Hoe vaak heb je deze week iemands zin afgemaakt omdat hij naar jouw idee onnodig langzaam praatte? Als je je minstens twee van die momenten herinnert, is de cholerische component bij jou sterker dan bij de meeste mensen om je heen. Ongeduld met andermans tempo is namelijk het eerste en betrouwbaarste kenmerk van dit temperament, veel preciezer dan het volume waar meestal op wordt gewezen.
Je herkent een cholerisch type aan het tempo, niet aan geschreeuw
Het gangbaarste beeld van een cholerisch type is iemand die op tafel slaat. Volume is echter maar een bijverschijnsel, en heel wat cholerische mensen hebben dat helemaal niet. De kern ligt elders: het doel en de kortste weg ernaartoe ziet hij voordat de anderen de inleiding hebben aangehoord, en stilstand verdraagt hij slechter dan een fout.
Je herkent hem aan de bouw van zijn zinnen. Hij begint bij de conclusie en vult pas daarna aan hoe hij erop kwam. “Dit gaan we zo doen” komt als eerste, de redenen pas op verzoek, en een lange inleiding van iemand anders houdt hij een minuut of twee vol.
Het tweede kenmerk is hoe hij met beslissingen omgaat. Als er lang niets gebeurt, beslist hij liever verkeerd dan helemaal niet, want een verkeerde beslissing valt te herstellen, terwijl wachten niets oplevert. Verantwoordelijkheid die anderen naar elkaar doorschuiven, neemt hij op zich, ook als hij daar de bevoegdheid niet voor heeft.
Het duidelijkst zie je het aan kleinigheden. In een restaurant waar al een half uur niemand de bestelling brengt, staat een cholerisch type niet op omdat hij honger heeft, maar omdat er niets gebeurt. Hij loopt naar de bar, regelt het in dertig seconden en komt terug aan tafel met de oprechte verbazing dat niemand dat eerder heeft gedaan.
Het derde kenmerk is de timing van zijn boosheid. Hij vlamt snel op en na vijf minuten is het vuur weg, alleen herinnert de ander zich die ene zin een maand later nog. De wanverhouding tussen hoe kort hij brandt en hoe lang het de rest pijn doet, zit achter de meeste problemen die een cholerisch type met zijn omgeving heeft.
Gal, honden en Eysencks tweede as
De naam komt van het Griekse cholè, oftewel gal. Volgens Hippocrates zou juist die overheersen bij het felle, strijdbare type, en de Romeinse arts Galenus gaf het viertal in de 2e eeuw na Christus de namen die we vandaag nog gebruiken. De leer van de lichaamssappen hield geen stand, maar de indeling van mensen naar de snelheid en kracht van hun reactie bleef in omloop.
Hans Eysenck beschreef persoonlijkheid in de jaren vijftig en zestig aan de hand van twee assen, extraversie en emotionele stabiliteit, en het cholerische type kwam bij hem uit als labiele extravert. Dat woord klinkt zwaarder dan wat het beschrijft: het betekent gewoon een sterke en snelle emotionele reactie, geen stoornis. Ivan Pavlov onderscheidde bij zijn honden typen zenuwstelsel, en bij het cholerische temperament hoorde het sterke maar onevenwichtige type, dus met een overwicht van prikkeling boven remming.
Beide lijnen komen uit bij hetzelfde beeld. Een cholerisch type heeft een snelle start en een tragere rem. Waar de andere drie typen vandaan komen en hoe de moderne psychologie ertegenaan kijkt, staat in het overzicht van de vier temperamenten.
Waarom cholerische mensen zo vaak vooraan belanden
Vraag mensen wie er in hun team beslist en de naam valt binnen een seconde. Meestal is het degene die als eerste hardop zei wat er ging gebeuren, ook al had niemand hem aangewezen. De cholerische component werkt als een lift naar een leidende rol, en vaak oogt dat niet eens als ambitie, eerder als een afkeer van toekijken terwijl er niets gebeurt.
In een crisis is dat een enorm voordeel. Een cholerisch type stopt met uitleggen en begint te handelen, dus de mensen om hem heen maken graag ruimte, want ze willen dat iemand het stuur overneemt. Zijn eigen mensen beschermt hij bovendien en hun problemen maakt hij tot de zijne; meestal pakt hij ze meteen zelf op, ook al heeft niemand erom gevraagd.
Waar de adder onder het gras zit, liet het onderzoek van Cameron Anderson en Gavin Kilduff (2009) zien. In groepen die samen een opgave oplosten, kregen mensen met een hoge dominantie de meeste invloed. Niet omdat hun antwoorden beter waren, maar omdat ze eerder, vaker en met meer stelligheid spraken, en de anderen die stelligheid opvatten als competentie. Snelheid ziet er dus uit als juistheid, ook al heeft het er niets mee te maken.
Het praktische gevolg ziet er zo uit. Bas geeft leiding aan een team van vijf en op het maandagoverleg valt een beslissing meestal binnen veertig seconden, want hij neemt hem. Een half jaar later klaagt hij dat zijn mensen passief zijn en niets voorstellen. Dat team heeft alleen geleerd dat een voorstel geen zin heeft, omdat de beslissing toch wel zonder hen valt.
Eén van zijn voordelen besef je pas ten volle in een ander team. Bij een cholerisch type weet je waar je aan toe bent. Hij deelt geen complimenten uit voor de vorm, dus als hij zegt dat iets goed is, meent hij het letterlijk, en een bezwaar hoor je diezelfde dag, niet een jaar later bij het beoordelingsgesprek. Na een baas die in hints sprak, voelt zulke directheid bijna als een opluchting.
Wanneer heeft iemand jou voor het laatst recht in je gezicht gezegd dat je te hard hebt geduwd? Kun je het je niet herinneren, dan hoeft dat niet te betekenen dat het niet is gebeurd. De waarheid over hoe je overkomt hoor je alleen van iemand die niet bang voor je is, en om een cholerisch type heen zijn dat er weinig.
Wat een cholerisch type het meest kost
De duurste post zijn niet de verloren discussies, maar de relaties die stilletjes afkoelen. Bij het tragere tempo van zijn omgeving verliest een cholerisch type zijn geduld, valt hij in de rede en beslist hij voor anderen voordat ze zijn uitgesproken. De scherpte die hij zelf als zakelijkheid bedoelt, hoort de ander als een aanval, en omdat er niets dramatisch is gebeurd, snijdt niemand het aan. Ze houden alleen op met vragen.
De tweede prijs betaalt hij met zijn eigen lichaam. De meta-analyse van Yoichi Chida en Andrew Steptoe (2009) vatte tientallen langlopende studies samen en vond dat chronische boosheid en een vijandige grondtoon samenhangen met een hoger risico op hart- en vaatziekten, ook bij mensen die aan het begin van het onderzoek nog nergens aan leden. Het verschil is wel wezenlijk: het gaat niet om het snelle opvlammen dat na vijf minuten wegebt, maar om een blijvend geprikkelde houding tegenover zijn omgeving. Een cholerisch temperament is op zichzelf geen diagnose en geen vonnis.
Onder stress heeft een cholerisch type een kortere lont. Een kleinigheid waar hij anders zonder met zijn ogen te knipperen overheen zou stappen, maakt hem kwaad, en dan vliegen de zinnen sneller dan de gedachten. Twee heel simpele dingen helpen: beweging, en de regel dat hij een vervelend bericht gerust mag schrijven maar het pas na de tweede lezing verstuurt. Wat langdurige druk met de afzonderlijke temperamenten doet, staat in het stuk over temperament en stress.
Thuis uit zich dat anders dan op het werk. Kinderen van cholerische ouders beschrijven vaak dezelfde ervaring: die ouder was rechtvaardig, stond achter hen en kon van alles oplossen, alleen was het lastig om met iets onafs bij hem aan te komen. Een cholerisch type antwoordt op een onaffe zaak namelijk met een oplossing, ook als de ander alleen wilde zeggen dat het hem zwaar valt. Onderscheid maken tussen “geef me advies” en “luister naar me” is voor hem de zwaarste discipline van de dag.
Voor zijn eigen tempo betaalt hij bovendien zelf de rekening. Routine, eindeloze vergaderingen en goedkeuringsrondes vermoeien hem meer dan een hele dag echt werk, dus laadt hij nog meer op zijn bord, alleen zodat er iets beweegt. De vermoeidheid komt dan niet als uitputting, maar als prikkelbaarheid, en die krijgt iemand over zich heen die er niets mee te maken heeft.
Dan blijft over waar cholerische mensen het slechtst in zijn: hun eigen fout toegeven. Excuses maken is technisch gezien makkelijk voor hen, maar erkennen dat de anderen vanaf het begin gelijk hadden, betekent hun eigen tempo ter discussie stellen. En op dat tempo laat een cholerisch type zich juist voorstaan.
Een cholerisch type tegenover de andere drie temperamenten
De meeste wrijvingsvlakken laten zich vooraf voorspellen, want ze ontstaan niet uit kwade wil maar uit een verschil in snelheid en in hoezeer iemand behoefte heeft om zaken af te sluiten.
| Cholerisch type ontmoet | Wat er meestal gebeurt | Wat helpt |
|---|---|---|
| Sanguinisch type | Ze slaan snel de handen ineen en gaan vlot van start, alleen blijft het afmaken bij de cholerische helft liggen | Deadlines ter plekke schriftelijk vastleggen, zolang het enthousiasme duurt |
| Flegmatisch type | De een duwt, de ander wijkt zwijgend en houdt zijn bezwaar voor zich | Gericht vragen wat hij anders zou doen, en op het antwoord wachten |
| Melancholisch type | De een wil nu een besluit, de ander heeft tijd nodig; kritiek komt dieper aan dan ze bedoeld was | Een concrete termijn geven in plaats van “meteen”, en er ook bij zeggen wat al goed is |
| Een tweede cholerisch type | Of het snelste duo in de omgeving, of een gevecht om het laatste woord | Het terrein verdelen: wie waarover beslist spreek je vooraf af, niet tijdens het conflict |
Een praktische handleiding voor de andere kant, dus voor partners, collega's en kinderen van cholerische mensen, staat in het aparte stuk over omgaan met cholerische mensen. De korte versie luidt: praat bondig, begin bij de conclusie en laat hem het laatste woord, want zet je hem voor een voldongen feit, dan is hij er uit principe tegen.
Een zuiver cholerisch type is trouwens zeldzaam. Vaker gaat het om een cholerische component met een inslag die de klank verandert: met flegmatische inslag redt zo iemand ook de lange afstand, waarop een zuiver type eerder door zijn vuur heen is dan door het werk; met melancholische inslag hamert hij op kwaliteit en verdraagt hij geen half werk om zich heen. Onze temperamenttest telt 24 vragen, kost ongeveer vier minuten en laat naast het primaire type ook die inslag zien; lees het resultaat als een indicatief beeld, niet als een etiket.
Drie hardnekkige misverstanden over cholerische mensen
“Een cholerisch type is een naar mens.” Scherpte en kwade wil zijn twee verschillende dingen. De meeste cholerische mensen verdedigen hun eigen mensen met hand en tand en helpen ze in nood als eerste; ze doen het alleen zonder te vragen en zonder omhaal, dus het wordt makkelijk verward met botheid.
“Hij kan zich niet beheersen.” Dat kan hij wel, hij doet het alleen twee seconden later dan nodig was. Het verschil tussen een cholerisch type dat mensen verdragen en een cholerisch type waar mensen bij weglopen, zit meestal niet in de kracht van de emotie, maar in de vraag of hij zich een pauze heeft aangeleerd tussen de prikkel en de zin die hij uitspreekt.
“Een cholerisch type is automatisch een goede baas.” Hier is het nuttig terug te gaan naar het onderzoek van Anderson en Kilduff. Een snelle beslissing en een juiste beslissing hebben niets met elkaar te maken, en een bedrijf dat mensen promoveert vanwege hun daadkracht, selecteert in feite op zelfverzekerdheid. Een cholerisch type is een goede baas op het moment dat er iemand naast hem staat die hem tegenspreekt, en hij dat verdraagt.
Herken je jezelf in deze beschrijving, houd dan een week lang een turflijst bij. Noteer na elk overleg hoe vaak je iemand hebt onderbroken en hoe vaak je hebt beslist over iets waar niemand je om had gevraagd. De cijfers vallen meestal hoger uit dan je verwacht, en vooral laten ze zien in welke situaties het gebeurt: bijna altijd komen er twee of drie steeds terug.

Česky
Slovensky
English
Polski
Deutsch
Español
Magyar
Italiano
Português
Nederlands