleinkind.
In het Westen werd ikigai vooral bekend door een schema van vier overlappende cirkels, in 2014 samengesteld door Marc Winn op basis van een model van Andres Zuzunaga. De vier cirkels staan voor:
- Wat je graag doet: bezigheden waarbij je de tijd vergeet
- Waar je goed in bent: je vaardigheden en talenten
- Wat de wereld nodig heeft: problemen die je kunt oplossen
- Waarvoor je betaald kunt worden: de marktwaarde van wat je biedt
De doorsnede van alle vier is je ikigai. Ontbreekt er één cirkel, dan is het resultaat onvolledig. Doe je iets wat je leuk vindt en waar je goed in bent, maar wil niemand ervoor betalen? Dan is het passie zonder inkomen. Verdien je goed aan iets wat de wereld nodig heeft, maar geeft het je geen plezier? Dan is dat de leegte waar Frankl over schreef.
Onderzoeker Hasegawa van de Toyo Eiwa-universiteit vond in 2001 dat Japanse volwassenen boven de 65 met een sterk gevoel van ikigai minder vaak depressief waren en hun gezondheid beter beoordeelden. Dat sluit aan bij Frankls stelling dat zin beschermt tegen psychische klachten.
Pas wel op met één ding. Het ikigai-schema is een nuttig hulpmiddel om over jezelf na te denken, geen recept voor geluk. De Japanse psychiater Mieko Kamiya, die ikigai in de jaren zestig systematisch onderzocht, benadrukte dat ikigai geen grootse roeping hoeft te zijn. Bij de meeste mensen is het een mozaïek van meerdere bezigheden, relaties en waarden die samen het gevoel geven dat hun leven de moeite waard is.
Job crafting: als je het werk niet kunt veranderen, verander dan je aanpak
Dat brengt ons terug bij Amy Wrzesniewski. In 2001 introduceerde ze samen met Jane Dutton het begrip job crafting: je eigen werk actief herzien zodat het beter bij je waarden en sterke punten past. Je hoeft niet op te zeggen. Je hoeft niet te wachten op een nieuwe baas of op een andere bedrijfscultuur. Je kunt er zelf mee beginnen, nu meteen, op drie manieren.
Je taken herzien
Je verandert wat je doet. Je voegt taken toe die je voldoening geven of geeft bestaande taken een andere vorm. Een accountant die graag lesgeeft, neemt een nieuwe collega onder haar hoede en wordt mentor. Een ontwikkelaar die genoeg heeft van documentatie schrijven, bouwt een systeem dat die documentatie automatisch genereert. Voor dit soort veranderingen heb je geen toestemming nodig. Meestal is initiatief genoeg.
Je relaties herzien
Je verandert met wie je omgaat en hoe. Je zoekt bewust mensen op andere afdelingen op. Je begint collega's te vragen naar hun werk. Je biedt hulp aan waar het je echt interesseert. Een studie uit 2010 liet zien dat medewerkers die actief relaties buiten hun eigen team opbouwden hun werk als zinvoller beoordeelden, ook als hun takenpakket precies hetzelfde bleef.
Je blik herzien
Je verandert hoe je over je werk denkt. Dat klinkt misschien simplistisch, maar het is precies wat die schoonmakers in het ziekenhuis deden. Ze praatten zichzelf niet aan dat schoonmaken geweldig is. Ze veranderden het kader. In plaats van “ik dweil vloeren” zeiden ze tegen zichzelf: “ik help patiënten herstellen in een schone omgeving”. De inhoud van het werk bleef gelijk. De beleving veranderde ingrijpend.
Job crafting is geen zelfmanipulatie. Het is een bewuste keuze om je te richten op de kanten van je werk die waarde hebben, en die kanten actief te versterken. Een meta-analyse van Rudolph e.a. (2017) over ruim 120 studies bevestigde dat job crafting positief samenhangt met werktevredenheid, betrokkenheid en prestaties. Het werkt in alle branches en op alle niveaus.
Waarden als kompas voor zingeving
De psycholoog Shalom Schwartz ontwikkelde in de jaren negentig een model van tien universele menselijke waarden, getoetst in 82 landen. Zijn onderzoek liet zien dat mensen fundamenteel verschillen in welke waarden ze voorrang geven. En de mate waarin je persoonlijke waarden en je werkomgeving op elkaar aansluiten, voorspelt je werktevredenheid sterk.
Een studie van Sagiv en Schwartz (2000) vond dat die aansluiting zwaarder weegt dan absoluut inkomen of aanzien. Met andere woorden: iemand die anderen graag helpt en voor een gemiddeld salaris bij een goededoelenorganisatie werkt, is waarschijnlijk tevredener dan diezelfde persoon in de financiële sector met een driemaal zo hoog salaris.
Daarom helpt het om te weten welke waarden er voor jou echt toe doen. Niet de waarden waarvan je vindt dat ze belangrijk zouden moeten zijn, maar die je daadwerkelijk gebruikt als je beslist. De werkwaardentest laat zien of het in je werk vooral om zekerheid, autonomie, relaties, invloed of succes draait, en hoe goed je huidige baan daarbij past.
Persoonlijkheid en de zoektocht naar zin
Niet iedereen zoekt zin op dezelfde manier of even intens. Onderzoek op basis van het Big Five-model laat zien dat openheid voor ervaringen het sterkst samenhangt met de neiging om diepere betekenis te zoeken in werk en leven. Mensen met een hoge openheid zijn nieuwsgieriger, meer op reflectie gericht en stellen zichzelf vaker existentiële vragen als “waarom doe ik dit eigenlijk?”
Dat betekent niet dat mensen met een lage openheid geen behoefte aan zin hebben. Die hebben ze net zo goed. Ze zoeken hem alleen ergens anders. Wie hoog scoort op zorgvuldigheid vindt zin in werk dat tot in de puntjes klopt. Een extravert persoon vindt hem in het helpen van concrete mensen. Wie hoog scoort op vriendelijkheid, vindt hem in de zorg voor anderen.
Hetzelfde geldt voor de RIASEC-types: het sociale type (S) vindt zin in helpen, het artistieke type (A) in maken, het onderzoekende type (I) in de wereld begrijpen. Geen enkel type is “zinvoller” dan een ander. Het verschil zit in waar je zin zoekt, niet in of je hem hebt.
Ook het verband tussen neuroticisme en zingeving is de moeite waard. Mensen die hoger scoren op neuroticisme kennen vaker existentiële twijfel: “doet wat ik doe er eigenlijk toe?” Maar juist die gevoeligheid kan hen naar een diepere zoektocht en een eerlijker antwoord drijven. Frankls patiënten die de zwaarste crises hadden doorgemaakt, vonden vaak de helderste antwoorden.
Vier oefeningen die werken
Theorie is mooi, maar wat doe je ermee? Hier zijn vier praktische technieken uit onderzoek die je vandaag nog kunt proberen.
1. Waarden sorteren
Schrijf op losse briefjes tien dingen die er voor jou op het werk toe doen. Bijvoorbeeld: salaris, vrijheid, creativiteit, erkenning, anderen helpen, nieuwe dingen leren, stabiliteit, contact met collega's, kunnen reizen, werk-privébalans. Zet ze daarna op volgorde. Streep steeds het minst belangrijke weg. De laatste drie die overblijven zijn je kernwaarden. Past je huidige baan daarbij?
2. De grafredeoefening
Dit klinkt luguber, maar het werkt. Stephen Covey maakte de oefening bekend in De zeven eigenschappen van effectief leiderschap (1989). Stel je je eigen uitvaart voor. Wat zou je willen dat een collega over je zegt? Niet “werkte altijd over” of “kwam nooit te laat”. Eerder iets als “maakte altijd tijd voor jonge collega's” of “haar ideeën veranderden hoe het bedrijf over klanten denkt”. Deze oefening laat zien wat je echt belangrijk vindt, niet wat je denkt belangrijk te moeten vinden.
3. De ideale dag
Beschrijf je ideale werkdag van 's ochtends tot 's avonds. Geen fantasie over een ligstoel op het strand, maar een realistische dag waarop je werkt en je goed voelt. Waar ben je? Met wie? Wat doe je het eerste uur? Waarmee vult je middag zich? Hoe voel je je op de terugweg? Details doen ertoe. Als je die ideale dag naast een gewone dag legt, zie je een gat. In dat gat zit de aanwijzing wat er moet veranderen.
4. De vraag van Frankl
Frankl stelde zijn patiënten één simpele vraag: “Wat verwacht het leven van jou?” Niet wat jij van het leven verwacht, maar wat het leven van jou verwacht. Een omkering van perspectief. Probeer die vraag eens te beantwoorden voor je werk. Welke bijdrage verwachten je klanten, je collega's of je opdrachtgevers van je? Soms ontdek je dat je echte bijdrage ergens heel anders ligt dan waar je hem zocht.
Als werk gewoon geen zin heeft
Nu het belangrijke deel dat de meeste artikelen over zingeving weglaten. Niet elke baan hoeft je roeping te zijn. Niet iedereen hoeft van maandagen te houden. En wie vooral voor het salaris naar het werk gaat, doet niets verkeerds.
Filosoof Andrew Chamberlain onderscheidt twee benaderingen: de instrumentele (werk is een middel voor andere doelen) en de niet-instrumentele (werk is een doel op zich). Allebei zijn ze legitiem. Een postbezorger die werkt om zijn gezin te onderhouden en 's middags een jeugdelftal traint, heeft zijn zin gevonden. Alleen niet in het werk zelf, maar in wat het werk mogelijk maakt.
Problemen ontstaan in twee gevallen. Ten eerste: je wilt zin vinden in je werk, maar het lukt niet. Ten tweede: je houdt jezelf voor dat zin je niets kan schelen, terwijl je 's ochtends opziet tegen het opstaan. De eerste situatie vraagt om actie: job crafting, je waarden opnieuw bekijken of van baan wisselen. De tweede vraagt om eerlijkheid tegenover jezelf.
David Graeber, antropoloog aan de London School of Economics, publiceerde in 2018 Bullshit Jobs, over het verschijnsel van zinloze banen: functies waarvan de mensen die ze bekleden zelf zeggen dat ze niets zinvols bijdragen. Volgens zijn schatting valt 20 tot 30 procent van de banen in ontwikkelde economieën in die categorie. Graeber betoogde dat mensen in zulke functies niet alleen last hebben van verveling, maar ook van de psychische schade van zich nutteloos voelen.
Herken je dat, dan is er niets mis met jou. En de oplossing hoeft niet zo drastisch te zijn als ze lijkt. Soms is het genoeg om zin buiten je werk te vinden en te accepteren dat de baan een middel is. Soms is het genoeg om via job crafting een paar kanten van je huidige functie anders in te richten. En soms is het echt tijd om verder te gaan.
Wat je hiervan meeneemt
Frankl, ikigai en Wrzesniewski zeggen in de kern hetzelfde, alleen in andere woorden en vanaf andere continenten. Zin is niet iets wat je hebt of niet hebt. Het is iets wat je actief opbouwt: door hoe je je werk benadert, welke waarden je erin meeneemt en hoe je je eigen bijdrage ziet.
Jouw zin ligt misschien in een andere baan. Hij kan ook in je huidige baan liggen, alleen nog uit het zicht. En hij kan volledig buiten je werk liggen, en ook dat is prima. Het enige wat echt niet loont, is doen alsof zin er niet toe doet. Dat doet hij wel. En Thomas uit het begin van dit artikel? Na een jaar nadenken stapte hij van de financiële afdeling over naar interne opleidingen. Nu leert hij nieuwe medewerkers omgaan met cijfers. Hij werkt nog steeds met getallen, maar nu ziet hij wie er iets aan heeft.

Česky
Slovensky
English
Polski
Deutsch
Español
Magyar
Italiano
Português
Nederlands