Twee sanguinische types kunnen in hetzelfde overleg verder van elkaar af staan dan een sanguinisch en een flegmatisch type. Dat is geen fout in de typologie. Het primaire temperament is namelijk maar de helft van de informatie en de andere helft zit in de inslag, oftewel de component die er vlak achter zit.
Een zuiver type, waarbij één component de overige drie ver achter zich laat, kom je maar zelden tegen. Bij de meeste mensen liggen de twee hoogste getallen dicht bij elkaar en het tweede bepaalt hoe dat eerste temperament er op een gewone maandag uitziet.
Hoe de inslag wordt berekend
De vier temperamenten sluiten elkaar niet uit. Elk krijgt zijn eigen score op een schaal van honderd, dus het resultaat bestaat niet uit letters maar uit vier getallen naast elkaar. Het hoogste is het primaire temperament en het tweede in de rij telt als inslag, mits het er hooguit vijftien punten onder blijft.
Is het gat groter, dan gaat het om een zuiver type en houdt de beschrijving zich aan één component. Uit vier zuivere profielen en twaalf combinaties komen zestien mogelijke uitkomsten. Vergeleken met de klassieke vier hokjes is dat een veel fijner onderscheid: het verschil tussen cholerisch met flegmatische inslag en cholerisch met melancholische inslag herkent iedereen die met allebei heeft gewerkt.
De grens van vijftien punten is een afgesproken grens, geen natuurwet. Staat je primaire component op 78 en de tweede op 62, dan past de beschrijving van de inslag merkbaar losser dan bij iemand met 74 en 71. En liggen er zelfs drie getallen dicht bij elkaar, lees dat dan niet als een meetfout. Meestal gaat het om iemand die zich soepel aanpast aan de situatie, alleen tegen de prijs dat de omgeving moeilijker inschat wat er te verwachten valt.
Onze temperamenttest telt 24 vragen, kost ongeveer vier minuten en laat naast de primaire component en de inslag ook zien welke bij jou het laagst uitkwam. Waar de vier typen vandaan komen en waarom ze zich al tweeduizend jaar staande houden, staat in het overzicht van de vier temperamenten.
Drie keer een ander sanguinisch type
Neem twee mensen uit hetzelfde marketingteam. Ze praten allebei snel, ze lachen in het overleg allebei het hardst en bij allebei kwam de sanguinische component het hoogst uit. Maandagochtend komt er een mail dat de klant de campagne een maand uitstelt.
Femke belegt binnen tien minuten een overleg, schuift de deadlines om en verdeelt wie wat overneemt. Wouter leest dezelfde mail, haalt zijn schouders op en oppert dat de klant zich over twee weken toch weer meldt, dus waarom zou je je er nu druk om maken. Hetzelfde temperament, twee verschillende inslagen.
Zit er achter de sanguinische component een cholerische, dan krijgt het enthousiasme een deadline. Een idee blijft niet bij praten: tegen de avond is er een plan en iemand die eraan begint. De prijs betaal je in de toon: in het vuur van de zaak walst zo iemand soms ook over degene heen die als eerste met hem in het idee stapte.
Een flegmatische inslag werkt precies andersom. De openheid blijft, het volume gaat omlaag, en met zo iemand is het makkelijk, want hij maakt geen drama en is niet snel beledigd. Wat hij mist is een innerlijke motor, dus wat niet leuk en niet noodzakelijk is, blijft eindeloos liggen.
Ter vergelijking loont het om naar een zuiver sanguinisch type te kijken. Mensen vermaken, een groep bij elkaar krijgen en overal de betere kant van zien gaat hem zonder nadenken af, en precies die uitgesprokenheid is zijn zwakke plek. Zonder een strakke agenda en zonder iemand die naar deadlines vraagt, stapelt het onafgemaakte werk zich om hem heen sneller op dan hij het kan afsluiten. De inslag werkt in die zin als tegenwicht, en waar hij ontbreekt, ontbreekt hij ook echt.
Het bijzonderst is de melancholische inslag, omdat die van buitenaf niet te zien is. Naar buiten toe zie je de vrolijke kant, vanbinnen loopt een tweede en veel gevoeliger lijn, en het verschil tussen die twee is verrassend groot. Zo iemand kan zowel vermaken als begrijpen, alleen rijd je met hem in een achtbaan: enthousiasme tilt hem hoog op en één mislukte zin krijgt hem even snel weer onderuit.
Twaalf combinaties op een rij
De tabel volgt steeds dezelfde volgorde: eerst het primaire temperament, dan de inslag. De beschrijvingen zijn sterk ingekort en geen diagnose, en het gaat er vooral om wat de inslag aan het basiskarakter toevoegt en waar dat zich tegen hem keert.
| Combinatie | Wat de inslag toevoegt | Waar het vastloopt |
|---|---|---|
| Sanguinisch met cholerische inslag | Drang naar resultaat, van een idee is tegen de avond een plan | In het vuur walst hij ook over degene heen die met hem meeging |
| Sanguinisch met flegmatische inslag | Lichtheid zonder ophef, een ontspannen sfeer om zich heen | Saaie taken blijven eindeloos liggen |
| Sanguinisch met melancholische inslag | Gevoeligheid onder een vrolijk oppervlak, de gave om mensen te begrijpen | Stemmingswisselingen, één zin krijgt het hele enthousiasme onderuit |
| Cholerisch met sanguinische inslag | Kan mensen niet alleen aansturen maar ook meeslepen | De snelheid van zijn woorden, de ander onthoudt de zin precies |
| Cholerisch met flegmatische inslag | Twee snelheden, redt ook de lange afstand | De omgeving kan zich niet op tijd op zijn druk voorbereiden |
| Cholerisch met melancholische inslag | Snelheid gaat niet ten koste van kwaliteit | Hardheid naar anderen en naar zichzelf, een eigen fout blijft knagen |
| Flegmatisch met sanguinische inslag | Warmte en humor, mensen vertrouwen hem dingen toe | Stemt in voordat hij heeft uitgerekend wat het hem gaat kosten |
| Flegmatisch met cholerische inslag | Geeft in wezenlijke dingen geen millimeter toe | Laat pas van zich horen als zijn geduld op is, en dan scherp |
| Flegmatisch met melancholische inslag | Rustig oppervlak en aandacht voor details en voor stemmingen | Blijft veel langer alleen met een probleem zitten dan gezond is |
| Melancholisch met sanguinische inslag | Wat hij doordenkt, komt ook naar buiten, plus gevoel voor sfeer | Twee behoeftes tegenover elkaar: onder de mensen zijn en rust hebben |
| Melancholisch met cholerische inslag | Houdt de kwaliteit niet alleen vast maar verdedigt die ook | De kritiek komt aan nog voor de uitleg hoe ze bedoeld was |
| Melancholisch met flegmatische inslag | Je kunt hem alles toevertrouwen, hij luistert en oordeelt niet | De beslissing blijft zo lang liggen dat de tijd uiteindelijk beslist |
Probeer je te herinneren: wanneer beschreef iemand jouw karakter voor het laatst zo dat de eerste helft precies klopte en de tweede helemaal niet? Meestal zit daar geen slechte inschatting achter. Die persoon raakte de primaire component en miste de inslag.
Combinaties uit tegenoverliggende kwadranten
Dat sommige paren minder goed samengaan dan andere, is geen toeval. Hans Eysenck liet in de jaren vijftig en zestig zien dat de vier klassieke temperamenten zijn samen te stellen uit twee onafhankelijke dimensies: extraversie en emotionele stabiliteit. Het sanguinische type komt in zijn opvatting uit als stabiele extravert, het cholerische als labiele extravert, het flegmatische als stabiele introvert en het melancholische als labiele introvert.
Naburige paren verschillen maar in één dimensie. Sanguinisch en cholerisch zijn allebei extravert, alleen reageert de een rustiger. Sanguinisch en flegmatisch delen de stabiliteit en lopen uiteen in tempo en in de behoefte aan publiek. Zulke combinaties gaan in één mens makkelijk samen, omdat ze elkaar niet in de weg zitten.
Anders ligt het bij paren die in tegenoverliggende hoeken staan. Sanguinisch met melancholische inslag en cholerisch met flegmatische inslag verschillen in beide dimensies tegelijk. In één mens draaien dan twee verschillende standen: de ene keer zie je het sociale en onverwoestbare type, de andere keer degene die dingen lang in zijn hoofd meedraagt.
