Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Startpagina / Gids / Werk en productiviteit / Humor op het werk: wanneer hij helpt en wanneer schaadt
Werk en productiviteit

Humor op het werk: wanneer hij helpt en wanneer schaadt

Twee even gevatte grappen, twee tegengestelde uitkomsten. Wat humor met een team doet, waarom stilte niets over de clou zegt en waar de grens ligt.

Het overleg loopt al ruim een uur uit en de deadline staat op instorten. Marieke merkt op dat deze planning kennelijk is gemaakt door iemand die een maand op twintig dagen rekent, en de tafel lacht. De spanning zakt en de mensen beginnen eindelijk te praten over wat er nog te redden valt.

Twee weken later zit hetzelfde team in dezelfde klem en komt de grap van Bas. Hij gooit eruit dat de vertraging te wijten is aan Thijs en zijn “creatieve omgang met schattingen”. Stilte. Thijs glimlacht zoals mensen glimlachen die geen keus hebben, en de rest van het overleg gaat over wie wat wanneer heeft gestuurd.

Beide grappen waren even gevat en beide mikten op hetzelfde: dat het niet gehaald wordt. Ze verschilden in één ding, namelijk in wie het mikpunt was en of dat mikpunt kon antwoorden. Dat ene verschil verklaart het meeste van wat humor op het werk voor elkaar krijgt, en het meeste van waar hij stelselmatig breekt.

Wat humor echt met een team doet

De gewoonte om een lach te zien als de wasverzachter van de werkdag heeft steun in onderzoek, alleen veel voorzichtiger steun dan doorgaans wordt verkocht. Een meta-analyse onder leiding van Jessica Mesmer-Magnus uit 2012 nam tientallen studies over humor op de werkvloer door en vond een tamelijk consistent beeld. Waar mensen samen en welwillend lachen, is het team meestal hechter, melden mensen minder stress en een betere band met de leiding.

Twee dingen horen daar eerlijkheidshalve bij. Het effect is bescheiden, humor is dus geen hefboom die een kapot team optilt, eerder smeermiddel dat je merkt aan het gemak waarmee de tandwielen in elkaar grijpen. En het gaat om een samenhang, niet om bewijs van richting: het kan net zo goed zijn dat er in teams waar het loopt gewoon meer wordt gelachen, omdat er reden toe is.

Nog interessanter is waar we op het werk eigenlijk om lachen. Robert Provine bracht jaren door met het opnemen van alledaagse gesprekken op straat en op kantoor en vatte in een boek uit 2000 samen dat het meeste gelach niet op grappen volgt. Het volgt op volstrekt gewone zinnen als “ik ga maar weer eens” of “meen je niet”. Lachen is volgens zijn data ongeveer dertig keer waarschijnlijker in gezelschap dan alleen, wat er eerder een sociaal signaal van maakt dan een recensie van de clou.

Voor een overleg volgt daar nogal wat uit. Als acht mensen om jouw opmerking lachen, is dat niet per se een oordeel over de grap, maar informatie dat die tafel je goedgezind is. Omgekeerd hoeft stilte na een goede zin niet te betekenen dat hij niet grappig was, alleen dat er iets in de kamer hangt. En mensen lachen gemakkelijker om wie hoger in de hiërarchie zit, dus de beste verhouding tussen lachers en grappen heeft meestal de baas.

Wanneer heb je op het werk voor het laatst gelachen om iets dat eigenlijk niet grappig was? De meesten van ons doen dat bijna wekelijks en het voelt niet als toneelspel, want dat is het niet. Het is een manier om “het zit wel goed” te laten weten op een plek waar de zin “het zit wel goed” raar zou klinken.

Daaruit volgt ook een waarschuwing tegen versimpeling. Veel gelach in een team is op zichzelf geen bewijs dat mensen het er naar hun zin hebben. Op een verplicht teamuitje wordt ook gelachen, alleen betaalt dat gelach tol aan de situatie. Het verschil hoor je eerder aan wie de lol begint: waar een team is ingesleten, doen ook de stillere mensen mee, en niet steeds dezelfde twee stemmen.

Vier registers aan één tafel

Psycholoog Rod Martin beschreef humor in 2003 als een combinatie van twee onafhankelijke assen. De toon kan welwillend of scherp zijn, en je kunt mikken op anderen of op jezelf. Daar komen vier posities uit en niemand is er maar één van. De meeste mensen hebben er twee sterkere, en op het werk gebruiken ze bovendien een smaller register dan thuis.

Stijl Hoe het klinkt in een overleg Wat het met het team doet Waar het misgaat
Verbindend De opmerking die een vastgelopen discussie weer op gang brengt. Een verhaal uit het vorige project, een grap over de situatie en niet over mensen. Bouwt snel vertrouwen. Een nieuwkomer ontdooit bij zo iemand al in het eerste overleg. Wordt lichtheid een plicht, dan valt slecht nieuws moeilijker te brengen en heeft een serieus onderwerp geen ingang.
Zelfversterkend Meestal bijna onhoorbaar. Het toont zich als afstand op het moment dat de server eruit ligt of een klant vertrekt. Houdt de rust waar anderen in paniek raken, en die rust slaat over. Wat meteen in een anekdote omslaat, wordt misschien nooit opgelost. Afstand dekt ook een probleem toe dat om aanpak vroeg.
Scherp De rake opmerking die benoemt wat iedereen ziet en niemand hardop zegt. Tussen mensen die elkaar vertrouwen werkt hij als snelweg naar eerlijkheid. Het mikpunt kan zich niet verweren als het nieuw is, alleen staat of twee lagen lager zit. Dan is het geen grap maar een bericht over rangorde.
Zelfspottend De eigen misser verteld voordat iemand anders hem kan noemen. Ontwapent, verkleint de afstand en geeft anderen toestemming om niet perfect te zijn. Als standaardstand leert het de omgeving dat jouw problemen niet serieus genomen hoeven te worden. In het functioneringsgesprek komt dat terug.

De assen staan los van elkaar, dus je treft geregeld iemand die in het overleg welwillend verbindt en bij de koffieautomaat niemand spaart. Het hele viertal en de gebruikelijke combinaties komen uitvoeriger aan bod in het overzicht van humorstijlen.

Humor van bovenaf: zelfspot ja, sarcasme voorzichtig

De grap van een leidinggevende weegt niet hetzelfde als die van een collega. Hij weegt zwaarder, want naast de inhoud draagt hij informatie over wat in het team mag en wie er op dit moment in de problemen zit. Aan die versterking valt niet te ontkomen, je kunt er alleen rekening mee houden.

Van bovenaf werkt humor die op jezelf mikt het beste. Als Marieke als teamleider het overleg opent met de mededeling dat ze haar eigen slide van gisteren zelf niet begreep, doet ze twee dingen tegelijk. Ze verkleint de machtsafstand en laat zien dat een toegegeven fout hier niemand de kop kost. Het team haalt daar meer uit dan uit een training van twee uur over open cultuur.

Er hangt één voorwaarde aan die vaak vergeten wordt. Zelfspot van bovenaf werkt zolang niemand aan je vakmanschap twijfelt, want dan leest hij als zekerheid. Een leidinggevende die vorige week is begonnen en zich meteen kleiner maakt, riskeert dat de omgeving het letterlijk neemt en de rest zelf invult.

Sarcasme van bovenaf is een ander geval. Tussen gelijken is het een spel waarin beide kanten de service terugslaan. Zodra de hiërarchie één kant vasthoudt, komt de service niet terug: de ondergeschikte lacht, omdat lachen de goedkoopste reactie is, en gaat weg met het gevoel voor getuigen te zijn terechtgewezen. De leidinggevende gaat ondertussen weg met het gevoel de sfeer te hebben verlicht.

Het aardige is dat de scherpe variant op zich helemaal niet dom is. Experimenten die Li Huang, Francesca Gino en Adam Galinsky in 2015 publiceerden, lieten zien dat een sarcastische uitwisseling de creativiteit van beide partijen verhoogde, van de afzender en van de ontvanger. Voorwaarde was wel wederzijds vertrouwen. Zonder dat blijft van de uitwisseling alleen de onaangename helft over, en precies in die situatie belandt een baas gemakkelijk, want vertrouwen mag hij niet veronderstellen, ook al voelt hij het zelf.

Waar het plagen ophoudt

Scherpe humor is waar teams het vaakst over praten en waar ze het slechtst uitkomen, omdat het snel een ruzie over bedoelingen wordt. “Het was toch maar een grapje” tegenover “ik vond het niet grappig”. Die ruzie kan niemand winnen en ze is overbodig, want het verschil wordt niet gemaakt door de bedoeling maar door de positie van het mikpunt.

Dacher Keltner beschreef met zijn collega's in 2001 het plagen als een sociaal spel met regels. Tussen mensen die elkaar na staan werkt het als teken van genegenheid: het gaat twee kanten op, het wisselt van mikpunt en het draagt duidelijke signalen van “dit is een spel”, dus toon, glimlach, overdrijving. Zonder vertrouwen blijft van dezelfde zin de kale inhoud over, en die kale inhoud kwetst. Precies daar loopt de grens tussen plagen en pesten.

Op het werk vallen een paar dingen te volgen die makkelijker te controleren zijn dan andermans gedachten:

  • Komt het terug? Waar beide kanten plagen, gaat het om een spel. Waar de pijlen altijd dezelfde kant op vliegen, om iets anders.
  • Herhaalt het zich? Eén scherpere opmerking is een opmerking, dezelfde voor de dertigste keer is een rol die iemand toebedeeld heeft gekregen zonder erom te vragen.
  • Een mikpunt dat niet uit het spel kan stappen, speelt geen spel. Wie nieuw is of twee lagen lager zit, kan niet laten blijken dat het hindert zonder nog meer aandacht op zich te vestigen.
  • Ook het publiek speelt mee. Een grap ten koste van een afwezige collega brengt het team niet dichter bij elkaar, hij verdeelt alleen tijdelijk opnieuw wie er even buiten staat.

Meestal gaat het daarbij niet om kwade wil maar om traagheid. Iemand krijgt bij binnenkomst een bijnaam, die slaat aan, en een jaar later is er een rol van geworden die niemand meer herziet, omdat die persoon intussen heeft geleerd erin te passen. Wie zo'n rol uitdeelde, merkt het meestal niet. Wie hem draagt, zegt meestal niets, omdat hij in eigen ogen daarmee zou bevestigen dat hij niet tegen een grapje kan.

Niets hiervan is een oproep tot voorzichtig zwijgen. Een team waarin niemand iets durft te zeggen is niet gezonder, alleen stiller, en een scherpe opmerking tussen mensen die elkaar vertrouwen hoort bij de snelste manieren om een onaangename waarheid recht op tafel te leggen. Het gaat om dosis en om richting, en die grens is dun genoeg om een eigen tekst te verdienen over waar plagen ophoudt en pesten begint.

Sollicitatie en klant: dosering naar de zaal

In een sollicitatiegesprek heeft humor een eigenaardige positie. Het is een van de weinige signalen waarmee je rust kunt tonen, en tegelijk een situatie waarin jij van alle aanwezigen de minste informatie over de kamer hebt. Een ongemakkelijke combinatie.

Veilig valt humor uit die op de situatie mikt: dat je in het gebouw bent verdwaald, dat dit je vierde gesprek van de week is, dat de koffie hier sterker wordt gezet dan elders. Riskant is juist het kleineren van jezelf, ook al gebruik je dat in het gewone leven als verzekering. Het werkt namelijk pas waar de omgeving weet wat je kunt, want dan pas klinkt het als zelfvertrouwen. In een sollicitatiegesprek weet niemand dat, en een toegegeven zwakte wordt letterlijk gelezen; precies daar is dat uur voor bedoeld.

Een grap ten koste van je vorige werkgever pakt nooit goed uit, ook niet als hij klopt. Wie tegenover je zit, bedenkt automatisch hoe je ooit over hem zult praten, en die gedachte raakt hij niet meer kwijt.

Bij klanten geldt iets vergelijkbaars, alleen over langere tijd. Verstandig is de humor te volgen en je aan te passen, niet hem in te zetten. Maakt de klant het lichter, maak het dan ook lichter; doet hij dat niet, houd dan de zakelijke toon en fabriceer geen stemming, want geforceerde lol komt over als zenuwen. Een grap draagt altijd ook informatie over hoe serieus je de situatie neemt, en wie voor je werk betaalt leest die aandachtig.

Eén regel loont het om hard aan te houden: sarcasme werkt niet op schrift. In een mail ontbreken toon, tempo en gezicht, dus een steek onder water die aan tafel als overdrijving zou passeren, komt aan als verwijt. Bas ondervond dat toen hij een klant schreef dat “jullie briefing prachtig openstaat voor alle interpretaties”. Hij bedoelde het als een zucht over zichzelf en over hoe vaak ze het al hadden verbouwd. De klant las het als een beschuldiging, en twee volgende telefoontjes gingen over iets dat nooit had bestaan.

Videovergaderingen hebben hun eigen valkuil. Een grap staat op timing en op het zien van de reactie van de anderen, alleen staat in een gesprek met acht mensen de helft van de camera's uit, komt het geluid met een kleine vertraging binnen en weet niemand of er hardop gelachen moet worden of dat knikken volstaat. Een opmerking die in een kamer zou passeren, valt zo in het niets en de bedenker houdt het gevoel over dat niemand hem waardeerde. Op afstand loont het een halve graad milder te grappen dan aan tafel en de scherpere versies te bewaren voor het moment dat je elkaar echt ziet.

Hoe je je register op het werk ontdekt

De meeste mensen hebben op het werk een andere humor dan thuis en kennen die aanzienlijk slechter. Thuis corrigeert een jarenlange bekende je, omdat die zich dat kan permitteren. Op het werk komt de reactie op een grap bijna nooit terug, omdat niemand hem wil geven: een collega bij wie jouw opmerkingen niet vallen, zegt dat gewoon niet, maar schuift een stukje op.

Voor een fatsoenlijke schatting volstaan veertien dagen. Noteer na elk overleg of telefoongesprek één zin: wat je grappig bedoeld hebt gezegd, wie het mikpunt was (de situatie, jijzelf, een bepaalde persoon, niemand) en wie er lachte. Meer niet, geen oordeel. Na twee weken pelt zich uit die aantekeningen een register dat je niet kende, en bij heel wat mensen ook één naam die in de kolom van het mikpunt vaker opduikt dan de rest.

Een sneller vertrekpunt biedt de test van humorstijlen. Hij vraagt naar alledaagse situaties, en zijn uitkomst neem je het best als een hypothese die je in je eigen overleggen toetst, niet als een hokje. Een humorregister is een gewoonte die je kunt bijstellen, geen vonnis.

En nog iets wat je al morgen voor elkaar krijgt. Haal je na het volgende overleg niet voor de geest wat jij zei, maar wie op dat moment naar het tafelblad keek. Zo'n blik is een nauwkeuriger meetlat dan welke vragenlijst ook en kost je alleen dat je om je heen kijkt voordat iedereen opstaat.

Aanbevolen test

Probeer: Humorstijlentest

Waarmee vermaak je jezelf en anderen? Vier humorstijlen en jouw mix.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Werk en productiviteit

We gebruiken cookies

Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid