Wat deed je toen iemand voor het laatst een uur van tevoren jullie afspraak afzegde? Greep je naar je telefoon om meteen iets anders te regelen, of was je stiekem opgelucht dat je vrij was? Het antwoord op die ene vraag verraadt meer over je temperament dan een half uur nadenken over wat voor mens je nu eigenlijk bent.
Een temperament herken je namelijk niet aan wat je van jezelf vindt, maar aan wat je doet als je geen tijd hebt om na te denken. En dat zijn situaties die de meeste mensen zich niet eens herinneren, want ze zijn het onthouden niet waard.
Vier situaties waarin het zichtbaar wordt
Nuttig zijn de kleinigheden, niet de grote momenten. Het beste materiaal om jezelf te observeren leveren stress, een onbekende omgeving, conflict en verveling. In alle vier de gevallen gaat het om het moment waarop de aangeleerde beleefdheid wegvalt en tevoorschijn komt wat eronder zit.
Een onverwachte verandering. Je plan gaat niet door, er komt een mail met een verschoven deadline, je auto begeeft het de dag voor een reis. Let op de eerste twee minuten, niet op wat je een uur later doet. De een belt meteen en regelt, de ander wordt kwaad en beslist op staande voet, een derde wacht af of het zichzelf oplost, en een vierde begint in zijn hoofd af te spelen wat hier allemaal uit voort kan komen.
Onbekend gezelschap. Je komt op een feest waar je twee van de twintig mensen kent. Waar ga je staan en hoe lang duurt het voordat je een onbekende aanspreekt? En vooral: hoe voel je je na twee uur? Of je je dan opgeladen voelt of leeggezogen, is een verschil dat zich lastiger laat vervalsen dan een antwoord in een vragenlijst.
Conflict. Iemand schiet in een overleg een voorstel neer waar je een week aan hebt gewerkt. Zeg je het meteen hardop, maak je er een grap van, geef je toe en speel je het 's avonds in je hoofd nog eens af, of trek je je terug en verdedig je het voorstel helemaal niet meer? De reactie op tegenspraak hoort bij de stabielste kenmerken van een temperament.
Wachten in de rij. De alledaagsste test van allemaal, en daarom de eerlijkste. Bij de kassa in de supermarkt loopt een betaling vast en je staat vijf minuten stil. De een gaat met zijn boodschappen in de rij ernaast staan, een ander draait zich om naar de persoon achter hem en maakt een opmerking over zelfscankassa's. Een derde pakt zijn telefoon en het maakt hem niets uit, want over wachttijd denkt hij niet na. En de laatste rekent zwijgend uit hoeveel dit zijn avondplanning gaat verschuiven.
Voor alle vier de situaties geldt één regel: noteer je reactie dezelfde dag. Het geheugen schrijft ons na een paar dagen namelijk om tot een betere versie. Woede wordt achteraf een zakelijke opmerking, en een uur uitstelgedrag boven een spreadsheet gaat lijken op doordachte voorbereiding. Zo'n zin 's avonds in je telefoon zetten is een gedoe, maar een week later is het de enige onderbouwing die je kunt vertrouwen.
Precies hier zit een tegenintuïtief punt. De meeste mensen onderzoeken hun temperament aan de hand van grote situaties zoals een crisis op het werk of ruzie met hun partner. Alleen hebben we crises ingestudeerd: we weten wat er van ons wordt verwacht en we spelen een rol. In de rij bij het postkantoor let niemand op je, dus daar gedraag je je zoals je echt bent.
Waarom een zelfinschatting er zo vaak naast zit
Vraag vijf mensen wat hun temperament is en een deel gokt ernaast. Niet omdat ze zichzelf niet kennen. De beschrijving van een karakter dat we bewonderen leest nu eenmaal prettiger dan die van ons eigen karakter, en “sanguinisch” klinkt als iemand die iedereen aardig vindt. “Melancholisch” klinkt als een diagnose, ook al beschrijft het diepgang en zorgvuldigheid.
Daar komt nog iets bij. We antwoorden op basis van hoe we ons op het werk gedragen, want die modus hebben we het beste in beeld. Alleen verschillen gedrag in een vergadering en gedrag thuis bij heel wat mensen behoorlijk, en wat daarvan in een vragenlijst terechtkomt is vaak de stijl die je hebt ingestudeerd, niet de stijl die je de minste energie kost.
Simine Vazire (2010) beschreef die tegenstelling behoorlijk precies. In haar onderzoek vergeleek ze hoe goed iemand zichzelf inschat en hoe goed zijn omgeving hem inschat. Bij innerlijke zaken, zoals angst of wat er door je hoofd gaat voor het slapen, was de persoon zelf preciezer. Bij wat er van buitenaf te zien is, dus vooral bij uitingen van extraversie, waren anderen preciezer.
Voor de zoektocht naar je temperament volgt daar een vervelende conclusie uit. De melancholische component schat je zelf redelijk goed in, want die speelt zich in jou af. Of je overkomt als sanguinisch of als flegmatisch, moet je van iemand anders horen.
Hoe je je omgeving vraagt om je de waarheid te zeggen
De vraag “wat voor iemand ben ik?” werkt niet. Mensen antwoorden wat ze leuk aan je vinden, of wat ze netjes vinden om te zeggen. Je kunt de antwoorden redden door niet naar je karakter te vragen maar naar je gedrag in een concrete situatie.
- Als ik kwaad ben, zie je dat meteen, of pas doordat ik twee dagen vreemd doe?
- Wie in onze groep stelt meestal voor waar we heen gaan? En wie sluit zich aan?
- Als ik iets groters moet beslissen, vraag ik jou dan vooraf om je mening, of kom ik pas als het al beslist is?
- Kom ik op jou over als iemand die haast heeft, of als iemand op wie wordt gewacht?
- Wanneer heb ik jou voor het laatst iets beloofd wat ik daarna niet ben nagekomen?
Vraag het aan drie mensen uit verschillende delen van je leven. Het liefst je partner, een collega en een vriendin die je van school kent. Lopen de antwoorden uiteen, dan is dat geen fout. Het betekent dat je je in elke omgeving een beetje anders gedraagt, en het verschil tussen hoe je collega je ziet en hoe je oudste vriend je ziet, zegt op zichzelf al iets.
Wie kun je beter niet vragen? Iemand die van je afhankelijk is, en iemand met wie je op dit moment ruzie hebt. De eerste antwoordt wat je wilt horen, de tweede telt alles van de afgelopen maand bij elkaar op. De beste bron is meestal iemand die je graag mag en tegelijk afstand tot je houdt, dus typisch een oude vriend of een oud-collega. Let er bij de antwoorden op of die persoon je een concrete anekdote kan vertellen. Zo niet, dan praat hij over een indruk, niet over je gedrag.
Wanneer heb je voor het laatst iemand om feedback gevraagd en die ook echt willen horen? De meeste van die gesprekken lopen stuk op het moment dat je begint uit te leggen. Hou je stil en vraag alleen door naar een voorbeeld.
Een week en één notitieboekje
Zeven dagen zijn genoeg, mits je concreet observeert. Schrijf na elke dag één zin over één ding: wat je die dag het meest irriteerde. Niet wat het ergst was, maar wat je op de kast joeg.
Oponthoud? Chaos in de opdracht? Dat er steeds iemand staat te kletsen terwijl er werk ligt? Of dat niemand zag hoe moe het team was? Na zeven dagen klinkt in die notities steeds dezelfde klacht. Die wijst naar het temperament dat het verst van je af staat, want we ergeren ons het meest aan mensen die tegenovergesteld functioneren. Het jouwe ligt dan ongeveer aan de andere kant.
Renske, projectmanager uit Utrecht, wist zeker dat ze sanguinisch was. Graag onder de mensen, op bedrijfsfeesten als laatste weg, humor paraat. Toen ze een week noteerde, kwam eruit dat overhaast beslissen en vier planwijzigingen per dag haar het meest op de kast joegen. Haar collega's zeiden onafhankelijk van elkaar dat ze overkomt als iemand die rust uitstraalt en nooit ergens op aandringt. Uiteindelijk kwam er flegmatisch met sanguinische inslag uit, en dat klopte precies: sociaal, maar aangedreven door innerlijke rust, niet door de behoefte om steeds in beweging te zijn.
Wanneer een test helpt
Zelfobservatie heeft een plafond. Je ziet aan jezelf wat je die week toevallig dwarszit, en je mist een maatlat om de vier componenten onderling te vergelijken. Precies dat kan een vragenlijst wel: hij biedt dezelfde set vragen voor alle vier de temperamenten en drukt de verschillen ertussen in cijfers uit.
Onze temperamenttest telt 24 vragen, elke vraag beoordeel je op een vijfpuntsschaal en het geheel kost ongeveer vier minuten. Het resultaat bestaat niet uit letters maar uit vier scores op een schaal van honderd. De hoogste is je primaire temperament, de tweede in de rij telt als inslag mits die er hooguit vijftien punten onder blijft. Je krijgt dus een van zestien profielen, niet een van vier hokjes.
De vragen verraden daarbij niet wat er precies wordt gemeten, zodat de naam van een temperament je niet in de richting duwt van het antwoord dat je graag zou willen. Ideaal is om ze snel in te vullen, op je eerste reactie. Lang nadenken over een vraag betekent doorgaans dat je al aan je verdediging bouwt.
Dan nog wat de test niet is. Het is geen diagnostisch instrument en niets waarop je iemand voor een functie zou moeten selecteren. De vergelijking met andere mensen is indicatief en het resultaat heeft waarde als aanleiding om na te denken, niet als etiket voor je cv. Het verschil tussen de aangeboren basis en wat iemand zichzelf heeft aangeleerd, staat uitgebreider in het stuk over temperament en karakter.
Wat je met het resultaat doet
Het eerste nut is dat je een terugkerend probleem een naam geeft. Weet je dat je laagste component de cholerische is, dan hou je op jezelf luiheid te verwijten elke keer dat je een vervelend telefoontje uitstelt, en behandel je het als iets waarvoor je een werkwijze moet bedenken. Bijvoorbeeld door vervelende gesprekken aan het begin van de dag te zetten.
Het tweede nut ligt in relaties en in het team. Een verschil in tempo verklaart de meeste kleine conflicten beter dan vermeende kwade wil van de ander, en weet je dat een collega bedenktijd nodig heeft, dan lees je zijn zwijgen niet meer als desinteresse. Hoe twee verschillende componenten binnen één mens met elkaar vechten, laat het overzicht van temperamentcombinaties zien.
Eén toepassing werkt niet: temperament als excuusbriefje. De zin “ik ben nu eenmaal cholerisch” beschrijft een uitgangspunt, geen toestemming om tegen collega's te schreeuwen. Je aanleg bepaalt wat jou minder energie kost, niet wat je je kunt permitteren. Hoeveel je aan jezelf kunt veranderen en wat blijft, staat in het stuk over de vraag of je je temperament kunt veranderen.
Als je het resultaat gaat lezen, begin dan bij het laagste getal. Het hoogste getal vermoed je meestal wel, want daarin leef je elke dag, maar dat zwakste getal beschrijft situaties waarin elke stap je meer kost dan anderen. En juist daar valt met een kleine verandering van gewoontes het meest te winnen.

Česky
Slovensky
English
Polski
Deutsch
Español
Magyar
Italiano
Português
Nederlands