Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Startpagina / Gids / Werk en productiviteit / Imposter-syndroom en burn-out: als succes geen rust geeft
Werk en productiviteit

Imposter-syndroom en burn-out: als succes geen rust geeft

Overmatige voorbereiding als verzekering tegen ontmaskering. Waarom imposter-syndroom vaker richting burn-out leidt en waar je de cirkel doorbreekt.

Jeroen verlaat het kantoor als laatste. Niet omdat hij meer werk heeft dan de rest. De stukken voor het overleg van morgen zijn sinds drie uur 's middags klaar en sindsdien leest hij ze voor de vierde keer door. Als hij om kwart voor tien afsluit, neemt hij geen gevoel van afgerond werk mee naar huis. Hij neemt de vraag mee of het genoeg was.

In het team geldt hij als de kar die trekt, en zijn leidinggevende hield hem dit jaar in het beoordelingsgesprek aan de anderen voor als voorbeeld. Van dat gesprek onthield Jeroen één zin: die over wat de volgende keer sneller zou kunnen.

Dit is geen verhaal over hard werken. Het is de beschrijving van een mechanisme waarin het extra werk geen ambitie is, maar een verzekering. En een verzekering betaal je elke maand opnieuw.

Overmatige voorbereiding als verzekering tegen ontmaskering

Het imposter-syndroom is het gevoel dat je niet hoort waar je zit en dat het vroeg of laat uitkomt. De psychologen Pauline Clance en Suzanne Imes beschreven het in 1978, en sindsdien is gebleken dat een hoop mensen met aantoonbare resultaten ermee naar hun werk gaan. Het is geen ziekte en geen stoornis, en in de classificaties van psychische stoornissen komt het niet voor. Het is een aangeleerde manier om je eigen succes aan jezelf uit te leggen.

De twijfel komt daarbij niet uit één hoek. Hij valt uiteen in drie bronnen: het bedriegersgevoel (mijn plek hoort bij iemand die het beter kan), succes wegwuiven (wat gelukt is, telt niet) en geluk en omstandigheden (het viel toevallig goed uit). Alle drie worden ze uit elkaar gehaald in de tekst over wat het imposter-syndroom is en waar de twijfel vandaan komt. Voor de weg naar uitputting telt vooral wat ze met de hoeveelheid werk doen.

Ze doen er hetzelfde mee. Als je niet zeker weet of je het aankunt, dient zich één betrouwbare verdediging aan: je zo grondig voorbereiden dat er niets op aan te merken valt. Meer stukken lezen dan er ooit ter sprake komen. De presentatie nog een keer doornemen. Tot in de avond blijven. Het werkt uitstekend, en precies daar zit het probleem.

Het resultaat valt namelijk goed uit, alleen komt de verdienste niet bij jou terecht. Die gaat naar de voorbereiding. Zonder die drie extra uren was het uitgekomen. De opluchting houdt daarom ongeveer tot het eind van de dag stand, en de volgende opdracht treft de twijfel volstrekt ongeschonden aan. Clance beschreef die draaimolen als de imposter-cyclus, en uitgebreider wordt hij uit elkaar gehaald in de tekst over hoe imposter-syndroom en perfectionisme samenhangen.

Het minst voor de hand liggende is dit: succes verzwakt het patroon niet, het voedt het. Elke goed afgeronde taak is tegelijk het bewijs dat het zonder het overwerk niet gelukt zou zijn, en de lat gaat de volgende keer een stukje omhoog. Wie het vijfde jaar zo doorbrengt, heeft geen vijf jaar opgebouwd zelfvertrouwen achter zich, maar vijf jaar verhoogde dosis.

Wat het onderzoek weet over het verband met burn-out

Dat deze manier van werken energie kost, ligt voor de hand. Interessanter is dat het ook in data te zien is. Villwock en collega's peilden in 2016 bij Amerikaanse geneeskundestudenten hoe sterk zij zichzelf als bedrieger zagen, en maten tegelijk de mate van burn-out. Studenten met sterkere twijfel over de eigen bekwaamheid kwamen ook op de schalen voor uitputting en cynisme slechter uit.

Het was geen grote studie en de auteurs noemden hem zelf een pilot, dus er volgt geen wet over de psyche uit. Hij past wel in een breder beeld: onderzoeken verbinden sterkere twijfel over de eigen bekwaamheid herhaaldelijk met meer uitputting en minder tevredenheid op het werk, in vakgebieden van de zorg tot de universiteit.

