Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Startpagina / Gids / Persoonlijkheid en zelfkennis / Complimenten ontvangen zonder ze weg te wuiven
Persoonlijkheid en zelfkennis

Complimenten ontvangen zonder ze weg te wuiven

“Ach, het viel wel mee.” Waarom we een compliment meteen kleiner maken, waar bescheidenheid ophoudt en wegwuiven begint, en wat je beter zegt.

Sanne levert een analyse in waar ze drie weken aan heeft gezeten, en in het overleg hoort ze van haar leidinggevende dat het het beste stuk is dat hij het afgelopen jaar heeft gezien. Binnen vijf seconden heeft ze er drie zinnen op staan: dat het niets moeilijks was, dat Joost van finance haar veel geholpen heeft en dat er sowieso nog een paar losse eindjes in zitten.

Haar leidinggevende knikt en gaat door naar het volgende punt. Sanne heeft het gevoel dat ze zich netjes heeft gedragen. Van het compliment waarvoor iemand in die kamer het woord nam is intussen niets bruikbaars overgebleven, niet voor haar en niet voor hem.

De toevoeging achter een compliment is een van de stilste gewoontes die een mens kan hebben. Ze houdt niemand op en in één geval kost ze niets. De rekening komt pas na jaren, wanneer je ergens hardop over jezelf moet praten en merkt dat je niets hebt om uit te putten.

Waar de toevoeging vandaan komt

De eerste reden is cultureel. Nederland heeft er zelfs een gezegde voor: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Wie zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt, weet dat het maaiveld terugmaait, en dus haal je liever zelf alvast een stukje van je eigen prestatie af. Die gewoon-doen-norm heeft nut, want ze houdt een groep bij elkaar en voorkomt dat iemand meer opeist dan hij geleverd heeft. Alleen leer je haar aan als reflex en niet als gereedschap, en een reflex maakt geen onderscheid tussen situaties.

De tweede reden is een tamelijk praktische angst. Een compliment is tegelijk een verwachting: neem je het aan, dan bevestig je dat dit je normale niveau is, en de volgende keer wordt erop gerekend. De toevoeging slaat de lat terug omlaag voordat iemand hem kan optillen. Joost, die na een geslaagde presentatie laat vallen dat hij vooral geluk had met het publiek, koopt zichzelf daarmee het recht om de volgende keer tegen te vallen.

En ten derde is er de gewone ongemakkelijkheid. Een compliment zet je een paar seconden in het middelpunt, en de stilte erna houd je slecht uit. De toevoeging vult die stilte en lucht iedereen op. Precies daarom komt ze er snel en zonder nadenken uit.

Dat het eerder om een voorstelling voor publiek gaat dan om een echte overtuiging, suggereerde een reeks studies van Mark Leary en collega's uit 2000. Mensen met sterke twijfel over zichzelf beoordeelden zich duidelijk bescheidener wanneer hun antwoord door iemand anders gezien zou worden. Vulden ze hetzelfde anoniem in, dan verdween het verschil grotendeels. Bescheidenheid was dus niet wat ze over zichzelf dachten, maar wat ze hardop zeiden.

Herinner je je het laatste compliment dat je kreeg? Probeer je eigen antwoord terug te halen, en vooral of je er op dat moment zelf in geloofde.

Bescheidenheid laat het feit staan, wegwuiven wist het uit

Het verschil tussen bescheidenheid en wegwuiven herken je niet aan de beleefdheid, want beleefd klinkt allebei. Je herkent het aan wat er met het feit gebeurt. Bescheidenheid laat het feit staan en voegt er alleen de omstandigheden aan toe: het is gelukt en ik had er een goed team bij. Wegwuiven haalt het feit weg, want na een zin dat iedereen dit had gekund valt er niets meer te waarderen.

De hele toets valt terug te brengen tot één vraag. Geloof je wat je zegt? Als je je leidinggevende antwoordt dat het niets voorstelde terwijl je weet van drie versies, twee doorgewerkte avonden en één telefoontje dat de hele zaak redde, is dat geen bescheidenheid. Het is onnauwkeurige informatie over jezelf die je zelf verspreidt.

De tweede toets gaat nog sneller. Zou je hetzelfde zeggen over een collega die precies hetzelfde werk had geleverd? De meeste mensen aarzelen bij die vraag, omdat ze bij andermans werk de gemaakte uren als verdienste zien en bij hun eigen werk als vanzelfsprekend.

Bescheidenheid houdt daarmee niet op nuttig te zijn. Soms ligt de verdienste echt grotendeels bij anderen, en wie het werk van een heel team naar zich toe trekt houdt het daarin niet lang vol. Het verschil zit erin of je de zin over het team zegt omdat hij klopt, of omdat het ongemakkelijk is om even alleen te staan. In het eerste geval blijft jouw aandeel in de zin staan, in het tweede verdwijnt het.

Wat de toevoeging in tien jaar aanricht

Eén keer gebeurt er niets. Schade richt pas de herhaling aan, want een compliment is zo ongeveer de enige bron van informatie van buiten over wat je kunt. Verzwak je ze allemaal op weg naar binnen, dan stapelen de bewijzen nergens op en heeft de twijfel aan je eigen kunnen niets om mee in discussie te gaan.

Voor dit patroon bestaat een naam. In de uiteenzetting over wat het imposter-syndroom is, komt het voor als een van de drie bronnen van twijfel en heet het succes wegwuiven. De tweede bron is het bedriegersgevoel, de stille aanname dat jouw plek toebehoort aan iemand die meer kan. De derde is geluk en omstandigheden, de neiging om resultaten toe te schrijven aan timing, toeval en de mensen om je heen; daarover gaat een aparte tekst, over waarom succes steeds op geluk blijft lijken.

Bij het wegwuiven hoort nog een onopvallend onderdeel: de bewegende lat. Een gehaald doel komt nooit toe aan meetellen, want de maatstaf schuift er meteen achteraan en het doel van vorig jaar is dit jaar de beginsituatie. Daar komt een mens uit die goed werk levert en tegelijk blijvend het gevoel heeft dat het nog niet is wat het zou moeten zijn.

Het verschijnsel is beschreven door de psychologen Pauline Clance en Suzanne Imes in 1978, bij mensen met onbetwiste resultaten die zich desondanks bedriegers voelden. Het gaat niet om een diagnose en niet om een stoornis, maar om een aangeleerd denkpatroon. Hoe verbreid het is valt niet precies te zeggen: een systematisch overzicht van Bravata en collega's uit 2020 liep 62 studies door en vond schattingen van 9 tot 82 procent, afhankelijk van wie de auteurs bevroegen en waarmee. Het getal alleen zegt dus weinig. Nuttiger is te weten waar de twijfel bij jou vandaan komt; een globale oriëntatie geeft de oplichterssyndroomtest, die een paar minuten kost.

Dan is er de andere kant, die bij nadenken over bescheidenheid meestal wordt vergeten. Wie een compliment telkens van tafel haalt, krijgt er op den duur geen meer. Kwade wil zit er niet achter, alleen de economie van aandacht: iemand prijzen die het elke keer afwijst is werk zonder effect. Mensen laten het na een paar pogingen, en jij krijgt de schijnbare bevestiging dat er niets te prijzen viel.

Zinnen waarna er iets van het compliment overblijft

De kleinst mogelijke verandering bestaat uit één woord: dank je. En dan stilte. Welk vervolg je ook te binnen schiet, houd het voor jezelf. De eerste dagen zul je het gevoel hebben dat je verwaand overkomt; aan de andere kant gebeurt er intussen helemaal niets, want die hoort alleen een normaal antwoord op een normale zin.

Is de stilte niet uit te houden, dan valt ze te vullen met iets wat het feit niet wist. Een concreet bedankje voor een concrete zaak werkt goed: dank je, dat stuk over de risico's kostte me het meeste werk, dus fijn dat het lekker leest. Zo'n zin geeft het geleverde werk toe en niet een zwakte, en het gesprek kan er verder op.

De tweede gewoonte gaat over de lat. Gun jezelf na een afgeronde klus één dag waarop de maatstaf niet mag verschuiven, en schrijf op wat je voor het resultaat hebt moeten oplossen. Hoeveel versies, hoeveel uren, wat er de eerste keer misging. Afgerond werk ziet er ook voor jezelf makkelijk uit, omdat van de weg ernaartoe niets te zien is, en die opgeschreven weg is het enige wat de bewering over de makkelijkheid betrouwbaar onderuithaalt.

Situatie Toevoeging die het compliment uitwist Zin waarna er iets overblijft
Je leidinggevende prijst je stuk in het overleg. “Het stelde niets voor, ik heb het alleen bij elkaar geveegd.” “Dank je. Het stuk over de risico's kostte het meeste werk.”
Een klant schrijft dat hij tevreden is met het resultaat. “Jullie hadden geluk, we zaten toevallig op de briefing.” “Dank je, fijn om te horen. Ik geef het door aan de collega's van de dataverzameling.”
Een vriendin zegt dat je huis er geweldig uitziet. “Ach welnee, je moest de slaapkamer eens zien.” “Dank je, het kostte werk en ik ben er tevreden mee.”
Je partner waardeert hoe je een zware week hebt doorstaan. “Ik had geen keus, dat houdt iedereen wel vol.” “Fijn dat je het merkt. Het was echt een volle week.”
Iemand prijst je presentatie voor vakgenoten. “Gelukkig vroeg niemand naar het wezenlijke.” “Dank je. Ik heb me er een week lang op voorbereid.”
In je beoordeling hoor je dat je het doel hebt gehaald. “Ja, maar volgend jaar wordt het lastiger.” “Fijn om te horen. Wat daarvan was dit jaar het nuttigst voor jullie?”

De rechterkolom maakt niemand verwaand. Ze houdt dezelfde informatie vast als de middelste kolom, haalt er alleen niets vanaf en geeft de ander een reden om door te praten. Het is aardig om te zien hoe snel de omgeving dit oppikt: wie op een compliment een begrijpelijk antwoord krijgt, prijst de volgende keer bereidwilliger en concreter.

Het duurst komt de toevoeging op papier. Een cv, een profiel op LinkedIn of een projectsamenvatting voor de directie zijn er om over geleverd werk te informeren, dus een verkleinende formulering is daarin geen bescheidenheid maar een ontbrekend gegeven. Wie schrijft dat hij aan een project meewerkte, deelt iets anders mee dan wie schrijft dat hij het leidde, ook al deden ze hetzelfde. Een geschreven toevoeging valt bovendien niet te repareren met een toon, want de lezer aan de andere kant heeft geen toon.

Deze zinnen lossen echter maar één van de drie bronnen van twijfel op. Wie minder last heeft van het compliment dan van het gevoel niet in zijn eigen rol thuis te horen, heeft een andere aanpak nodig, en het overzicht van technieken per bron van twijfel staat in de tekst over hoe je het imposter-syndroom overwint.

Hoe je prijst zodat het aangenomen kan worden

De andere helft van de zaak hangt niet af van de ontvanger, maar van degene die prijst. Algemene lof wordt makkelijk afgewezen, want ze valt niet te controleren. Zeg je tegen Joost dat hij goed is, dan heeft hij niets om vast te pakken en springt de toevoeging vanzelf aan. Zeg je hem dat zijn tabel in het overleg twintig minuten ruzie scheelde, dan is dat een gegeven waarmee veel slechter te discussiëren valt.

Het helpt ook om niet in discussie te gaan met de afwijzing. Reacties in de trant van welles, het was uitstekend duwen de ander in de verdediging van zijn eigen bescheidenheid en het geheel gaat rondjes draaien. Effectiever is het compliment één keer te herhalen met een concreet detail en het te laten rusten. Nog beter werkt een vraag in plaats van een bewering: wat heb jij gedaan waardoor het lukte? Het antwoord kan haast niet anders zijn dan een beschrijving van de eigen stappen.

Leidinggevenden hebben daarbij een instrument dat een collega niet heeft, en dat is de opdracht. Wie een zwaardere taak krijgt, krijgt er informatie bij over hoe de omgeving hem ziet, en die wijs je slechter af dan een zin in een overleg. Hoe terugkoppeling eruitziet waarmee je echt kunt werken, haalt een aparte tekst uit elkaar over feedback geven en ontvangen.

Zeven dagen zonder toevoeging

Probeer een week lang één ding. Na elk compliment zeg je dank je en verder niets. Ontsnapt de toevoeging je toch, noteer dan in je telefoon tegen wie je haar zei en waar het over ging.

Na een week komt uit die paar regels meestal een patroon dat van binnenuit slecht te zien is. Toevoegingen stapelen zich niet gelijkmatig op: ze springen aan bij bepaalde mensen, in bepaalde kamers en bij bepaald werk, terwijl dezelfde persoon elders een compliment zonder nadenken aanneemt. Sanne uit het begin telde er in een week tien, negen in overleggen en één thuis.

Aanbevolen test

Probeer: Oplichterssyndroomtest

Is jouw succes van jou? Totaalscore, zone en je belangrijkste bron van twijfel.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Persoonlijkheid en zelfkennis

We gebruiken cookies

Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid