Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Startpagina / Gids / Psychologie en welzijn / Angst om door de mand te vallen: wachten tot ze het zien
Psychologie en welzijn

Angst om door de mand te vallen: wachten tot ze het zien

Het gevoel dat je een rol speelt en dat vandaag de dag kan zijn. Waar de angst om door de mand te vallen vandaan komt en hoe je uit die rol stapt.

Donderdag om 16:40 kwam er bij Jeroen een bericht van zijn leidinggevende binnen. “Heb je morgenochtend een half uur? Ik wil iets met je doornemen.” Punt, verder niets.

Het volgende uur deed Jeroen niets nuttigs meer. Hij liep zijn laatste drie opdrachten door op zoek naar de fout die hij daar achtergelaten had. Hij dacht aan een klant die hij een dag later had geantwoord dan afgesproken. En ergens achterin liep de zin die hij goed kent: nu zijn ze er dus achter.

De volgende ochtend bood zijn leidinggevende hem de leiding over een nieuw project aan. Jeroen bedankte hem, liep terug naar zijn bureau en had binnen tien minuten een sluitende verklaring waarom dat aanbod juist bij hem terechtkwam. Er was niemand anders vrij. Dat uur paniek heeft toch plaatsgevonden, en volgende week donderdag vindt het vermoedelijk opnieuw plaats.

Waar de angst om door de mand te vallen vandaan komt

Het vreemde eraan is dat hij niet ontstaat uit een tekort aan resultaten. Hij ontstaat uit de stille aanname dat je werkelijke kunnen kleiner is dan wat anderen zien, en dat daartussen een gat zit. Door de mand vallen is dan alleen het moment waarop de anderen dat gat ook opmerken.

Twijfel aan jezelf komt uit drie verschillende hoeken en dit is er een van: het bedriegersgevoel. De andere twee zien er anders uit. Bij succes wegwuiven wordt een goed resultaat gewist voordat het meegeteld kan worden, want er duikt meteen een verklaring op waarom het niets bijzonders was. Bij geluk en omstandigheden gaat de verdienste naar het toeval, naar de juiste timing en naar de mensen die je de bal aangaven. Hoe die drie bronnen samenhangen en waar het hele patroon vandaan komt, behandelt de tekst over wat het imposter-syndroom eigenlijk is.

Het bedriegersgevoel verschilt in één wezenlijk opzicht van de andere twee. Het gaat niet over het resultaat, het gaat over jou. De zin die het in je hoofd aanzet is niet “dat project was niet moeilijk”, maar “ik hoor hier niet”. Het eerste is te weerleggen met het volgende project. Het tweede niet, want het gaat niet over het werk maar over wie het doet.

Daaruit komt ook het gevoel dat je een rol speelt. Een rol beschrijft wat je doet: je geeft leiding aan een team, je geeft les, je opereert, je beheert een budget. Als hij past, versmelt hij zozeer met je dat je er helemaal niet over nadenkt. Hier laat hij juist los van de persoon en gaat zich gedragen als een kostuum dat je 's ochtends aantrekt en 's avonds met opluchting uitdoet.

De psychologen Pauline Clance en Suzanne Imes, die het verschijnsel in 1978 beschreven, zagen het bij mensen wier resultaten door niemand in twijfel werden getrokken. En precies daar zit het omgekeerde deel. Een promotie, een titel of een compliment stellen je niet gerust, want ze verhogen de valhoogte van wat aan het licht zou kunnen komen. Hoe meer je achter je hebt, hoe groter het bedrog wordt in je eigen innerlijke verhaal.

Waarom bewijzen niet helpen

Als feiten genoeg waren, was de angst om door de mand te vallen in één functioneringsgesprek afgehandeld. Alleen werkt twijfel aan jezelf niet als een rechtbank die de bewijzen van beide kanten eerlijk optelt. Hij werkt als een filter waar dingen pas doorheen gaan als de conclusie allang vaststaat.

Een goede beoordeling gaat door dat filter als beleefdheid. Een promotie als noodoplossing. Een compliment van iemand die je in het vak waardeert kantelt naar de onaangenaamste vorm van allemaal: hem heb ik ook misleid. Hoe meer die persoon van het vak weet, hoe groter in jouw hoofd het succes van je vermomming is.

Daarom werkt geruststelling hier niet. Elk volgend bewijs is op twee manieren te lezen en het filter grijpt betrouwbaar naar de tweede. De bekende die je voor de tiende keer vertelt dat je goed bent, bevestigt daarmee alleen dat je optreden werkt.

Kolligian en Sternberg stelden in 1991 voor dit verschijnsel de term ervaren onechtheid voor en betoogden dat het geen ziekte en geen stoornis is, maar een manier waarop iemand zichzelf begrijpt. In geen enkele classificatie van psychische stoornissen komt het voor en als diagnose is het nooit ontstaan. Dat klinkt als een formaliteit, maar er volgt iets heel praktisch uit: hier valt niets te genezen, hier valt iets af te leren.

Het masker van competentie en wat het kost

Sanne werkt een half jaar bij haar nieuwe bedrijf en bereidt elk overleg zo voor dat geen enkele vraag haar kan overvallen. Valt er een term die ze niet kent, dan noteert ze die en zoekt het 's avonds op. Ze vraagt nooit iets. Haar collega's houden haar voor iemand die de zaken in de hand heeft, en ze hebben daar een uitstekende reden voor: precies zo gedraagt ze zich.

Het masker van competentie is de verzamelnaam voor de kleine voorzorgen waarmee je jezelf verzekert tegen ontmaskering: extra voorbereiding, voorzichtige formuleringen, zwijgen tot je honderd procent zeker bent. Niets daarvan ziet er van buitenaf uit als angst, en daarin zit de kern van het probleem.

Mark Leary en zijn collega's onderzochten in 2000 of er niet vooral zelfpresentatie achter zit, oftewel de tactiek om de verwachtingen van anderen vooraf te verlagen zodat een eventuele misser minder pijn doet. Er zit iets in, want mensen met dit patroon spreken hun twijfels vaker hardop uit dan anderen. Alleen beoordeelden ze zichzelf net zo laag waar niemand anders hun antwoord zou lezen. Twijfel is dus niet uitsluitend een spel van bescheidenheid, ook al lijkt het daar soms op.

Situatie Wat je doet Hoe de omgeving het leest
Je weet het antwoord in een overleg niet Je zwijgt en zoekt het 's avonds op. Morgen praat je er zeker over. Heeft er niets aan toe te voegen, of kent het gewoon.
Er komt een compliment Je zwakt het af of stuurt het door naar het team. Een sympathiek bescheiden mens.
Een opdracht boven je ervaring Je bereidt je drie keer grondiger voor dan nodig is. Heeft het onder controle, op haar kun je bouwen.
Het aanbod van een grotere rol Je aarzelt en vraagt bedenktijd. Bedachtzaam type, wil het waarschijnlijk niet zo graag.

De rekening voor het masker komt in twee posten. De eerste is energie: een deel van je vermogen gaat op aan het bewaken dat niemand iets merkt, dus voor het werk zelf blijft minder over dan mogelijk was. De tweede is erger. Zolang het masker houdt, corrigeert niemand je, want niemand vermoedt dat het nodig is. De vrees komt daardoor nooit in een situatie waarin de werkelijkheid haar zou kunnen weerleggen, en gaat even sterk als daarvoor de volgende ronde in.

Sanne zou het nog anders beschrijven. Na een half jaar kent ze minder mensen dan de collega die iedereen alles vraagt, want elke niet gestelde vraag is ook een niet begonnen gesprek. En wat ze van hem in twee minuten had gehoord, zet ze 's avonds uit artikelen in elkaar. Het masker beschermt de reputatie en vertraagt tegelijk de weg ernaartoe dat die reputatie verdiend is.

Het masker slaat het betrouwbaarst aan waar prestaties gemeten en vergeleken worden, dus op het werk. Welke situaties het het snelst aanzetten en wat je daarmee kunt doen, behandelt de tekst over hoe het imposter-syndroom op het werk eruitziet.

Een echte bedrieger is niet bang om door de mand te vallen

Probeer je iemand voor de geest te halen die zich werkelijk waagt aan dingen waarvoor het niet reikt en zelfverzekerd praat over een vakgebied dat hij uit drie artikelen kent. Zo iemand gaat gewoonlijk niet naar huis met het gevoel dat het zo meteen klapt. Die gaat tevreden naar huis.

