Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Startpagina / Gids / Persoonlijkheid en zelfkennis / Hoe word je grappig: wat er achter een goede grap zit
Persoonlijkheid en zelfkennis

Hoe word je grappig: wat er achter een goede grap zit

Een geleende zin werkt bijna nooit. Waarom timing, context en verwachting meer doen dan de woorden, en wat je aan je gevoel voor humor kunt oefenen.

Bas herhaalde maandag in de vergadering een zin waar de hele tafel vrijdag om had gelachen bij Femke. Dezelfde woorden, dezelfde volgorde, zelfs dezelfde pauze in het midden. Stilte.

De makkelijkste verklaring ligt voor de hand: Femke “heeft het” nu eenmaal en Bas niet. Maar als je die vrijdag langzamer terugspeelt, zie je iets anders. Femke zei haar zin niet in het luchtledige. Ze haakte aan bij wat iemand anders twee minuten eerder had beweerd, ze zat aan tafel met mensen die al een jaar samen lunchen, en ze had het over een situatie die iedereen op dat moment meemaakte. Van dat alles nam Bas het enige overdraagbare deel mee, namelijk de woorden. En die zijn aan een grap juist het minst belangrijk.

Wat er onderweg verloren gaat

Een grap is geen tekst maar een gebeurtenis. Er houden meerdere dingen hem tegelijk overeind: wat er vlak daarvoor klonk, wie er spreekt en hoe de rest die persoon inschat, het tempo van het gesprek en de bui van de mensen eromheen. Een geleende zin brengt daar één bestanddeel van over en moet voor de rest hopen dat het zichzelf aanvult.

Het meeste sneuvelt op de timing. De zin van Femke viel op het moment dat het gesprek een seconde haperde en iedereen wachtte wie het verder zou duwen. Bas liet hem midden in een lopende budgetdiscussie los, waar niemand op zat te wachten en waar vooral geen ruimte voor was. Dezelfde inhoud, ander gat.

Het tweede verlies is stiller. Bij Femke vermoedt de tafel van tevoren dat er een opmerking kan komen, dus luistert die anders en doet een deel van het werk zelf. Bas kennen ze als de man die in de vergadering over cijfers praat. Als er ineens een pointe uit hem valt, zijn de eerste mensen nog aan het omschakelen, en tegen de tijd dat ze omschakelen is het voorbij.

Daar komt de gedeelde geschiedenis bij. Elke club die tijd met elkaar doorbrengt, kweekt binnen een paar maanden een eigen voorraad verwijzingen: een teamuitje dat verkeerd uitpakte, een zin die ooit iemand van de directie zei, de naam van de printer. Een zin die op die voorraad is gebouwd, is binnen de groep onweerstaanbaar en daarbuiten onleesbaar. Hem lenen is als de sleutel van andermans huis lenen.

Het meeste gelach hoort niet bij grappen

Robert Provine luisterde met zijn team jarenlang waar mensen precies lachen, en in een boek uit 2000 vatte hij twee bevindingen samen die het plaatje flink verschuiven. Lachen is in gezelschap ruwweg dertig keer waarschijnlijker dan alleen. En het meeste gelach volgt helemaal niet op een grap, maar op een volstrekt gewone zin in de trant van “ik ga er weer eens vandoor” of “waar was jij nou?”.

Lachen is dus grotendeels een sociaal signaal en pas in tweede instantie een oordeel over een komische prestatie. Mensen lachen vooral omdat ze bij elkaar zijn en elkaar begrijpen. Wie dat onderschat, probeert een onderdeel te winnen waar bijna niemand aan meedoet.

Voor iedereen die grappiger wil zijn, volgt daar een tamelijk onverwachte conclusie uit. Het grootste deel van het werk zit niet in wat je zegt, maar in of je er überhaupt bij bent. Iemand die op een feestje een uur zwijgt en dan één goed gebouwde pointe neerlegt, begint van veel verder achteren dan iemand die de hele avond gewoon over niks staat te praten.

Praktisch komt daar een advies uit dat bijna als valsspelen klinkt. De snelste route naar de reputatie van grappig mens loopt niet via betere zinnen, maar via beter publiek zijn. Wie voluit en vooral op tijd om andermans pointe lacht, krijgt van de groep ruimte voor de zijne. Wie grappen van anderen met eigen grappen overstemt, raakt die ruimte langzaam kwijt, ook als de zijne objectief beter zijn.

Grappig zijn is voor een groot deel een vaardigheid

Nu het betere nieuws. Gil Greengross en Geoffrey Miller gaven in 2011 ongeveer vierhonderd studenten de opdracht grappige antwoorden en bijschriften te verzinnen, en lieten die onafhankelijk beoordelen. Het vermogen om grappige antwoorden te maken hing samen met algemene en verbale intelligentie.

Dat betekent niet dat grappige mensen slim zijn en de rest pech heeft. Het betekent iets praktischers: humor maken is een cognitieve handeling. Er gaat iets in, er zitten stappen in en er komt iets uit; het kan snel of langzaam, beter of slechter. En wat stappen heeft, valt te oefenen, ook al ziet het van buitenaf uit als een flits uit het niets.

De eerlijke aanvulling hoort er ook bij. Van oefenen wordt niemand beroepskomiek en de verschillen tussen mensen blijven staan. Er valt niettemin veel te winnen, omdat de meesten nooit zelfs maar de simpelste dingen hebben geprobeerd en het meteen hebben opgegeven met het idee dat humor een gave is.

Drie dingen die je kunt oefenen

Oog voor de absurditeit van een doordeweekse dag

Grappige mensen verzinnen niet meer dan anderen, ze merken alleen meer op. Absurditeit ligt namelijk om ons heen verstrooid in een dichtheid die een gewone dag niet eens kan bijhouden. In de vergaderruimte hangt sinds het voorjaar een poster over open communicatie en daaronder het schema van wie de ruimte mag reserveren. Dat is afgewerkt materiaal, je hoeft het alleen te zien.

De oefening is saai en hij werkt. Noteer een week lang elke avond één ding dat niet bij elkaar paste. Geen grap, alleen een waarneming. Na een paar dagen merk je dat die kleine ongerijmdheid zich vanzelf meldt op het moment dat ze gebeurt, en dat is precies het moment waarop je er hardop iets van kunt maken.

De pauze voor de pointe

Een beginner kiept de pointe eruit, omdat hij bang is dat iemand ertussen springt. Een ervaren verteller zet er een halve seconde stilte voor. Die pauze doet twee dingen tegelijk: ze geeft de luisteraar tijd om zelf een stap verder te komen, zodat zijn eigen hoofd de helft van het werk doet, en ze laat tegelijk zien dat de spreker de situatie in de hand heeft.

Uit diezelfde logica komt de meest gemaakte fout. Wie al voor de pointe begint te lachen of hem aankondigt met de mededeling dat er nu iets goeds komt, legt de lat zelf hoger en gaat er vervolgens onderdoor. De beste opmerkingen worden gezegd op een toon alsof er niets bijzonders aan de hand is.

Met de pauze hangt ook de lengte samen. De meeste mislukte anekdotes struikelen niet over een slechte pointe, maar over een weg ernaartoe die dertig seconden te lang duurde. Uitproberen is simpel: neem een verhaal dat je vaak vertelt en laat er de volgende keer alle verklarende tussenzinnen uit weg. Er komt een kortere versie uit waar mensen meer om lachen, omdat het laatste woord van de zin eindelijk het woord is waar het om draait.

De callback

De goedkoopste techniek van allemaal, en bijna niemand gebruikt hem bewust. Een callback betekent terugkeren naar iets wat eerder viel, gerust een half uur eerder, en het opnieuw gebruiken in een compleet ander verband.

Aan het begin van de vergadering klaagde iemand dat de beamer al een maand naar roze trekt. Veertig minuten later wordt de nieuwe huisstijl goedgekeurd en merkt Bas alleen op dat de kleur toch door de beamer bepaald wordt. Op zichzelf is dat geen pointe. Het werkt omdat het zegt “ik ben hier die hele tijd bij jullie geweest”, en dat is precies het sociale signaal waarover Provine schreef.

De callback heeft nog een voordeel. Hij vraagt niet dat je nieuw materiaal verzint, hij werkt met de grondstof die het publiek heeft aangeleverd. Voor wie denkt dat hij nooit iets bedenkt, is dit de makkelijkste manier om aan te haken bij de humor die al in de kamer hangt.

Wat juist geen zin heeft om te oefenen

Er zijn drie doodlopende straten waar vrijwel iedereen in loopt die besluit grappiger te worden. Ze zien er alle drie op het eerste gezicht verstandig uit en ze leiden alle drie tot hetzelfde resultaat, namelijk dat iemand het na een paar pogingen helemaal laat zitten.

Doodlopende straat Waarom het een goed idee lijkt Wat er gebeurt
Andermans zinnen Die zin werkte, dus waarom hem niet nog eens gebruiken. De context, de spreker en de timing ontbreken. In het gunstigste geval stilte, in het ongunstigste het gevoel dat iemand met andermans veren pronkt.
Humor tegen het publiek De reactie komt meteen en is luid, dus het oogt als succes. Lachen ten koste van iemand jaagt de spanning in de hele groep omhoog. De rest rekent uit dat zij de volgende keer aan de beurt kunnen zijn en gaat op zichzelf letten.
Grap tegen elke prijs Wie tien zinnen afvuurt, raakt minstens één keer doel. Negen mislukte pogingen putten de omgeving uit voordat de tiende arriveert. Bovendien verdwijnt het vermogen om serieus te praten wanneer dat nodig is.

Bij de middelste regel loont het even stil te staan, want die laat zich makkelijk lezen als moraliseren. Scherpe humor is geen karakterfout, en onder mensen die elkaar vertrouwen werkt plagen als teken van nabijheid. Het verschil zit niet in de bedoeling, maar in hoe zeker de ander zich op dat moment voelt. Het scherpe register als techniek lenen, zonder het vertrouwen dat eronder hoort, is de snelste route naar problemen.

In dezelfde categorie past nog een reflex: een grap redden die niet aankwam. De pointe uitleggen repareert hem nooit, het rekt alleen het ongemakkelijke moment op en legt bovenop de mislukking nog een laagje gêne. Een misgelopen zin waarna gewoon verder gepraat wordt, verdwijnt binnen twee seconden en niemand onthoudt hem. Diezelfde zin gevolgd door “dat sloeg op gisteren, toen…” blijft tot het eind van de vergadering in de kamer hangen.

Misschien ben je niet ongrappig, maar speel je andermans register

Hier komen we bij wat aan de hele zaak het vaakst wordt overgeslagen. De meeste mensen die van zichzelf zeggen dat ze niet grappig zijn, bedoelen één specifieke situatie: ze krijgen de tafel niet aan het lachen. Alleen is de tafel vermaken slechts een van de vier basisstanden van humor, en toevallig net de zichtbaarste.

Het onderzoek van Rod Martin uit 2003 deelde humor op langs twee onafhankelijke assen, dus naar toon en naar waar de grap op mikt. Daaruit ontstaan vier standen: de verbindende humor die een club samenbrengt, de zelfversterkende afstand waarmee iemand zichzelf in het eigen hoofd helpt, de scherpe humor met een rand, en de zelfspottende stand waarin de verteller het doelwit is. Niemand is er maar één van, het gaat eerder om een mix en om welke stand iemand ingesleten heeft. Uitgebreider wordt de hele indeling uit elkaar gehaald in het overzicht van de vier humorstijlen.

Een introvert die de vriend probeert te kopiëren die het hele café vermaakt, worstelt dus meestal niet met een gebrek aan humor. Hij worstelt ermee dat hij andermans stand speelt. Zijn eigen register kan een droge opmerking onder vier ogen zijn, waar de ander de volgende dag nog om zit te grinniken, of het talent om van zijn eigen blunder een verhaal te maken. Aan een volle tafel gaat dat nooit werken, en dat hoeft ook niet.

Ook het aantal mensen speelt mee. Humor voor zes aan tafel vraagt om stem, tempo en de moed om in een lopend gesprek te klimmen. Humor voor twee vraagt precies het tegenovergestelde, namelijk aandacht voor detail en het vermogen te wachten. Het zijn dermate verschillende disciplines dat iemand in de ene uitstekend en in de andere ondermaats kan zijn zonder dat het iets over hem zegt. Vrijwel elk oordeel van het type “ik ben niet grappig” ontstaat intussen uitsluitend in die eerste situatie.

Vraag jezelf eerlijk af: wanneer heb je voor het laatst iemand aan het lachen gemaakt zonder het te proberen? Niet op een feest, maar in de auto, aan tafel of in de werkchat. Die situatie zegt meer over je register dan alle feesten waarop je je onzichtbaar voelde. Aan de verbanden tussen karakter en waar iemand om lacht is een aparte tekst gewijd over wat het gevoel voor humor verraadt.

Wil je weten welke van die vier standen bij jou ingesleten is en welke braak ligt, dan geeft de humorstijlentest je een richting. Neem de uitslag als startpunt voor waarnemen, niet als etiket. Een ingesleten stand is een gewoonte, geen vonnis, en met gewoontes valt te werken.

Wat er drie weken later gebeurde

Je register verbreden is iets anders dan jezelf omscholen tot iemand anders. Het betekent één stand toevoegen aan de standen die al werken en de rest met rust laten. Wie de droge opmerking beheerst, kan de callback proberen. Wie gewend is zichzelf omlaag te halen, kan af en toe het doelwit leeg laten en enkel de absurditeit eromheen opmerken.

Bas is opgehouden met het herhalen van andermans zinnen. In plaats daarvan schreef hij drie weken lang zijn eigen kleine waarnemingen in de notities op zijn telefoon en deed er niets mee. In een vergadering in november zei hij vervolgens, toen voor de derde keer ter sprake kwam wie de cijfers zou aanleveren, één zin over cijfers die blijkbaar parttime werken. Twee mensen lachten, één schreef het op en de vergadering ging verder.

Interessanter is wat daarna kwam. Toen Femke hem 's middags vroeg wat hij nou eigenlijk gezegd had, kon hij het niet herhalen. Die zin hoorde bij die woensdag, bij die derde ronde gesteggel en bij die twee mensen, en ergens anders heen viel hij niet te dragen.

Aanbevolen test

Probeer: Humorstijlentest

Waarmee vermaak je jezelf en anderen? Vier humorstijlen en jouw mix.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Persoonlijkheid en zelfkennis

We gebruiken cookies

Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid