Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 16 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 16 tests op één plek

Startpagina / Gids / Ondernemen en leiderschap / Feedback geven en ontvangen zonder ongemak
Ondernemen en leiderschap

Feedback geven en ontvangen zonder ongemak

Waarom de feedbacksandwich niet werkt, hoe het SBI-model wel werkt en welke drie triggers je ervan weerhouden goede feedback aan te nemen. Met praktische tips.

Femke is productmanager. Haar collega Martin leverde een rapport vol fouten in, voor de tweede keer deze maand. Femke weet dat ze er iets van moet zeggen. In plaats daarvan verbetert ze het rapport stilletjes en hoopt ze dat Martin het zelf doorkrijgt. Dat gebeurt niet. Het volgende rapport is nog slechter.

Volgens een Gallup-onderzoek uit 2024 laten medewerkers die regelmatig zinvolle feedback krijgen 14,9% minder verloop zien. Google analyseerde in het interne Project Oxygen duizenden managers en vond dat het vermogen om goede feedback te geven een van de acht doorslaggevende factoren was die uitstekende managers van gemiddelde onderscheiden. Feedback is niet alleen een managementinstrument. Het is een vaardigheid die je relaties, de prestaties van je team en je eigen loopbaan vormgeeft.

Waarom feedback zo moeilijk voelt

Voel je je ongemakkelijk bij het geven van feedback, dan sta je daar niet alleen in, en het is geen persoonlijk tekort. Het brein reageert op kritiek ongeveer zoals het op fysieke dreiging reageert. Het SCARF-model van David Rock (2008) benoemde vijf sociale behoeften die feedback makkelijk verstoort: status, zekerheid, autonomie, verbondenheid en rechtvaardigheid. Zodra iemand feedback ervaart als een aanval op een van die gebieden, schiet de amygdala in de vecht-of-vluchtstand.

Daarom valt je collega, die je met opbouwende kritiek juist wilde helpen, ineens stil, slaat die de armen over elkaar of gaat in discussie. Die verdedigt niet het werk. Die verdedigt het gevoel van veiligheid.

Het werkt ook andersom. Datzelfde mechanisme fluistert je in: geef geen negatieve feedback, dat kan de relatie beschadigen. Dus in plaats van eerlijke inbreng zeg je “ziet er goed uit” en hoop je dat het probleem zichzelf oplost. Dat gaat niet gebeuren.

De feedbacksandwich: waarom die niet werkt

De meeste mensen hebben het advies weleens gehoord: verpak kritiek tussen twee complimenten. Zeg iets aardigs, dan het lastige deel, dan weer iets aardigs. Het klinkt logisch. In de praktijk faalt de sandwichmethode om verschillende redenen.

Ten eerste prikken mensen erdoorheen. Zodra ze een compliment horen, zetten ze zich schrap voor de klap. “Ik vind het echt knap hoe je dat rapport hebt opgebouwd...” en in hun hoofd denken ze: “Dus wat ging er mis?” Het hele compliment verliest zijn waarde. Ten tweede verdunt de positieve verpakking de kernboodschap. De ontvanger onthoudt het begin en het einde, en de kritiek in het midden gaat verloren. Ten derde ontstaat er wantrouwen. Als lof alleen nog komt als opmaat naar kritiek, gelooft niemand nog een compliment.

Roger Schwarz, organisatiepsycholoog aan Harvard, schreef in de Harvard Business Review (2013) onomwonden dat de sandwichmethode een manipulatieve strategie is die het vertrouwen ondermijnt. In plaats van de relatie te beschermen, beschadigt ze die.

Andere fouten die feedback verpesten

Vage lof. “Goed gedaan” zegt niets. De ontvanger heeft geen idee wat die precies goed deed of wat die moet herhalen. Lof zonder concreetheid is niet meer dan sociale beleefdheid.

Uitgestelde feedback. Een collega in december vertellen dat die in augustus een slechte workshop gaf, is voor jullie allebei tijdverspilling. Hoe groter het gat tussen de gebeurtenis en de feedback, hoe kleiner het effect. Het brein haalt de details niet meer op, en de ontvanger voelt zich oneerlijk beoordeeld op iets wat niet meer terug te draaien is.

Feedback op de persoon in plaats van op het gedrag. “Je bent onbetrouwbaar” is een aanval op iemands identiteit. “De afgelopen twee weken heb je drie rapporten na de deadline ingeleverd” is een beschrijving van gedrag waar je iets mee kunt. Het verschil is enorm. De eerste zin roept verdediging op. De tweede maakt ruimte voor een oplossing.

Het SBI-model: simpel en effectief

Het SBI-model (Situation, Behavior, Impact), ontwikkeld door het Center for Creative Leadership, is waarschijnlijk het praktischste hulpmiddel om feedback te geven. Het werkt in drie stappen:

Situation (situatie) - beschrijf de concrete context. Wanneer en waar gebeurde het? “In het klantgesprek van gisteren...”

Behavior (gedrag) - beschrijf wat je hebt gezien. Geen interpretaties, geen oordelen, alleen feiten. “...onderbrak je Sanne twee keer midden in haar voorstel.”

Impact (effect) - leg uit welk effect het had. Op jou, op het team, op het resultaat. “Sanne zei de rest van het gesprek niets meer, en haar idee, dat goed had kunnen zijn, is nooit besproken.”

Waarom werkt dit? Omdat je vermijdt de persoon te beoordelen. Je schrijft geen motieven toe. Je zegt niet “je bent arrogant” of “je hebt geen respect voor anderen”. Je beschrijft wat je zag en welk effect dat had. De ontvanger hoeft niet in de verdediging, want je valt die niet aan. Je beschrijft een situatie.

SBI werkt net zo goed voor positieve feedback. “Bij de stand-up van vrijdag (S) bood je aan om Thomas met de database te helpen, terwijl je zelf een deadline had (B). Daardoor kreeg hij de hele sprint op tijd af en hoefde het team niets te verschuiven (I).” Zulke feedback is honderd keer waardevoller dan “goed gedaan”.

Feedforward: stop met stilstaan bij het verleden

Marshall Goldsmith, een van de meest gerespecteerde coaches voor bestuurders, introduceerde een alternatief dat hij feedforward noemde. De kerngedachte: in plaats van te ontleden wat er is gebeurd (en dat valt niet te veranderen), richt je je op wat de volgende keer anders kan.

In plaats van “je presentatie was te lang en je raakte het publiek kwijt” werkt dit beter: “kort de presentatie volgende keer in tot 15 minuten en sluit af met een vraag aan het publiek. Dan houd je de aandacht vast.” De tweede versie geeft precies dezelfde informatie, maar wijst vooruit. De ontvanger hoeft geen gevoel van falen te verwerken en kan meteen bedenken hoe het beter kan.

Goldsmith vond dat mensen feedforward aanzienlijk beter accepteren dan traditionele feedback. Ze voelen zich niet beoordeeld. Ze voelen zich geholpen.

Radicale openhartigheid, volgens Kim Scott

Kim Scott, oud-manager bij Google en Apple, beschreef in haar boek Radical Candor (2017) een tweedimensionaal model van feedback. De eerste dimensie: persoonlijke betrokkenheid bij de ander. De tweede: de bereidheid om die een ongemakkelijke waarheid te vertellen.

Als je die twee dimensies combineert, krijg je vier kwadranten:

Je vertelt de waarheid Je houdt de waarheid achter
Je geeft om de ander Radicale openhartigheid Rampzalige empathie
Je geeft niet om de ander Hinderlijke agressie Manipulatieve onoprechtheid

De meeste leidinggevenden opereren in het kwadrant van de rampzalige empathie. Ze geven om mensen, dus vertellen ze hun de waarheid niet om hen niet te kwetsen. Het resultaat? Die persoon krijgt nooit de kans om beter te worden. Scott beschrijft haar eigen ervaring met een teamlid van wie de presentaties maandenlang zwak waren. Ze zei er nooit iets van, omdat ze haar aardig vond. Uiteindelijk moest ze afscheid van haar nemen. “Door haar de waarheid niet te vertellen, heb ik haar de kans ontnomen om het recht te zetten”, zegt Scott.

Radicale openhartigheid betekent dat je de waarheid vertelt juist omdat je om iemand geeft. Niet ondanks dat je om die persoon geeft. Het is moeilijk. Maar het is het vriendelijkste wat je voor een collega kunt doen.

Hoe persoonlijkheid bepaalt hoe je feedback geeft en ontvangt

Iedereen reageert anders op feedback, en persoonlijkheidstrekken spelen daarin een grote rol.

Mensen met een hoge vriendelijkheid (in het Big Five-model) mijden van nature conflict. Negatieve feedback geven is voor hen extreem ongemakkelijk, omdat het de harmonie in de relatie verstoort. Vaak zijn zij degenen die stilletjes het rapport verbeteren in plaats van te zeggen wat er mis is. Paradoxaal genoeg levert dat geen betere relaties op. Het levert frustratie op die zich opstapelt tot ze overkookt.

Mensen met een hoog neuroticisme (emotionele instabiliteit) vatten feedback persoonlijk op. Zelfs goedbedoelde opbouwende kritiek kan een spiraal van twijfel oproepen: “Ik ben slecht in wat ik doe. Ze gaan me vast ontslaan. Dit ga ik nooit redden.” Geef je feedback aan iemand van wie je weet dat die emotioneel gevoelig is, dan is het extra belangrijk om het gedrag van de persoon te scheiden en genoeg concrete voorbeelden te geven, zodat die niet in aannames verdwaalt.

Aan de andere kant kunnen mensen met een lage vriendelijkheid en een lage openheid feedback ronduit afwijzen. “Dat klopt niet. Bij mij gaat het prima.” Bij hen werkt een aanpak op basis van gegevens en meetbare resultaten beter dan een aanpak op basis van gevoelens en indrukken.

Teamrol en feedbackstijl

Ook je natuurlijke rol in een team beïnvloedt hoe je feedback geeft en ontvangt. Een coördinator ziet feedback meestal als middel om de teamdynamiek te verbeteren en brengt het diplomatiek. Een aanjager is directer, soms te direct. Een analist richt zich op feiten en gegevens, maar kan de emotionele kant over het hoofd zien. Een teamspeler mijdt feedback, omdat die de sfeer in het team niet wil verstoren.

Weten wat je natuurlijke teamrol is, helpt je je blinde vlekken rond feedback te begrijpen. Ben je benieuwd, doe dan de teamrollentest. Die laat zien naar welke rollen je van nature neigt en waar je communicatiegewoontes je kunnen opbreken.

Feedback ontvangen: drie triggers die je in de weg staan

Sheila Heen en Douglas Stone van Harvard Law School beschreven in hun boek Thanks for the Feedback (2014) drie soorten triggers die ons ervan weerhouden feedback aan te nemen, ook als die objectief nuttig is.

De waarheidstrigger

Je reageert op de inhoud van de feedback. “Dat klopt niet! Het project ging goed!” Deze trigger slaat aan als je de feedback als feitelijk onjuist ervaart. Dat kan terecht zijn, maar het kan net zo goed je afweermechanisme zijn. Voordat je de feedback afwijst, kun je jezelf afvragen: zit er niet minstens 10% waarheid in?

De relatietrigger

Je reageert op wie je de feedback geeft, niet op de inhoud. “Wat heeft Martin mij te vertellen, hij haalt zelf zijn deadlines niet?” Hier filter je de feedback door je relatie met die persoon. Het probleem is dat ook mensen voor wie je weinig respect hebt gelijk kunnen hebben. Probeer de bron even van de boodschap te scheiden.

De identiteitstrigger

De feedback raakt je zelfbeeld. “Als ik niet goed ben in presenteren, wie ben ik dan?” Dit is de krachtigste van de drie. Bedreigt feedback je identiteit, dan schakelt het brein over op de noodstand. Heen en Stone raden aan om feedback te leren zien als informatie over één gedrag in één context, niet als een vonnis over wie je als mens bent.

Een praktische tip: krijg je feedback die een sterke emotionele reactie oproept, zeg dan dank je wel en geef jezelf 24 uur. Dat is geen lafheid. Dat is strategie. Zodra de eerste emotie is gezakt, kun je de inhoud veel helderder verwerken.

Zo bouw je een feedbackcultuur in je team

Losse technieken zijn nuttig, maar echte verandering ontstaat pas als feedback een natuurlijk onderdeel wordt van hoe het team werkt, en niet een uitzonderlijk moment waar iedereen tegenop ziet.

Amy Edmondson van Harvard Business School liet met haar onderzoek naar psychologische veiligheid (1999) zien dat teams waarin mensen niet bang zijn om open over fouten en problemen te praten, meetbaar betere resultaten halen. Niet omdat ze minder fouten maken. Omdat ze erover praten, ervan leren en ze rechtzetten voordat ze uitgroeien tot rampen.

Dit kun je doen:

  • Begin bij jezelf. Vraag je team om feedback op je eigen werk. Niet formeel, niet per e-mail. Persoonlijk en concreet: “Wat kan ik anders doen in onze overleggen om ze efficiënter te maken?” Als een leidinggevende het voorbeeld geeft, volgen anderen.
  • Laat zichtbaar zien wat je met feedback doet. Krijg je feedback en verander je daardoor iets, zeg dat dan hardop. “Je zei laatst dat mijn briefings te lang waren. Ik heb ze teruggebracht tot één pagina. Werkt dat beter?” Dat laat zien dat feedback ertoe doet.
  • Maak zowel positieve als negatieve feedback gewoon. Bewaar feedback niet alleen voor problemen. Werkt iets goed, zeg dan waarom. Mensen die regelmatig concrete lof horen, gaan ook beter met kritiek om.
  • Maak er rituelen van. Terugblikken na projecten, een korte ronde “wat werkte en wat niet” na een workshop, maandelijkse een-op-eengesprekken met een open vraag. Als feedback onderdeel van het proces is, voelt het niet meer persoonlijk.

Een feedbackcultuur bouw je niet in een week. Je bouwt haar met honderden kleine momenten waarop iemand koos om de waarheid te zeggen en iemand anders koos om die aan te nemen. Elk van die momenten versterkt het vertrouwen. En vertrouwen is waar elk functionerend team op staat.

Voel je de volgende keer de neiging om dat rapport stilletjes te verbeteren in plaats van te zeggen wat er mis is, probeer het dan anders. Beschrijf de situatie, het gedrag en het effect. Comfortabel is het niet. Maar precies daarom is het zo waardevol.

Aanbevolen test

Probeer: Teamrollentest

Ontdek meer over jezelf - de test is gratis en je resultaten zie je meteen.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Ondernemen en leiderschap