Dat is geen toeval en geen onrecht. Om je eigen onkunde te herkennen heb je een maatstaf nodig, en die maatstaf levert pas de kennis van het vak. Wie weinig kan, heeft niets om het mee te meten. Wie veel kan, ziet precies tot waar zijn kennis reikt en waar de mist begint, en leest die mist vaak als bewijs dat het niet genoeg is.

Deze scheefheid wordt geregeld in verband gebracht met het Dunning-Kruger-effect, tegelijk een van de meest geciteerde en slechtst navertelde resultaten uit de psychologie van de afgelopen decennia. Wat het oorspronkelijke onderzoek werkelijk liet zien en wat het internet erbij verzonnen heeft, behandelt een aparte tekst over het Dunning-Kruger-effect.

Voorzichtig echter met de troost die zich vanzelf aandient: “als ik bang ben, kan ik blijkbaar iets.” Dat volgt er niet uit. Er volgt alleen uit dat angst geen bewijs van onkunde is, net zomin als zelfverzekerdheid bewijs van competentie is. Beide zijn gevoelens en ze zeggen aanzienlijk minder over je kunnen dan de lijst met dingen die je af hebt.

Hoe je uit de rol stapt

Het goedkoopste wat je kunt proberen is ongemakkelijk en duurt vijf seconden. De volgende keer dat je iets tegenkomt wat je niet weet, zeg het hardop: “dit weet ik niet, ik zoek het uit voor morgen.” Je hoeft niet bij de directie te beginnen, een collega bij de koffie volstaat. Bijna altijd gebeurt er precies niets, en juist dat niets is de informatie die je nodig hebt. Wanneer heb je voor het laatst hardop toegegeven dat je iets niet kon?

Het volgende hulpmiddel doe je met een pen. Schrijf de vraag “wat zou er gebeuren als ze erachter kwamen” helemaal uit, desnoods in punten: wie zou wat doen, wat zou er volgende week volgen, wat over een half jaar. Een ramp houdt namelijk alleen kracht zolang hij vaag blijft. Opgeschreven komt er meestal een zin uit als “ik zou databases moeten bijleren” of “mijn leidinggevende zou me een maand lang controleren”. Onaangenaam ja, einde loopbaan nee.

En dan is er de maatstaf, die je kunt vervangen. Vergelijk jezelf met jezelf van een jaar geleden in plaats van met de mensen om je heen, want van hen zie je afgeronde resultaten en geen onhandige beginnetjes. Schrijf drie concrete dingen op die je vandaag kunt en vorig jaar niet. Het zijn er meestal meer dan je verwacht, en het zijn vooral gegevens en geen indruk die onder druk buigt.

Wil je weten welke van de drie bronnen bij jou het hardst spreekt, dan geeft een korte oplichterssyndroomtest een aanwijzing. Hij laat de totale mate van twijfel en de verdeling ervan zien, zodat duidelijk wordt of jouw hoofdthema het bedriegersgevoel is of eerder een van de twee andere. Manieren van werken per bron behandelt daarna de tekst over hoe je het imposter-syndroom kunt overwinnen.

Als de angst niet afneemt

Twijfels die zich voor een presentatie melden en daarna weer weggaan, horen bij het werk. Iets anders is een toestand waarin de spanning maanden aanhoudt, 's avonds niet weg te leggen is en je slaap of je zin in dingen die je vroeger leuk vond begint af te nemen. Even veel aandacht verdient het als je er kansen door afslaat die je eigenlijk wilt.

Op zo'n moment is het verstandig het met een psycholoog te bespreken, zoals je met een pijnlijke knie naar de arts gaat in plaats van nog een half jaar te hinken. Het is geen oordeel over je karakter. Aan concrete technieken voor het hanteren van spanning is de tekst over omgaan met angst gewijd.

Jeroen heeft het project aangenomen. Na een week of drie zei hij in een overleg dat hij één ding niet wist en het voor de volgende dag zou uitzoeken, en er gebeurde helemaal niets. De donderdagpaniek is daarmee niet verdwenen, hij heeft zich sindsdien nog twee keer gemeld. Het verschil is alleen dat er nu één concrete herinnering tegenover staat die zich moeilijk laat wegredeneren.

Aanbevolen test

Probeer: Oplichterssyndroomtest

Is jouw succes van jou? Totaalscore, zone en je belangrijkste bron van twijfel.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Psychologie en welzijn

We gebruiken cookies

Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid