Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 16 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 16 tests op één plek

Startpagina / Gids / Psychologie en welzijn / Growth mindset: je huidige niveau is niet je eindniveau
Psychologie en welzijn

Growth mindset: je huidige niveau is niet je eindniveau

Wat een growth mindset wel en niet is, wat het onderzoek van Carol Dweck laat zien en vier strategieën waarmee je je eigen instelling stap voor stap verschuift.

Stel je twee kinderen voor die dezelfde rekensom krijgen. Allebei hebben ze hem fout. Het eerste kind zegt: “Ik ben gewoon geen rekenwonder.” Het tweede zegt: “Dit heb ik nog niet door.” Eén klein verschil in formulering. Maar achter dat verschil zit een compleet andere verhouding tot leren, falen en eigen kunnen.

Psycholoog Carol Dweck van Stanford University onderzocht dat verschil ruim drie decennia lang. In 2006 publiceerde ze Mindset: The New Psychology of Success, waarin ze twee fundamentele houdingen tegenover je eigen vermogens beschrijft. Haar bevindingen hebben het denken over onderwijs, leiderschap en persoonlijke ontwikkeling veranderd.

Wat een growth mindset is (en wat niet)

Dweck onderscheidt twee soorten instelling. De fixed mindset berust op de overtuiging dat intelligentie, talent en vermogen min of meer vastliggen. Je hebt het of je hebt het niet. De growth mindset, een groeigerichte instelling, gaat ervan uit dat vermogens zich laten ontwikkelen door inspanning, strategie en leren van fouten.

Het is nuttig om te verduidelijken wat een growth mindset níét is. Het is geen positief denken. Het is niet “geloof in jezelf en het komt allemaal goed”. En het betekent zeker niet dat talent niet bestaat of dat iedereen Einstein kan worden. Een growth mindset betekent dat je huidige niveau niet je eindniveau is. Dat je morgen beter kunt zijn dan vandaag. En bovenal: dat inspanning en fouten geen bewijs zijn van onvermogen, maar onderdeel van het proces.

Het verschil tussen beide houdingen komt het duidelijkst naar voren als het lastig wordt:

Situatie Fixed mindset Growth mindset
Een moeilijke opdracht op je werk “Dit kan ik niet aan. Ik ben er niet voor gemaakt.” “Dit wordt een uitdaging. Wat moet ik uitzoeken?”
Kritische feedback “Mijn leidinggevende mag me niet. Ik ben waardeloos.” “Wat kan ik hier concreet uit halen?”
Het succes van een collega “Die heeft nu eenmaal talent. Ik niet.” “Wat doet die anders? Wat kan ik ervan leren?”
Een tentamen niet halen “Ik ben het studietype niet.” “Verkeerde aanpak. Volgende keer probeer ik het anders.”

Dweck wees er later zelf op dat niemand een zuiver vaste of zuiver groeigerichte instelling heeft. We dragen allebei de houdingen in ons en schakelen ertussen, afhankelijk van de situatie. Je kunt op je werk een growth mindset hebben en in relaties een fixed mindset. Of andersom. Het gaat erom dat je die vaste stem leert herkennen zodra hij opduikt.

Hoe een compliment het brein van een kind bijstelt

Een van de beroemdste experimenten uit de geschiedenis van de motivatiepsychologie deden Dweck en haar collega Claudia Mueller in 1998. Ze legden een groep kinderen van rond de 10 jaar een reeks puzzels voor. Na de eerste ronde, die alle kinderen goed volbrachten, prees de helft van hen om hun intelligentie: “Goed gedaan, wat ben jij slim.” De andere helft werd geprezen om de inspanning: “Goed gedaan, jij hebt er hard aan gewerkt.”

Toen kwam de tweede ronde. Nu mochten de kinderen kiezen tussen een makkelijkere en een moeilijkere opdracht. Van de kinderen die om hun intelligentie waren geprezen, koos slechts 33% de moeilijkere. Van de kinderen die om hun inspanning waren geprezen, was dat 90%.

En nu wordt het pas echt interessant. In de derde ronde kregen alle kinderen dezelfde opdracht, met opzet te moeilijk. De kinderen die om hun intelligentie waren geprezen, gaven snel op, raakten gefrustreerd en veel van hen presteerden in de slotronde (weer met een haalbare moeilijkheid) slechter dan aan het begin. En de kinderen die om hun inspanning waren geprezen? Die hielden het langer vol met de moeilijke opdracht en toonden meer enthousiasme. In de slotronde scoorden ze beter dan bij de start.

Eén zin. Eén soort compliment. En een compleet andere houding tegenover uitdagingen. Als je tegen een kind zegt “wat ben je slim”, zeg je impliciet: je waarde zit in slim zijn. En elke mislukking bedreigt die waarde. Zeg je “je hebt hard gewerkt”, dan zeg je: je waarde zit in wat je doet. En dan is falen simpelweg een signaal om iets anders te proberen.

Heb je er ooit bij stilgestaan hoe je ouders je als kind prezen? En hoe dat je verhouding tot fouten heeft gevormd?

Een growth mindset op je werk

Feedback als informatie, niet als vonnis

Op het werk is het verschil tussen beide houdingen extra zichtbaar. Iemand met een fixed mindset vat feedback persoonlijk op. Elke kritiek is een aanval op de eigen identiteit. “Je presentatie was niet overtuigend” komt binnen als “jij bent niet overtuigend”. En omdat die persoon dat als onveranderlijk ziet, reageert hij met verdediging, ontkenning of terugtrekking.

Iemand met een growth mindset hoort dezelfde woorden anders: “De presentatie kan beter.” Informatie. Richting. Iets om mee te werken. Onderzoek van Peter Heslin en collega's uit 2005 liet zien dat leidinggevenden met een growth mindset feedback niet alleen beter aannemen, maar ook beter geven. Ze steken liever tijd in de ontwikkeling van hun teamleden, omdat ze geloven dat mensen kunnen groeien.

Waarom succesvolle mensen risico's durven nemen

Als je gelooft dat je vermogens vastliggen, wordt elke nieuwe situatie een examen. En examens haal je of je haalt ze niet. Daarom zoeken mensen met een fixed mindset opdrachten waarvan ze weten dat ze die aankunnen. Ze blijven liever in hun comfortzone dan dat ze een mislukking riskeren.

Mensen met een growth mindset zien nieuwe situaties anders. Falen betekent niet “ik ben onbekwaam”, maar “die route werkte niet”. En dat is een enorm verschil. Zodra falen geen existentiële bedreiging meer is, kun je je experimenteren veroorloven. Solliciteren op een functie waarvoor je nog niet alles in huis hebt. Een project voorstellen waarvan je de afloop niet kent. In een vergadering een mening uitspreken die achteraf verkeerd kan blijken.

Toen Satya Nadella in 2014 aantrad als CEO van Microsoft, benoemde hij de growth mindset expliciet tot kernwaarde van het bedrijf. Microsoft verloor toen terrein aan concurrenten en de interne cultuur beloonde vooral wie de slimste van de kamer was. Nadella draaide dat om: het gaat er niet om wie het slimst is, maar wie het meest leert. In de jaren daarna verdrievoudigde de beurswaarde van het bedrijf.

Instelling en relaties

Over de growth mindset wordt meestal in de context van school en werk gepraat. Maar Dweck wijdde een heel hoofdstuk van haar boek aan relaties, en haar bevindingen zijn verrassend concreet.

Mensen met een fixed mindset neigen te geloven dat een goede relatie “vanzelf werkt”. Dat je er geen moeite voor hoeft te doen als je bij elkaar past. Conflicten en meningsverschillen worden dan bewijs dat “het waarschijnlijk toch niet is”. Elke ruzie is een barst in de illusie van perfecte match.

Mensen met een growth mindset zien een relatie als iets levends dat zich ontwikkelt. Conflicten zijn geen teken dat je niet bij elkaar past, maar kansen om elkaar beter te begrijpen. “We hebben ruzie” betekent niet “we passen niet bij elkaar”. Het betekent “hierin hebben we elkaar nog niet gevonden”.

Dat verschil zie je ook terug in hoe mensen reageren op de tekortkomingen van hun partner. Een fixed mindset zegt: “Zo is die nu eenmaal. Dat verandert nooit.” Een growth mindset zegt: “Dit is iets waar we samen aan kunnen werken.” Natuurlijk is niet alles te veranderen en is niet elke relatie het redden waard. Maar de automatische aanname dat mensen niet veranderen, is een recept voor stilstand.

Wat de neurowetenschap erover zegt

De growth mindset is niet alleen een psychologische theorie. Ze heeft een basis in de neurobiologie. Het menselijk brein verandert fysiek onder invloed van leren en ervaring. Dat verschijnsel heet neuroplasticiteit, en nog 30 jaar geleden geloofden de meeste wetenschappers niet dat het bij volwassenen voorkwam.

Als je iets nieuws leert, maken neuronen in je brein nieuwe verbindingen (synapsen). Hoe meer je een vaardigheid oefent, hoe sterker die verbindingen worden. De myelineschede rond de zenuwvezels wordt dikker, waardoor signalen sneller reizen. De structuur van je brein verandert letterlijk.

Een baanbrekende studie van Eleanor Maguire aan University College London (2000) vergeleek de hersenen van Londense taxichauffeurs met die van de gemiddelde bevolking. De taxichauffeurs, die duizenden straten uit hun hoofd moesten leren, hadden een meetbaar grotere hippocampus, het hersengebied dat verantwoordelijk is voor ruimtelijke oriëntatie en geheugen. En hoe langer ze reden, hoe groter het verschil. Hun brein had zich aangepast aan wat er van hen werd gevraagd.

Dat is van belang, omdat het de kernaanname van de fixed mindset onderuithaalt. Je brein is geen harde schijf met een vast volume. Het is een spier die groeit door training. Dat wil niet zeggen dat grenzen niet bestaan. Wel dat de meesten van ons nog lang niet aan die van henzelf zitten.

Growth mindset en persoonlijkheidstrekken

Hoe verhoudt een growth mindset zich tot wie je bent als mens? Onderzoek laat een interessant verband zien met het Big Five-persoonlijkheidsmodel, en wel met twee dimensies.

De eerste is openheid voor ervaringen. Mensen die hoog scoren op openheid zijn van nature nieuwsgierig, proberen graag nieuwe dingen en hebben er geen moeite mee om van mening te veranderen. Dat vormt vruchtbare grond voor een growth mindset, want openheid en groeigericht denken delen een gemeenschappelijke basis: de overtuiging dat de wereld (en jouw plek daarin) dynamisch is en niet statisch. Een meta-analyse van Burnette et al. (2013) over 113 studies bevestigde een positieve samenhang tussen openheid en de neiging tot groeigerichte overtuigingen.

De tweede dimensie is neuroticisme. Mensen die daar hoog op scoren, ervaren stress intenser en neigen naar angstig denken. Falen is voor hen niet alleen onaangenaam, maar catastrofaal. En juist dat emotionele patroon versterkt een fixed mindset: “Falen doet zo veel pijn dat ik het liever koste wat kost vermijd.” Hoog neuroticisme betekent niet dat een growth mindset onmogelijk is. Maar het kan hem lastiger maken, omdat emotionele reacties op fouten sterker zijn en langer aanhouden.

Benieuwd waar jij op deze dimensies staat? De Big Five-persoonlijkheidstest laat je zien hoe hoog je scoort op openheid, neuroticisme en de drie andere factoren. Met die uitkomst kun je gerichter aan je instelling werken.

Vier strategieën om je instelling te verschuiven

Dweck en andere onderzoekers zijn het erover eens dat je instelling geen vaststaande eigenschap is. Ze laat zich verschuiven. Niet van de ene op de andere dag en niet met een motiverende quote op sociale media, maar door systematisch te werken aan hoe je denkt.

Het woord “nog”

Een simpele maar verrassend effectieve techniek. Betrap je jezelf op “dit kan ik niet”, zet er dan “nog” bij. “Ik kan niet programmeren” wordt “ik kan nog niet programmeren”. “Ik snap niets van boekhouden” wordt “ik snap nog niets van boekhouden”. Die ene toevoeging verandert het hele kader. Een feitelijke constatering wordt de beschrijving van een proces.

Dweck beschreef een experiment waarin studenten die bij onvoldoende prestaties “nog niet” kregen in plaats van “onvoldoende”, meer motivatie toonden om door te gaan en zich meer inzetten voor verder leren. Eén woord veranderde de beleving van de situatie van een eindoordeel in een tijdelijke halte.

Prijs het proces, niet het resultaat

Dit geldt niet alleen bij het opvoeden van kinderen, maar ook voor je innerlijke dialoog. Gaat iets goed, probeer dan het proces op te merken dat daartoe leidde. Niet “ik ben hier goed in”, maar “de aanpak die ik koos, werkte”. Niet “ik heb een talenknobbel”, maar “die methode met woordkaartjes werpt zijn vruchten af”. Zo versterk je het verband tussen succes en strategie in plaats van tussen succes en aangeboren talent.

In de praktijk: schrijf na elk geslaagd project drie concrete dingen op die je hebt gedaan en die aan het resultaat bijdroegen. Dat versterkt het besef dat resultaten een gevolg zijn van je handelen, niet van geluk of talent.

Herkader je mislukkingen

Thomas Edison zou hebben gezegd: “Ik heb niet gefaald. Ik heb alleen 10.000 manieren gevonden die niet werken.” Of hij het nu echt gezegd heeft of niet, het idee klopt. In een mislukking zit informatie. Informatie over wat niet werkt, wat beter kan en waar je vervolgens heen gaat.

Een praktische oefening: stel jezelf na elke tegenslag drie vragen. Wat heb ik hiervan geleerd? Wat zou ik de volgende keer anders doen? En welk deel van wat ik deed was eigenlijk goed? Die derde vraag is belangrijk, want een fixed mindset ziet een mislukking al snel als totaal. Je haalde het tentamen niet, maar je beheerst wel 80% van de stof. Het project liep vast, maar je hebt ervaring opgedaan met het aansturen van een team. De echte wereld is niet zwart-wit.

Stap uit je comfortzone (maar geleidelijk)

Je bouwt geen growth mindset op door over een growth mindset na te denken. Je bouwt hem op met ervaringen die hem bevestigen. En dat betekent dingen doen waarvan je de afloop niet kent. Niet uit een vliegtuig springen (tenzij dat je ding is), maar bijvoorbeeld je inschrijven voor een cursus over iets waar je niets van weet. Om feedback vragen ook al ben je bang voor het antwoord. Je melden voor een taak die net iets boven je huidige niveau ligt.

Lev Vygotski, een Sovjetpsycholoog, beschreef dit principe al in de jaren dertig als de “zone van naaste ontwikkeling”: de ruimte tussen wat je zelfstandig kunt en wat volledig buiten bereik ligt. Echt leren gebeurt in die zone. Te makkelijke taken ontwikkelen je niet, te moeilijke verlammen je. Zoek de taken die net ongemakkelijk genoeg zijn.

Wanneer een growth mindset niet genoeg is

Eén ding heeft Dweck in haar latere werk zelf benadrukt: de growth mindset is een modewoord geworden en wordt vaak verkeerd gebruikt. “Gewoon geloven” is een gevaarlijke simplificatie. Een groeigerichte houding zonder strategie, middelen en steun is niet genoeg. Iemand in een moeilijke levenssituatie zeggen dat hij “gewoon zijn instelling moet veranderen”, helpt ongeveer net zoveel als iemand met een depressie zeggen dat hij “gewoon vrolijk moet doen”.

Een growth mindset vervangt geen systeemsteun, goed leiderschap of eerlijke omstandigheden. Het is een hulpmiddel. Een krachtig, wetenschappelijk onderbouwd hulpmiddel. Maar wel gewoon een hulpmiddel. Het werkt het best in combinatie met concrete vaardigheden, realistische doelen en een omgeving waarin leren en fouten maken mogen.

En dat is misschien de belangrijkste les uit het onderzoek van Dweck. Het gaat er niet om te geloven dat je alles kunt. Het gaat erom te stoppen met geloven dat je niets kunt veranderen.

Aanbevolen test

Probeer: Big Five-persoonlijkheidstest (de Grote Vijf)

Ontdek meer over jezelf - de test is gratis en je resultaten zie je meteen.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Psychologie en welzijn