Het interessante daaraan is dat zo'n uitslag meestal geen meetfout is. Vaker is het een tamelijk precieze beschrijving van het verschil tussen wat er aan je te zien is en wat zich vanbinnen afspeelt. Mensen tegen wie hun omgeving steeds herhaalt hoe relaxed ze toch zijn, terwijl ze 's avonds één enkele zin uit het overleg van die middag afspelen, kennen dat.
Praktisch heeft dat verschil gevolgen voor de voorspelbaarheid. Bij naburige combinaties heeft de omgeving ongeveer door wat er te verwachten valt. Bij tegenoverliggende combinaties vergissen mensen zich, want ze onthouden de ene stand en de andere overvalt ze. Flegmatisch met cholerische inslag maakt dat regelmatig mee: het grootste deel van de tijd draait hij op een laag pitje, en als hij één keer aandringt, hebben collega's het gevoel dat er iets buitengewoons is gebeurd.
Waarom de volgorde uitmaakt
Sanguinisch met cholerische inslag en cholerisch met sanguinische inslag verschillen in de tabel alleen in de volgorde van twee componenten. In de praktijk gaat het om twee verschillende mensen.
De eerste steekt eerst anderen aan en begint pas te organiseren als de actie al loopt. De tweede beslist eerst en zoekt daarna de mensen die het met hem gaan trekken. Van buitenaf zie je in beide gevallen een energiek mens, vanbinnen loopt een andere motivatie: de een wil ergens samen in zitten, de ander wil het resultaat.
Bij het paar flegmatisch en cholerisch werkt het net zo. Cholerisch met flegmatische inslag kan aandringen en daarna weer op adem komen, dus hij redt de lange afstand waarop een puur cholerisch karakter eerder door zijn vuur heen is dan door het werk. Flegmatisch met cholerische inslag haast zich het grootste deel van de tijd niet en zet alleen door waar het hem werkelijk aan het hart gaat. De eerste is een kartrekker die heeft geleerd zijn krachten te sparen. De tweede een zachtaardig mens met één duidelijke grens.
Wat je praktisch met de inslag doet
Het nuttigst is meestal om te weten waar twee componenten in je met elkaar vechten. Melancholisch met sanguinische inslag wil onder de mensen zijn en tegelijk rust voor zichzelf hebben. Negeert iemand één van die behoeftes te lang, dan meldt die zich met vermoeidheid of prikkelbaarheid, terwijl hij de oorzaak zoekt in zijn werk of in zijn relatie.
Het tweede getal dat de moeite waard is om te lezen, is de laagste score. Die wijst op situaties die je meer energie kosten dan anderen. Wie de cholerische component het laagst heeft, stelt een vervelend gesprek uit, ook als uitstellen niet meer kan. Wie de melancholische het laagst heeft, ziet een kleinigheid over het hoofd die later meer kost dan de tijd die hij ermee bespaarde. Het is geen lijst met fouten om te repareren, eerder een kaart van de momenten waarop het loont om er iemand anders bij te halen.
De inslag komt ook in een ruzie van pas. De meeste conflicten tussen mensen met hetzelfde primaire temperament draaien namelijk niet om wat ze gemeen hebben, maar om dat tweede getal. Twee flegmatische types maken geen ruzie over tempo. Ze maken ruzie omdat een van hen een cholerische inslag heeft en in één bepaalde kwestie ook na een half jaar niet van plan is toe te geven.
Twijfel je welke van twee componenten bij jou bovenaan staat, onderzoek dan niet wat je van jezelf vindt, maar wat je daadwerkelijk doet in concrete situaties. Welke vragen je daarvoor het beste aan je omgeving stelt, staat in het stuk over hoe je erachter komt welk temperament je hebt. En op Eysencks twee dimensies sluit de vergelijking van temperament met de Big Five aan, waarin duidelijk wordt wat er van de antieke typologie standhield en wat niet.
De snelste huis-tuin-en-keukentest voor de inslag is één zin die je over jezelf zegt tegen een onbekende. Wie begint met “ik ben eigenlijk best rustig, maar...”, heeft daarmee al verraden dat hij de ene component als basis ziet en de andere als uitzondering op de regel. Die “maar” achter de komma is precies de inslag.

Česky
Slovensky
English
Polski
Deutsch
Español
Magyar
Italiano
Português
Nederlands