Het woord “verbinden” draagt in zo'n zin het hele gewicht. Niemand heeft gemeten of twijfel aan jezelf tot uitputting leidt of dat een uitgeput mens simpelweg aan zijn kunnen begint te twijfelen. Het kan best allebei tegelijk gelden, want de twee voeden elkaar: hoe minder energie, hoe zwakker het werk, hoe sterker het gevoel dat je het niet redt, hoe meer uren erbij.

Aandacht verdient ook waarmee burn-out gewoonlijk beschreven wordt. Christina Maslach onderscheidt er uitputting in, cynisme en het gevoel dat je werk nergens toe leidt. Dat derde punt is bij mensen met twijfel aan zichzelf verraderlijk, want zij houden het niet voor een signaal. Zij houden het voor een eindelijk kloppende beschrijving van de werkelijkheid.

Waarom een vrije avond als een risico voelt

Marloes nam na haar promotie een week vrij waar ze zich een half jaar op had verheugd. In de eerste twee dagen opende ze drie keer haar werkmail, daarna zei ze tegen zichzelf genoeg en legde de telefoon weg. De rest van de week bracht ze door met denken aan wat er in haar afwezigheid uit elkaar viel. Uitgerust kwam ze ongeveer voor een vijfde terug.

Voor wie succes aan de voorbereiding toeschrijft, is rust geen onschuldige pauze. Het is de tijd waarin de verzekering uitstaat. Gaat er in die tijd iets mis, dan bevestigt zich precies de angst waarvoor er 's avonds wordt doorgewerkt. En gaat er niets mis, dan leer je daar niets uit, want een week zonder ramp valt altijd te verklaren met de opmerking dat er net niets moeilijks langskwam.

Daar komt een vrij gewone identiteitsvraag bij. Als jouw waarde erop rust hoeveel je afkrijgt, is een vrije avond het moment waarop alleen die persoon van je overblijft die je niet vertrouwt. Hem ontwijken is geen rare gedachte.

Wanneer had je voor het laatst een vrije avond waarop het geen enkele keer in je opkwam wat je nog zou kunnen afmaken? Het antwoord op die vraag zegt meer over jouw situatie dan het aantal gewerkte uren.

Waar hard werken omslaat

Veel uren betekenen op zichzelf niets. Mensen verzetten jarenlang enorme hoeveelheden werk zonder op te branden, omdat dat werk iets teruggeeft. Het verschil zit niet in de omvang, maar in wat er daarna met het resultaat gebeurt.

Waar je op let Hard werken dat houdt Voorbereiding als verzekering
Wat het werk in gang zet De opdracht en belangstelling voor de zaak. Spanning die alleen een volgende controleronde stilt.
Waaraan je het einde herkent Aan het resultaat: het is af. Aan een gevoel dat echter uitblijft.
Wat er na het inleveren overblijft Voldoening die een tijdje standhoudt. Korte opluchting met er meteen achteraan de volgende taak.
Hoe een compliment werkt Het bevestigt wat je gedaan hebt. Het verhoogt de eisen, want nu moet je dat verdedigen.
Wat een vrij weekend doet Het geeft de energie voor maandag terug. Het maakt een gevoel van achterstand.

In de rechterkolom is te zien waarom de vermoeidheid sneller optelt dan de uren doen vermoeden. Werk waarna niets geboekt blijft staan, valt van geen enkele rekening af te trekken. Er wordt steeds vanaf nul begonnen.

De signalen waarbij het loont op te letten zijn meestal onopvallend, en een mens ziet ze eerder bij een collega dan bij zichzelf:

  • overuren waarna het werk geen stap verder is dan wanneer je om vijf uur was vertrokken
  • op een aanbod om te helpen antwoord je dat uitleggen toch langer zou duren
  • vrije dagen die je pas opneemt wanneer ziekte je ertoe dwingt
  • bij dingen die je vroeger leuk vond betrap je jezelf op ironie of onverschilligheid
  • een overleg waarop je je een week hebt voorbereid laat na afloop niets in je achter

Hier hoort de grens van deze tekst eerlijk benoemd. Burn-out is een arbeidsverschijnsel met eigen kenmerken en valt niet uit een artikel of uit een test op internet af te lezen; wat het onderzoek erover weet en hoe het verloop eruitziet, beschrijft de aparte tekst over burn-out op het werk. Twijfel over de eigen bekwaamheid is maar een van de wegen die erheen leiden, en zeker niet de enige.

Waar die cirkel te doorbreken is

Het goede nieuws is dat het mechanisme meerdere plekken heeft waar het los te koppelen valt, en geen daarvan vraagt dat je van de ene dag op de andere zelfvertrouwen krijgt.

De eerste is een plafond op de voorbereiding. Bepaal vooraf hoeveel tijd de taak krijgt en stop als die om is, ongeacht het gevoel. Voorbereiding boven dat plafond verhoogt de kwaliteit meestal niet, ze sust de onzekerheid alleen even en leert haar daarmee dat ze zich de volgende keer opnieuw mag melden. Onaangenaam is dat ongeveer twee keer.

De tweede plek is het moment van inleveren. Schrijf bij elk afgerond ding drie stappen die ernaartoe leidden en hoeveel tijd die kostten. Een afgerond resultaat ziet er ook voor jezelf eenvoudig uit, omdat de weg ernaartoe er niet aan af te zien is, en zonder die weg wordt succes makkelijk herschreven tot gewoon werk waarvoor niemand geprezen wordt.

Dan is er de grens die je één keer stelt en waarover je niet elke dag opnieuw onderhandelt. Na negen uur 's avonds lees ik geen mail. De zondag is vrij. Het klinkt banaal, alleen heeft dit ding juist bij mensen met twijfel aan zichzelf een andere functie dan bij de rest: elke avond waarop er niets instort, is één regel in de kolom met bewijzen.

De meest onderschatte stap is het hardop zeggen. Clance en Imes werkten juist daarom met mensen in groepen, omdat het gevoel van uitzonderlijk onvermogen oplost op het moment dat iemand ontdekt dat de collega die hij voor de zekerste van allemaal houdt hetzelfde kent. Concrete werkwijzen per bron van twijfel worden uit elkaar gehaald in de tekst over hoe je het imposter-syndroom kunt overwinnen.

Welke van die vier stappen bij je past, hangt af van waar jouw twijfel vandaan komt. Bij het bedriegersgevoel werken eerder het plafond en het gesprek, bij succes wegwuiven het opschrijven van de weg, bij geluk en omstandigheden het uiteenleggen van het resultaat in losse beslissingen. Een ruw beeld geeft een korte oplichterssyndroomtest, die de totale mate van twijfel laat zien en ook welke van de drie bronnen bij jou het zwaarst weegt. Neem hem als startpunt, niet als oordeel.

Er blijft één gebied over dat je niet alleen oplost. Overmatige voorbereiding is deels een antwoord op een omgeving waarin alleen de foutloze oplevering wordt geprezen en terugkoppeling in de vorm van bezwaren komt. Wat je daaraan kunt doen in een overleg, in een nieuwe rol of in een beoordelingsgesprek, wordt uit elkaar gehaald in de tekst over hoe het imposter-syndroom op het werk zich laat zien.

Wanneer zelfkennis niet meer genoeg is

Alles hierboven geldt voor vermoeidheid die grenzen heeft. Als de uitputting maanden duurt, als je 's ochtends net zo moe wakker wordt als je naar bed ging en als je in de staat waaruit een weekend je vroeger haalde ook na een vakantie niet terugkeert, gaat het niet meer om een denkgewoonte en lost geen plafond op de voorbereiding dat op.

Op zo'n moment heeft het zin naar de huisarts of naar een psycholoog te gaan, gerust met één zin over energie die op is en niet terugkomt. Het is geen erkenning van een nederlaag en niemand zal je daar je werklust afnemen. Het enige dat verandert, is dat je er niet langer alleen mee bent.

Jeroen probeerde één ding. Hij schreef het tijdstip op waarop de stukken klaar waren en ging twee uur eerder naar huis. Het overleg de volgende dag verliep precies als alle voorgaande, en hij schreef dat op het conto van dat tijdstip.

Eén zo'n aantekening bewijst niets. Tien zijn al een heel behoorlijk argument.

Aanbevolen test

Probeer: Oplichterssyndroomtest

Is jouw succes van jou? Totaalscore, zone en je belangrijkste bron van twijfel.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Werk en productiviteit

We gebruiken cookies

Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid