Als een bedrijf de tussenwanden sloopt en de mensen naar een open kantoor verhuist, gaan ze minder met elkaar praten. Bernstein en Turban (2018) maten het persoonlijke contact tussen collega's voor en na de verhuizing en vonden een daling van ongeveer zeventig procent; het verkeer via mail en chat nam juist toe. De open ruimte verhoogde de samenwerking niet, ze verplaatste die alleen naar het scherm.
Voor de directie is dat een interessant getal. Voor iemand die in zo'n ruimte probeert zich te concentreren, is het de beschrijving van elke maandag. Hetzelfde kantoor is voor twee mensen een andere werkplek, en een van de redenen heet temperament.
Wat er op het werk van een temperament te zien is
De vier typen beschreef Hippocrates en Galenus gaf ze hun namen, maar in de moderne psychologie haalde Hans Eysenck ze pas terug, in de jaren vijftig en zestig. Hij zette ze op twee assen: extraversie tegenover introversie en emotionele stabiliteit tegenover labiliteit. Het sanguinische type komt daaruit als stabiele extravert, het cholerische als labiele extravert, het flegmatische als stabiele introvert en het melancholische als labiele introvert. Een uitgebreidere geschiedenis vind je in het overzicht van de vier temperamenten.
Uit die twee assen volgen de meeste verschillen die je op het werk dagelijks om je heen ziet. Hoe snel iemand aan een taak begint, hoeveel drukte hij om zich heen verdraagt en of druk hem aanjaagt of afremt.
Wat er niet uit volgt, is prestatie. Temperament zegt niets over wie zijn werk beter kan, hoe slim iemand is of op wie te rekenen valt. Het zegt alleen hoeveel energie een bepaalde manier van werken je kost. En omdat energie op het werk een schaarse grondstof is, is dat niet weinig.
Praktisch worden de verschillen zichtbaar in drie terugkerende situaties. De eerste is een naderende deadline, want de een komt daardoor op gang en de ander loopt erop vast. De tweede is een vergadering, waar je merkt wie hardop denkt en wie eerst stilte nodig heeft. De derde is de ruimte rond je bureau, dus of drukte je oplaadt of in de loop van de ochtend je concentratie wegzuigt.
Vier temperamenten tussen negen en vijf
Sanguinisch: start snel, maakt lastiger af
Iets nieuws aftrappen is jouw domein. Het idee voor een project heb je tijdens de vergadering, voor de lunch heb je er twee mensen bij en 's middags bel je alweer iemand. Een deadline over drie weken laat je koud; die van morgen zet je in beweging.
In een overleg leef je op en je praat graag, alleen ligt een zijsprong naar een anekdote je beter dan een verslag met actiepunten. In een open kantoor voel je je prima, zolang je bij mensen zit met wie het klikt. Het slechtst verdraag je stilte, spreadsheets en werk waarbij drie dagen lang niemand zegt of het de goede kant op gaat.
Cholerisch: kan niet tegen wachten
Je beslist voordat de anderen de opdracht hebben uitgesproken, en verantwoordelijkheid neem je graag, want daar komt vrijheid bij. Je zet je deadline naar voren zodat je daarna rust hebt. Sleept een goedkeuringsronde zich voort, dan werkt het tempo van je omgeving je meer op de zenuwen dan het werk zelf.
Een vergadering zonder conclusie is voor jou een verloren uur. Een open kantoor stoort je niet vanwege het geluid, maar omdat elke tweede persoon je uit een lopende taak trekt. Het meest schaad je jezelf daarbij met je eigen snelheid: een zin die je in het vuur zei, leeft in het team nog een maand nadat je hem zelf bent vergeten.
Flegmatisch: hetzelfde tempo op dinsdag en op vrijdag
Je levert een gelijkmatige prestatie, ook op het moment dat iedereen om je heen rent. Op gang komen duurt bij jou langer, maar bij een taak waar de rest allang op is uitgekeken, hou jij het vol. Deadlines haal je en niemand verwacht drama van je, dus de directie merkt je meestal pas op wanneer je er niet bent.
In een overleg zwijg je en knik je, alleen leest je omgeving dat knikje als instemming. Daarna vraag je je verbaasd af waar dat plan opeens vandaan komt, waar je je nooit bij hebt aangesloten. Een open kantoor stoort je niet zo erg; wat je uitput is de vijfde herschikking van de prioriteiten in een maand.
Melancholisch: kwaliteit gaat voor snelheid
Je levert je werk af tot de laatste komma, want anders kun je het niet inleveren. Je legt de lat zo hoog dat je eigen resultaat je zelden goed lijkt, ook als anderen het prijzen. De deadline is daardoor vaak krap, en dat komt niet door luiheid maar door die laatste controle.
In een snel debat zwijg je, ook al heb je de beste observatie van de ruimte, en je stuurt hem een uur na het overleg per mail. Een open kantoor is voor jou de duurste omgeving van de vier, want elke onderbreking kost je veel meer dan de minuut die ze in beslag nam. Een algemeen verwijt als “het kan beter” blijft daarna nog een hele week in je rondgaan.
Bijna niemand herkent zich helemaal in een van die vier beschrijvingen. De meeste mensen hebben één uitgesproken temperament en een tweede als inslag, dus in de ene situatie springt de sanguinische behoefte aan mensen eruit en in de andere de melancholische behoefte om het goed te doen. Wat de afzonderlijke paren samen doen, staat in het stuk over temperamentcombinaties.
De omgeving waarin je werk je minder kost
De tabel hieronder is geen handleiding voor je beroepskeuze. Ze beschrijft omstandigheden, geen vakgebieden, want een en hetzelfde beroep valt in vijf verschillende omgevingen uit te oefenen en het verschil daartussen is meestal groter dan het verschil tussen vakgebieden.
| Temperament | Omgeving die je ligt | Wat je leegzuigt | Signaal dat je op de verkeerde plek zit |
|---|---|---|---|
| Sanguinisch | Mensen om je heen, resultaat binnen een paar dagen zichtbaar, ruimte om te improviseren | Alleen zijn, lange administratie, maanden zonder terugkoppeling | Op vrijdag weet je niet wat je die week hebt gedaan, en je hebt met niemand gepraat |
| Cholerisch | Een helder doel, de vrije hand, de mogelijkheid te beslissen zonder andermans akkoord | Goedkeuringsrondes, micromanagement, vergaderingen zonder conclusie | Een kleinigheid maakt je kwaad en op weg naar huis speel je hem nog een keer af |
| Flegmatisch | Stabiele regels, de opdracht vooraf, een tempo dat niet van dag tot dag verandert | Plotselinge reorganisaties, open conflict, onderlinge concurrentie | Je stelt ook dingen uit die je vroeger leuk vond |
| Melancholisch | Stilte, je eigen tempo, een concrete opdracht, werk waar je in gelooft | Voortdurende onderbrekingen, improvisatie zonder onderbouwing, werk zonder zin | 's Avonds kom je terug op één enkele zin uit een overleg |
Bij het open kantoor hoort één precisering, want dat is uitgegroeid tot de universele schuldige. Het zwaarst valt het een melancholisch type, dat bij elke onderbreking een stuk geconcentreerd werk kwijtraakt. Een cholerisch type stoort het om een andere reden: hij verdraagt niet dat iemand hem uit een lopende taak trekt, ook al laat het geluid zelf hem koud. Een flegmatisch type houdt het meestal uit zolang de regels om hem heen niet veranderen, en een sanguinisch type gedijt er juist. Een en hetzelfde kantoor kost vier mensen dus vier verschillende porties energie, en dat verschil heeft niets te maken met wie er harder werkt.
In een team botsen die verschillen met elkaar en wordt een verschil in tempo al snel een persoonlijk conflict. Wat een leidinggevende daaraan kan doen, beschrijft het aparte stuk over de vier temperamenten in het team.
Temperament bepaalt je beroep niet
Hier is precisie geboden, want carrièredeterminisme verspreidt zich snel. Uit het feit dat je melancholisch bent volgt niet dat je in een laboratorium thuishoort, en een cholerisch type is niet verplicht om ondernemer te worden. Temperament hangt niet samen met wat je kunt, maar met wat het je gaat kosten.
Dat komt overeen met het onderzoek naar de match tussen mens en omgeving, de zogeheten person-environment fit. De meta-analyse van Kristof-Brown en collega's (2005) vatte honderden studies samen en vond een consistent verband tussen de match van iemand met zijn werk, zijn team en zijn organisatie enerzijds en werktevredenheid en een lagere vertrekintentie anderzijds. De samenhang met prestatie valt daarbij veel zwakker uit. Anders gezegd: een omgeving die niet past jaagt je eerder weg dan dat ze een slechtere werker van je maakt.
Het duidelijkst zie je dat bij mensen die in een “verkeerd” beroep zitten en het daar goed doen. Erik verkoopt laboratoriumapparatuur en is een melancholisch type als uit het boekje: hij praat langzaam, komt tien minuten te vroeg op een verkoopgesprek en controleert elk getal twee keer. In een gewoon callcenter zou hij een maand meegaan. Alleen zijn zijn klanten ontwikkelaars, die geen energiek enthousiasme willen maar iemand die de specificaties uit zijn hoofd kent en niet overdrijft. Hij verkoopt meer dan collega's die tien keer zo snel praten.
Het verschil zat niet in het vakgebied, maar in de manier waarop hij dat vak concreet uitoefent. Wil je een beeld van jezelf krijgen, doe dan de temperamenttest (24 vragen, ongeveer 4 minuten) en lees het resultaat als een beschrijving van omstandigheden, niet als een aanbeveling voor een vakgebied. De test is een instrument voor zelfkennis; als selectiemiddel voor sollicitanten deugt hij niet en zo hoort hij ook niet te worden gebruikt.
De frustratie die elke week terugkomt
Eenmalige ergernis zegt weinig over je. Interessant is de ergernis die terugkomt: dezelfde situatie, hetzelfde gevoel, elke week. Meestal wijst die op een botsing tussen hoe je het liefst werkt en hoe je werk in elkaar zit.
Kun je je een werkdag herinneren waarna je 's avonds meer energie had dan 's ochtends? Als dat lastig is, loont het om verder te vragen, want juist zulke dagen verraden welke omstandigheden je liggen.
Wat je met terugkerende frustratie kunt doen zonder meteen ontslag te nemen:
- Sanguinisch: hak een grote taak in stukken waarvan al binnen twee dagen iets te zien is, en noteer afspraken die je op de gang maakt meteen.
- Cholerisch: klagen over trage goedkeuring leidt nergens heen, een afgesproken mandaat wel. Tot welk bedrag en tot welke omvang van een wijziging beslis je zelf?
- Flegmatisch: stilte telt in een team als instemming, dus zelfs de zin “ik wil er tot morgen over nadenken” is beter dan een knikje.
- Melancholisch: een afspraak over wat “klaar” precies betekent, scheelt meer zenuwen dan welke timemanagementtechniek ook.
Er is echter een grens waarachter deze aanpassingen niet meer helpen. Als je werk je al een jaar uitput en het enige wat verandert de mate van vermoeidheid is, gaat het niet meer om temperament maar om gezondheid. Hoe de vier typen zich onder langdurige druk gedragen, staat in het stuk over temperament en stress.
Een week die je meer over je werk vertelt dan een test
Probeer zeven dagen lang één ding. Schrijf elke avond één zin over wat je die dag het meest heeft leeggezogen, en één over waar je je beter door voelde dan 's ochtends. Zonder oordeel, zonder uitleg, gewoon twee zinnen.
Vergelijk na een week die twee kolommen. Zoek er geen vakgebied en geen functie in, maar wat erin terugkeert. Drukte of stilte? De ruimte om te beslissen, of rust om iets af te maken? Het antwoord op die vraag is ook te gebruiken in het werk dat je nu hebt, en dat is meer dan een lijstje aanbevolen beroepen je ooit zal geven.

Česky
Slovensky
English
Polski
Deutsch
Español
Magyar
Italiano
Português
Nederlands