Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Startpagina / Gids / Relaties en communicatie / Sarcasme en ironie: wat is precies het verschil
Relaties en communicatie

Sarcasme en ironie: wat is precies het verschil

Ironie zegt het omgekeerde, sarcasme zegt het tegen iemand. Waar de grens ligt, waarom een compliment het hardst aankomt en wanneer het misgaat.

“Netjes gedaan.” Marieke zegt die drie woorden op één avond drie keer tegen Bram, en elke keer betekenen ze iets anders.

De eerste keer is het gewoon een compliment: Bram heeft eindelijk de kraan gemaakt die sinds het voorjaar in de badkamer lekte. De tweede keer zit er een glimlach en een opgetrokken wenkbrauw in, want tijdens dat repareren stond de helft van de gang blank. De derde keer valt de zin aan tafel in een vlakke toon, midden in een gesprek over iets heel anders, en niemand aan die tafel vat hem op als grap.

Dezelfde zin, drie verschillende boodschappen. Het verschil zit niet in het woordenboek, maar in de toon, het moment en wat er op dat ogenblik tussen die twee mensen speelt. Ergens hier wonen ironie en sarcasme, en hoewel die twee woorden als synoniemen worden gebruikt, zijn ze dat niet.

Ironie zegt het omgekeerde, sarcasme zegt het tegen iemand

Ironie is een stijlfiguur die zo oud is als de retoriek zelf. Je zegt iets en bedoelt precies het tegendeel, erop rekenend dat de luisteraar dat tegendeel er zelf bij denkt. Als je om half vijf naar een vastgelopen printer kijkt en “prachtig” zegt, richt je je op niemand. Het doelwit is de situatie, of de wereld in het algemeen, en wie erom lacht, lacht met je mee.

Sarcasme pakt diezelfde figuur en richt hem. Het heeft een geadresseerde. Je zegt het omgekeerde van wat je denkt, maar zo dat één bepaald iemand het hoort en merkt dat het over hem gaat. Het Griekse “sarkazein” betekent letterlijk vlees openrijten, en in dat woord ligt het wezenlijke opgeslagen: sarcasme kost degene voor wie het bedoeld is iets. Soms is dat een schrammetje waar ze allebei plezier aan beleven. Soms niet.

Probeer het verschil uit op twee zinnen. Bram komt een uur te laat op de afspraak en Marieke zegt: “Het openbaar vervoer in deze stad is werkelijk voortreffelijk.” Dat is ironie, het doelwit is de dienstregeling en Bram houdt de ruimte om te grijnzen en te gaan zitten. Had ze gezegd “jij bent ook altijd de stiptste persoon in de ruimte”, dan verschuift het doelwit. De woorden zijn even hard omgedraaid, maar ze wijzen ergens anders heen.

Het verraderlijke is dat het scherpste sarcasme meestal niet scherp klinkt. Het klinkt als een compliment. Overdreven bewondering in een vlakke toon, zoiets als “dat is echt een origineel idee”, komt harder aan dan een openlijk bezwaar. Tegen een bezwaar kun je iets inbrengen. Tegen een omgekeerde zin kun je niets inbrengen zonder dat je overkomt als iemand die er zelf van alles bij verzint.

In het Nederlands mengt zich er nog een derde betekenis doorheen. De “ironie van het lot” heeft niets met de spreker te maken, daar is het tegendeel vanzelf opgetreden: de brandweerman van wie het eigen schuurtje afbrandt, of iemand die zijn trein mist juist omdat hij een uur eerder van huis ging. Dat heet situationele ironie en is een ander verschijnsel dan de retorische. Als twee mensen het er niet over eens worden wat er nu ironisch aan was, hebben ze het doorgaans over twee verschillende dingen.

Daaruit volgt iets praktisch dat je meteen kunt gebruiken. Ironie verdraagt een vreemd publiek, want daarin hoeft niemand de verliezer te zijn. Sarcasme vermenigvuldigt een vreemd publiek, want de geadresseerde telt niet alleen op wat je hebt gezegd, maar ook hoeveel mensen erbij waren.

Ironie Sarcasme
Wat het is Een taalfiguur: ik zeg het omgekeerde van wat ik denk. Dezelfde figuur, gericht op een bepaald iemand.
Wie het doelwit is De situatie, de omstandigheden, soms de spreker zelf. De geadresseerde, die er meestal bij staat.
Wat het nodig heeft om te werken Dat de luisteraar de omkering doorheeft. Een gedeelde taal volstaat. Daarnaast vertrouwen en de zekerheid dat de band de klap draagt.
Als het misgaat Je komt vreemd of onbegrijpelijk over. Je hebt iemand pijn gedaan, en die zegt dat meestal niet.
Typische reactie Instemmend knikken, een gedeelde zucht. Bal terug, of stilte.

De grens tussen die twee is doorlaatbaar en in een gewoon gesprek meet niemand hem na. Nuttig is hij toch, want op het moment dat iets slecht afloopt, zit het probleem bijna altijd in de tweede kolom.

Waarom sarcasme het denken op gang brengt

Nu het onverwachte. Sarcasme, uitgerekend de humorvorm die de meeste adviezen uit je communicatie willen schrappen, bleek in experimenten een redelijk fatsoenlijke brandstof voor invallen.

Huang, Gino en Galinsky lieten deelnemers in 2015 een kort gesprek voeren. Eén groep wisselde sarcastische opmerkingen uit, een tweede sprak neutraal, een derde oprecht en vriendelijk. Daarna werkte iedereen aan opdrachten voor creatief denken. De mensen die door de sarcastische uitwisseling waren gegaan, deden het beter, en aan beide kanten: zowel wie de speldenprikken uitdeelde als wie ze incasseerde.

De verklaring is behoorlijk elegant. Een sarcastische zin kun je niet letterlijk nemen, anders slaat hij nergens op. Je moet twee betekenissen tegelijk in je hoofd houden, de uitgesproken en de bedoelde, en het verband ertussen vinden. Dat heet abstract denken en het is precies de bewerking die je ook nodig hebt bij het zoeken naar onverwachte verbanden. Het brein warmt zich even op aan sarcasme en blijft daarna nog een tijdje warm.

Alleen had het onderzoek nog een tweede deel, en dat weegt zwaarder dan het eerste. Waar het vertrouwen tussen mensen ontbrak, verdween het effect. Wat overbleef, was conflict. Dezelfde bijtende zin die tussen twee mensen met een goede band ideeën op gang bracht, leverde tussen vreemden spanning op en verder niets.

Sarcasme is dus geen goed en geen slecht gereedschap. Het is gereedschap met een toegangsvoorwaarde, en die voorwaarde ligt erbuiten: in de relatie waarin het terechtkomt. Zonder dat wordt de warming-up onderling schoppen tegen schenen.

Voor werk volgt daar een tamelijk eenvoudige regel uit. Bijtende opmerkingen verdraagt de fase waarin een oplossing nog gezocht wordt, en verdragen mensen die samen al iets hebben afgeleverd. Ze worden niet verdragen op een eerste afspraak met iemand die nog niets van je weet, en ze reizen slecht naar beneden door een organogram, omdat de andere kant zich daar niet kan veroorloven even scherp terug te doen. Of het een warming-up was of een belediging, beslist uiteindelijk niet de zin, maar of de geadresseerde hem terug kan geven.

Onder eigen mensen werkt het, onder vreemden gaat het stuk

Sarcasme ontcijferen is verrassend zwaar werk. Je moet tegelijk de woorden horen, de toon lezen, meerekenen wat die persoon werkelijk van de zaak vindt en inschatten of hij zich dat kan veroorloven. Kinderen krijgen het laat onder de knie; Paul McGhee beschreef hoe kinderhumor zich in fasen ontwikkelt, en de ironie komt in die rij pas aan het eind, lang nadat een kind een grimas of een woordgrap doorheeft.

Volwassenen doen het nog steeds niet betrouwbaar. Hoeveel je ervan oppikt, hangt af van hoe goed je de ander kent. Bij Bram, met wie je tien jaar samenwoont, heb je zijn stem, zijn gebruikelijke meningen en de geschiedenis van de laatste vijf ruzies in je hoofd zitten. Als hij zegt “tuurlijk, jij kookt altijd geweldig”, weet je binnen een halve seconde of hij de te zoute stamppot van gisteren bedoelt of het feit dat jullie alweer iets hebben laten bezorgen.

Bij een collega met wie je tot nu toe twintig zinnen hebt gewisseld, ontbreekt dat apparaat. Je houdt een kale zin over en een toon die je op twee manieren kunt lezen. De meeste mensen grijpen in zo'n situatie naar de slechtste variant, want die is veiliger. En zo valt een grap die bij jou thuis de stemming optilt, tijdens een lunch met een nieuwe klant in de stilte.

Daar komt een scheefheid bij die maar weinig mensen toegeven. Wie de speldenprik uitzendt, kent zijn eigen bedoeling en hoort zijn zin inclusief de overdrijving die hij erin heeft gestopt. Wie hem ontvangt, kent geen enkele bedoeling en moet die raden uit de toon en uit wat hij op dat moment over zichzelf denkt. De zender onderschat daardoor stelselmatig de kracht van de klap, de ontvanger overschat hem af en toe, en allebei hebben ze het gevoel dat ze proportioneel reageren. De meeste misverstanden rond sarcasme worden in die kier gemaakt.

Het geschreven woord maakt de zaak nog een orde van grootte erger. In de chat en in de mail ontbreken stem en gezicht, de twee belangrijkste dragers van de mededeling “ik bedoel het als grap”. Daarom hebben emoji en drie puntjes zich zo snel verspreid: ze vervangen wat in gesproken taal de opgetrokken wenkbrauw regelt. Zonder die hulpmiddelen blijft er tekst over, die de ontvanger leest in het humeur waarin hij zit en niet in dat van jou.

Sarcasme tussen mensen die dicht bij elkaar staan heeft daarom een eigen rol. Het werkt als bewijs dat je niet op jezelf hoeft te letten, en in een relatie is zulk gepor eerder een teken van veiligheid dan van agressie. Waar het een gedeeld spel wordt en waar het alleen nog ruis is, pluist de tekst uit over hoe humor in je relatie zich op de lange duur gedraagt.

Waar de scherpte ophoudt en minachting begint

Er bestaat een punt waarop het niet meer om humor gaat, en dat is redelijk goed beschreven. John Gottman filmde decennialang stellen tijdens gesprekken en volgde welke van hen een paar jaar later nog samen waren. Van alles wat hij op die opnames vond, voorspelde minachting een breuk het beste: een houding waarin de een over de ander praat van bovenaf, als over iemand die minder waard is.

Minachting laat zich echter zelden rechtstreeks zien. Ze komt bijna altijd aanrijden op sarcasme, want dat geeft haar dekking. Een bijtende opmerking kun je altijd terugnemen met “het was toch een grapje”, en dan staat de ander erbij als degene die niet tegen een geintje kan. Juist die mogelijkheid om terug te stappen maakt sarcasme tot zo'n handige verpakking voor dingen die hardop lastiger te zeggen zijn.

Het verschil tussen spel en minachting herken je aan een paar dingen, en geen ervan gaat over hoe goed de grap was:

  • Richt de opmerking zich op wat iemand deed of op hoe iemand is? “Je bent je sleutels weer vergeten” en “jij onthoudt ook nooit iets” zijn niet hetzelfde.
  • Kan de ander de bal teruggeven of zit hij in de zwakkere positie? Sarcasme tussen leidinggevende en medewerker is geen spel, ook al heeft het de vorm van een spel.
  • Komt steeds hetzelfde thema terug? Eén rake opmerking is een grap. De tiende is een diagnose die je aan die persoon hebt gehangen.
  • Lachen ze allebei, of lacht er één en knikt de ander met een kleine vertraging mee?
  • Komt het vooral voor waar anderen bij zijn? Publiek is vaak het teken dat het niet meer om de lol gaat, maar om de stand.

En nu eerlijk: wanneer heb je voor het laatst iets bijtends gezegd tegen iemand die het je niet terug kon geven? Tegen een kind, tegen een medewerker, tegen iemand die net in de knel zat. Niet om er een schuldgevoel aan over te houden, maar omdat juist zulke situaties in het hoofd meestal maar bij één van de twee als grap worden opgeborgen.

Aan de ontvangende kant is er één ongemakkelijke maar doeltreffende zet: de opmerking letterlijk nemen. Zonder glimlach en zonder bal terug. De vraag “denk je echt dat ik nooit iets onthoud?” maakt de pret in de kamer meestal kapot, maar dat is precies de bedoeling. Het antwoord laat zien of het een spel was waaruit je kunt terugstappen, of een mening die zich alleen achter een grap verstopte. De bal terugslaan is comfortabeler, maar rekt de rally alleen maar op.

Waar de streep precies loopt tussen een spel dat beide kanten willen en een afkraking die één kant alleen maar verdraagt, valt uitgebreider te beschrijven; daarover gaat een aparte tekst over plagen of pesten.

Scherpe humor als stijl, niet als karakter

Sarcasme hoort bij wat in het model van Rod Martin uit 2003 de scherpe humorstijl heet, oftewel humor die ten koste van iemand gaat. Daarnaast staan drie andere posities: humor die mensen verbindt, humor waarmee iemand zichzelf overeind houdt, en humor ten koste van jezelf. Die schalen staan los van elkaar, dus niemand is simpelweg “de sarcastische” en klaar. De meeste mensen hebben alle vier in hun repertoire en verschillen alleen in welke ze het eerst pakken.

Een hoge scherpe stijl zegt op zichzelf niets over karakter. Hij zegt iets over gewoonte, namelijk dat jouw eerste reactie op absurditeit een opmerking is en geen zwijgen. Snelle observaties zijn in een werkoverleg goud waard, want ze benoemen wat iedereen ziet en niemand zegt. Het hele model van vier posities en de manier waarop ze door elkaar lopen, staat beschreven in het overzicht van humorstijlen.

De praktische vraag luidt dus niet of je sarcasme moet gebruiken. Ze luidt: bij wie en hoe vaak. De dosis en de geadresseerde beslissen over al het overige, en als je wilt weten hoe sterk de scherpe positie bij jou naast de andere drie staat, geeft een korte test over humorstijlen je een indicatieve richting.

Probeer deze week één observatie. Elke keer dat er een bijtende zin uit je mond rolt, let je op twee dingen: wie het doelwit was en of die persoon eerder lachte dan jij of pas na jou. Na zeven dagen heb je een vrij nauwkeurige kaart van waar sarcasme nabijheid voor je maakt en waar het alleen het werk doet dat een gewoon gesprek zou moeten doen.

Aanbevolen test

Probeer: Humorstijlentest

Waarmee vermaak je jezelf en anderen? Vier humorstijlen en jouw mix.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Relaties en communicatie

We gebruiken cookies

Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid