Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Startpagina / Gids / Relaties en communicatie / Plagen of pesten: waar ligt precies de grens
Relaties en communicatie

Plagen of pesten: waar ligt precies de grens

Dezelfde zin brengt twee mensen dichterbij of komt hard aan. Waarom plagen een spel met regels is en welke drie kenmerken de grens verraden.

Bas haalde tijdens een verjaardagsdiner opnieuw het verhaal op van hoe Marleen vorig jaar op het bedrijfsuitje verdwaalde op de route van het huisje naar de parkeerplaats. De tafel lachte. Marleen ook, alleen een halve seconde later en alleen met haar mondhoeken, en daarna liep ze weg om water te halen en bleef ze lang weg.

Voor dat verschil bestaan twee woorden, plagen en pesten, alleen valt het uit een transcriptie niet af te lezen. Dezelfde zin werkt tussen twee mensen als teken van nabijheid en tussen twee anderen als klap, zonder dat er ook maar één woord verandert. Alles eromheen verandert wel: wie het zei, tegen wie, in wiens bijzijn en waarna.

Plagen is een spel en heeft eigen regels

Dacher Keltner vatte in 2001 met zijn collega's tientallen studies samen en beschreef plagen als een sociaal spel met regels. Het is een provocatie, maar verpakt in signalen die zeggen “neem dit niet letterlijk”: de overdreven toon, de komische uitvergroting, de glimlach, de oude bijnaam die niemand anders gebruikt. Tussen mensen die elkaar vertrouwen houdt die verpakking stand en versterkt het spel de band. Zonder vertrouwen valt de verpakking weg en blijft kale provocatie over.

Daaruit volgt iets wat omgekeerd klinkt. Het scherpste plagen kom je niet tegen tussen mensen die elkaar niet mogen, maar tussen de allernaasten. Broers, oude klasgenoten, een stel na tien jaar. De scherpte alleen zegt dus bijna niets. Iets zegt pas de verhouding tussen wat je jezelf toestaat en hoeveel er tussen jullie ligt.

Het spel wordt bovendien niet in het luchtledige gespeeld. Diezelfde opmerking komt aan in het huisje, waar iedereen de eigen blunders afzeikt, en mist een jaar later aan een tafel waar Marleen de helft van de mensen alleen van gezicht kent. Niet de grap en niet de relatie zijn veranderd maar de situatie, en die beslist meer dan de makers van goede opmerkingen doorgaans denken.

De regels zijn daarom niet overal dezelfde. Tussen broers en zussen aan de zondagse tafel gelden andere dan in een overleg waarin een van de aanwezigen over de salarissen van de rest beslist. Een scheve verhouding kan een onschuldige opmerking omdraaien, waarover een apart stuk over humor op het werk gaat.

Drie kenmerken van een vriendelijke por

De grens laat zich in het algemeen slecht beschrijven, maar valt vrij betrouwbaar te herkennen aan hoe de situatie zich gedraagt. Drie dingen verraden hem bijna elke keer.

Het mikpunt lacht mee

Dat is de eerste en grofste zeef. Het addertje zit hem erin dat lachen op zichzelf niets bewijst. Robert Provine beschreef in zijn boek over lachen uit 2000 dat we ongeveer dertig keer waarschijnlijker lachen in gezelschap dan alleen en dat het meeste gelach niet op grappen volgt, maar op volstrekt gewone zinnen. Lachen is vooral een sociaal signaal en geen cijfer voor grappigheid.

Daarom loont het op details te letten. Een echt geamuseerde glimlach zet ook de spieren rond de ogen aan het werk, de beleefdheidsversie blijft bij de mond steken, iets wat Duchenne al beschreef en Paul Ekman later oppakte. En dan is er de timing: wie zich vermaakt, lacht als de clou landt. Wie zichzelf redt, haakt een fractie later aan, omdat er intussen iets te beslissen viel. Marleen deed bij dat diner precies dat.

Wie is de volgende keer aan de beurt

In een spel wisselen de rollen. Bas plaagt Marleen, en twintig minuten later geeft Marleen de service terug over hoe stellig hij had beweerd dat het huisje achter de tweede heuvel lag. Daar zet niemand zichzelf klein, daar wordt gespeeld.

Zodra één iemand elke keer het mikpunt is en nooit de maker, is het geen spel meer maar een rol die de anderen hebben uitgedeeld. Daar loopt plagen over in pesten, ook al zou niemand dat woord gebruiken. Meestal gebeurt het zonder kwade bedoeling: iemand heeft nu eenmaal de beste verhalen en is huismateriaal geworden. Probeer op de eerstvolgende avond stil bij te houden hoe vaak de grap ten koste van dezelfde persoon ging.

De test die je haalt of niet haalt

Het laatste kenmerk is het hardste en het snelste: op verzoek stopt het. Zegt het mikpunt “laat maar zitten” en luidt het antwoord “oké, sorry” en zakt het onderwerp daarmee echt weg, dan was het plagen. Luidt het antwoord “kom op, wat ben jij gevoelig” en komt dezelfde grap een kwartier later in een nieuwe jas terug, dan was het dat niet. Niemand hoeft te beslissen wie gelijk had; kijk gewoon wat er na dat “genoeg” gebeurt.

Waar je op let Plagen dat verbindt Een grap die snijdt
Mikpunt Wisselt, vandaag jij, morgen ik. Steeds dezelfde persoon, vaak de minst zekere aan tafel.
Onderwerp Iets wat het mikpunt zelf licht opneemt. Precies waar diegene gevoelig voor is, en de maker weet dat.
Publiek Iedereen lacht, het mikpunt inbegrepen. De rest lacht en het mikpunt doet mee om de sfeer niet te bederven.
Reactie op “genoeg” De grap trekt zich terug en keert niet terug. Er volgt een verdediging en even later een tweede ronde.
De dag erna Een verhaal dat het mikpunt zelf ook vertelt. Een zin die het mikpunt onderweg naar huis in het hoofd herhaalt.

“Het was toch maar een grapje”

Deze zin heeft een merkwaardige eigenschap. Hij valt nooit vóór de grap, altijd erna, en uitsluitend op het moment dat er iets piepte. Als verdediging werkt hij dus niet, want hij geeft zelf toe dat er iets is gebeurd.

De maker weet hoe hij het bedoelde. Het mikpunt weet hoe het aankwam. Allebei is waar en het laat zich niet tegen elkaar uitspelen, alleen heeft maar een van de twee het antwoord op de vraag “deed dat pijn?” De bedoeling bepaalt wat de grap was; de uitwerking bepaalt wat ervan overblijft.

Daarin zit nog een scheefheid verstopt. De grap kost de maker een seconde en daarna vergeet hij hem, het mikpunt neemt hem mee naar huis. Steeds opnieuw blijkt dat we onze eigen opmerkingen beoordelen naar hoe we ze bedoelden en die van anderen naar hoe ze ons raakten. De vertekening wijst elke keer dezelfde kant op: van binnenuit lijkt de eigen steek milder.

Daaruit volgt tegelijk niet dat de maker iets vreselijks heeft begaan, en evenmin dat het mikpunt een vetorecht op van alles heeft gekregen. De twee doodlopende wegen zien er zo uit: “als jij je beledigd voelt, is dat jouw probleem” en “als ik iemand kwets, ben ik een verschrikkelijk mens”. Allebei maken ze het spel even betrouwbaar kapot, alleen van tegenovergestelde kanten.

Scherpe humor is trouwens geen karakterfout. Het is een van de vier registers die mensen gebruiken, en in het juiste gezelschap hoort dit bij de leukste; uitgebreider haalt het overzicht van humorstijlen hem uit elkaar. Meestal ga je bovendien niet de mist in met de inhoud, maar met de vorm. Een ironische opmerking betekent namelijk het omgekeerde van wat ze zegt, dus heeft ze gedeelde context van beide kanten nodig om goed gelezen te worden, en dat is het onderwerp van het stuk over sarcasme en ironie.

Hoe je zegt dat een grap pijn deed, zonder groot drama

De meesten kiezen uit twee mogelijkheden en allebei zijn ze slecht. Of ze lachen en doen daarna twee dagen vreemd, of het knalt bij het derde biertje en ineens ligt vijf jaar geschiedenis op tafel. Er is ook een derde weg, en die is saai eenvoudig.

Zeg het later, niet meteen aan tafel. Publiek duwt beide kanten in posities waaruit slecht terug te komen valt, en voor getuigen zet de maker eerder door dan dat hij inbindt. Een dag later in de auto of bij de gootsteen kan diezelfde zin zonder gevolgen worden gezegd. Houd het kort, twee zinnen zijn genoeg, en praat over de grap, niet over het karakter van de ander.

In de praktijk klinkt dat bijvoorbeeld zo:

  • “Dat verhaal over dat verdwalen vind ik echt vervelend. Laat je het rusten?”
  • “Ik weet dat je het niet kwaad bedoelt, maar die pakt me elke keer.”
  • “Bij je moeder liever niet meer, verder maakt het me niets uit.”
  • “Ik lachte wel, maar ik had geen zin om te lachen. Weet je dat maar.”

De toon telt hier zwaarder dan de woorden. Een rustig gezegde zin klinkt als informatie, dezelfde zin met een verwijt erin klinkt als een aanklacht en zet de verdediging feilloos aan. Praat over jezelf en over één concreet ding, niet over wat de ander mensen in het algemeen aandoet.

Wat juist niet werkt, is de diagnose. Zodra “je bent agressief” of “zo ben jij nu eenmaal” valt, gaat het niet langer over de grap maar over de vraag of de maker een goed mens is. Daar valt veel moeilijker overeenstemming te vinden. Net zomin helpt een lange opsomming van eerdere misstappen, want de ander hoort daaruit vooral dat je al jaren een lijstje bijhoudt.

Soms pakt het de eerste keer niet en komt de grap na een maand terug. Zeg het dan nog een keer en net zo beknopt, want de eerste poging onthouden mensen vaak niet. Verandert er ook de derde keer niets, dan gaat het niet meer om humor maar om hoeveel gewicht jouw “genoeg” heeft. Dat is al een ander gesprek en dat voer je anders.

En nu eerlijk: wanneer heb je voor het laatst tegen iemand gezegd dat een grap niet goed viel? En hoe vaak heb je in plaats daarvan gelachen en het pas thuis met iemand anders doorgenomen?

Wanneer jij te ver ging

Je merkt het meestal aan de stilte. Iemand valt stil, verandert van onderwerp, begint borden af te ruimen. Dan krijg je zin om de grap uit te leggen of te bewijzen dat het eigenlijk wel meeviel. Allebei rekken ze de situatie alleen maar op.

Een korte verontschuldiging is het goedkoopste wat er is en werkt bijna altijd. “Sorry, dat was nergens voor nodig. Ik laat het.” Punt. Zonder het “als het je op de een of andere manier raakte”, want daarmee bied je excuses aan voor de reactie van een ander en niet voor je eigen grap.

Reken erop dat de meesten antwoorden met “welnee, joh”. Soms menen ze het, soms willen ze alleen geen scène maken, en het verschil herken je eraan of het gesprek vanzelf weer op gang komt of dat er na die zin stilte blijft hangen. In het tweede geval heeft aandringen geen zin. Het onderwerp laten vallen is genoeg.

Pas op voor het tegenovergestelde uiterste, dat vaak over het hoofd wordt gezien. Bied je voor één opmerking vijf minuten lang excuses aan en weid je uit over wat een verschrikkelijk mens je bent, dan draai je de rollen om: het mikpunt moet ineens jou troosten en krijgt bovenop het oorspronkelijke ongemak ook nog werk erbij. Groot theater maakt van de verontschuldiging een volgend optreden waarin jij weer de hoofdrol speelt.

Wat echt telt, is wat er volgende week gebeurt. Komt dezelfde grap terug, dan wist de verontschuldiging zichzelf met terugwerkende kracht uit. Komt hij niet terug, dan hoeft er nooit meer over gepraat te worden. Waar je zelf het vaakst naar grijpt en welke mix je in voorraad hebt, geeft een korte test humorstijlen aan, want humor is voor een groot deel gewoonte en geen oordeel over je karakter.

Streepjes aan tafel

Probeer op één enkele avond een klein experiment. Doe niets, houd alleen in je hoofd bij ten koste van wie elke grap gaat. Zeven mensen, twee uur, één denkbeeldige turflijst.

Aan tafels waar mensen prettig zitten, liggen de streepjes tamelijk gelijkmatig verspreid, en de meeste heeft doorgaans degene die er zelf om vraagt. Waar één iemand zeven streepjes heeft en alle anderen er één, blijft het vermaak voor zes van de zeven. En die zevende wordt meestal niet boos. Die laat alleen niets meer van zich horen en komt na een jaar of twee niet meer.

Aanbevolen test

Probeer: Humorstijlentest

Waarmee vermaak je jezelf en anderen? Vier humorstijlen en jouw mix.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Relaties en communicatie

We gebruiken cookies

Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid