Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 19 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 19 tests op één plek

Startpagina / Gids / Persoonlijkheid en zelfkennis / Wat is HEXACO? Het zesfactorenmodel van persoonlijkheid
Persoonlijkheid en zelfkennis

Wat is HEXACO? Het zesfactorenmodel van persoonlijkheid

HEXACO beschrijft persoonlijkheid met zes trekken. De zesde, eerlijkheid-bescheidenheid, mist de Big Five. Zo lees je alle zes de cijfers.

De factuur is twee keer verstuurd en de klant heeft ze beide betaald. Het gaat om achthonderd euro en op het bankafschrift heeft nog niemand het gezien.

Daan valt het op dinsdagavond op. Voor de ochtend heeft hij de boekhoudster gemaild dat het geld terug moet, met de toevoeging dat de fout uit hun eigen systeem kwam. Bram zou op dezelfde plek zwijgen. Hij zou niets stelen, hij zou simpelweg niets doen en het aan de andere partij laten. En toch komen ze beiden op tijd, maken ze beiden af wat ze beloven en krijgen ze beiden nette beoordelingen van hun leidinggevende.

Als je die twee met de vijf trekken van het Big Five-model beschrijft, komen ze er bijna hetzelfde uit. Het verschil dat woensdagochtend zichtbaar werd, past niet in die vijf cijfers. Precies daarom heeft HEXACO zes factoren.

Zes lijnen waarop mensen verschillen

HEXACO is een persoonlijkheidsmodel dat iemand met zes brede trekken beschrijft. De letters in de naam zijn de beginletters van die factoren in het Engels en tegelijk een verwijzing naar een zeshoek: Honesty-Humility, Emotionality, eXtraversion, Agreeableness, Conscientiousness, Openness to Experience.

Net zo belangrijk is wat het model niet doet. Het geeft je geen type en geen hokje met een naam. Elk van die zes trekken is een schaal en jij ligt ergens tussen de twee uiteinden, in de overgrote meerderheid van de gevallen dichter bij het midden dan bij de rand. De uitkomst is daarom niet één woord maar zes cijfers, en pas hun onderlinge verhouding zegt iets.

Elke factor valt bovendien uiteen in vier smallere aspecten, die facetten worden genoemd. Twee mensen met een even hoge conscientieusheid kunnen erg van elkaar verschillen: de een heeft een voorbeeldig geordende agenda, de ander zwoegt van vroeg tot laat maar zoekt twintig minuten naar een contract. De brede trek geeft de richting aan, de facetten vertellen langs welke weg die precies loopt.

Een trek is daarbij geen stemming en geen losse gedraging. Als je drie nachten niet hebt geslapen, gedraag je je onaardig, ook al kwam je vriendelijkheid hoog uit. Het model beschrijft waar je naar terugkeert zodra de druk wegvalt, niet wat je doet in het slechtste uur van de maand.

En nog iets. Geen enkel uiteinde van een schaal is het goede. Lage emotionaliteit is onbetaalbaar bij ambulancepersoneel en hoge emotionaliteit aan het bed van iemand die sterft. Hoge openheid helpt bij het bedenken, lage bij het volgen van een procedure waar de veiligheid van afhangt. Zes cijfers zijn geen rapport.

Zes letters en wat eronder zit

Letter Naam Wat het omvat
H Eerlijkheid-bescheidenheid Fair spelen ook daar waar een louche stap nooit te herleiden zou zijn. Weerzin tegen het manipuleren van mensen voor eigen gewin, bescheidenheid en een zwakkere trek naar bezit en status.
E Emotionaliteit Angst voor fysiek gevaar, spanning onder druk, behoefte aan steun van naasten en emotionele binding met hen.
X Extraversie Hoe goed je je voelt tussen mensen en hoe makkelijk je jezelf in een groep laat gelden. Zin om te praten, energie in gezelschap, zekerheid in sociale situaties.
A Vriendelijkheid Wat je doet als iemand je benadeelt of kwaad maakt. Bereidheid om te vergeven, mildheid in kritiek, geduld en het vermogen om toe te geven.
C Conscientieusheid Orde, volharding, zorgvuldigheid en afwegen voor een besluit. Hoe ver vooruit je plant en hoe streng je op kwaliteit let.
O Openheid Belangstelling voor het nieuwe en het ongewone. Nieuwsgierigheid, fantasie, gevoeligheid voor schoonheid en de zin om een ingeburgerde werkwijze in twijfel te trekken.

Vijf van de zes zullen je waarschijnlijk bekend voorkomen, want in vergelijkbare vorm kennen andere persoonlijkheidsmodellen ze ook. Nieuw is H, en het is de moeite waard om daar nog even bij stil te staan.

Hoge eerlijkheid-bescheidenheid betekent vier dingen tegelijk: je zegt dingen rechtstreeks, ook als een complimentje je meer zou opleveren, je gebruikt anderen niet voor je eigen gewin, luxe als bewijs van succes trekt je niet en je hebt niet het gevoel dat jou een speciale behandeling toekomt. Een lage score maakt van niemand een misdadiger. De meeste mensen in de onderste helft van de schaal zullen nooit iets stelen, ze bewegen zich alleen wat gemakkelijker door de grijze zone: ze vleien een baas van wie ze niets denken, ze buigen een regel als het voordeel groot genoeg en het risico klein is, en in een conflict grijpen ze naar een argument waar ze zelf niet in geloven.

Je kunt de uitslag ook anders lezen dan letter voor letter. Beslissend is namelijk de combinatie. Hoge extraversie samen met een hoge H levert iemand op die een hele zaal voor zich wint en de cijfers toch niet mooier maakt dan ze zijn. Dezelfde extraversie met een lage H ziet er van buiten precies zo uit, tot het over geld begint te gaan. Bijna even nuttig is je laagste cijfer, want dat wijst naar de situaties waarin elke stap jou meer energie kost dan anderen. Wie de vriendelijkheid onderaan heeft staan, beslecht conflicten snel en vaak onnodig scherp. Wie de emotionaliteit onderaan heeft staan, gaat rustig door een crisis en begrijpt tegelijk niet waarom iedereen om hem heen zo lijdt.

Wat er allemaal onder deze factor valt en hoe je hem in een gewone week herkent, behandelt een apart stuk over wat eerlijkheid-bescheidenheid meet.

Hoe de zesde factor in een woordenboek werd gevonden

Achter het hele model zit een idee dat de lexicale hypothese heet. Het klinkt verrassend eenvoudig: waar mensen op de lange duur belang aan hechten, daar bedenkt de taal een woord voor. Wil je dus weten waarin mensen werkelijk verschillen, dan hoef je geen theorie te verzinnen. Je pakt een woordenboek en telt welke bijvoeglijke naamwoorden aan elkaar vastzitten.

Precies zo gingen de onderzoekers te werk. Ze haalden honderden woorden uit de taal waarmee karakter wordt beschreven, lieten grote groepen mensen zichzelf en hun bekenden beoordelen, en zochten daarna welke woorden bij elkaar bleven. In het Engels kwamen er in de jaren tachtig en negentig herhaaldelijk vijf groepen uit, vandaag bekend als de Big Five. Het leek klaar.

Daarna liet iemand dezelfde methode los op andere talen. In het Koreaans, Hongaars, Italiaans, Nederlands, Pools, Frans en Duits liet een zesde groep woorden zich horen die niet in de vijf wilde passen: oprecht, hebberig, verwaand, hypocriet, bescheiden. De Canadese psychologen Michael Ashton en Kibeom Lee brachten die bevindingen samen en publiceerden ze vanaf de eeuwwisseling als een zesfactorenstructuur; hun overzichtsartikel over zeven talen verscheen in 2004.

Hier komt het contra-intuïtieve deel. Niemand was op zoek naar een zesde factor en hij kwam niet uit een theorie over moraal. Hij viel uit het tellen van woorden, en dat vooral omdat het vak eindelijk niet meer op het Engels leunde. Toen later ook de Engelse lijst met bijvoeglijke naamwoorden werd uitgebreid, liet eerlijkheid-bescheidenheid zich daar eveneens horen. Voor een breder publiek vatten Ashton en Lee het model in 2012 samen in het boek The H Factor of Personality.

Waar HEXACO en de Big Five uiteenlopen

Je zou denken dat HEXACO de Big Five plus één schaal is. Dat is het niet. Het toevoegen van de zesde factor heeft ook twee van de oorspronkelijke verschoven.

Het duidelijkst is dat te zien aan woede. In de vijffactorenlezing horen opvliegendheid en prikkelbaarheid bij neuroticisme, dus bij emotionele instabiliteit. HEXACO verplaatst ze ergens anders naartoe: wie om een kleinigheid ontploft, heeft lage vriendelijkheid. Voor emotionaliteit blijven dan zorgen, spanning, gevoeligheid en de behoefte om op iemand te kunnen leunen over. Je kunt dus iemand zijn die vliegangst heeft, huilt bij films en in tien jaar zijn stem niet heeft verheven.

De tweede verschuiving betreft wat er achter het woord “aardig” schuilt. De Big Five gooit vriendelijkheid en het feit dat iemand niet ontploft op één schaal. HEXACO houdt die twee vragen apart. Vriendelijkheid antwoordt op de vraag wat je doet als iemand je heeft benadeeld. Eerlijkheid-bescheidenheid op de vraag wat je doet als je iets kunt binnenhalen ten koste van een ander en niemand meekijkt.

Het verschil tussen die twee is in de praktijk behoorlijk groot. Iemand met een hoge H en een lage A stort het te veel betaalde bedrag terug en zegt je meteen daarna zonder omhaal wat hij van je boekhouding vindt. Iemand met een lage H en een hoge A is aardig tegen iedereen, maakt nooit ruzie en snijdt er ondertussen stil zijn eigen stuk af. Een uitgebreide vergelijking van beide modellen, inclusief wanneer je naar welk model grijpt, vind je in het stuk HEXACO versus Big Five.

De overige drie factoren overlappen tamelijk trouw. Extraversie, conscientieusheid en openheid betekenen in beide modellen ongeveer hetzelfde, dus als je je Big Five-scores kent, heb je een groot deel van de uitslag eigenlijk al.

Wanneer het zesde cijfer de moeite waard is

De grootste praktische winst levert HEXACO daar waar het om gedrag met gevolgen gaat. De onderzoekslijn rond Ashton en Lee vindt telkens weer een verband tussen lage eerlijkheid-bescheidenheid en dingen die niemand op het werk wil: bedrog in experimenten, het omzeilen van regels, handelen ten koste van collega's. Interessant is dat conscientieusheid dat verschil niet oppikt. Een zorgvuldig en betrouwbaar mens kan precies zo fair zijn als het hem op dat moment uitkomt.

Diezelfde factor duikt ook in een ander verband op. Toen psychologen vroegen wat machiavellisme, narcisme en psychopathie met elkaar delen, kregen ze een antwoord dat klinkt alsof het uit HEXACO is overgeschreven: de gemeenschappelijke kern van de zogeheten donkere triade ligt heel dicht bij het onderste uiteinde van de H-schaal.

Privé is het paar E en A vaak nuttiger. Neem Sanne en Thijs. Als de auto drie dagen voor de vakantie kapot gaat, ligt Sanne tot diep in de nacht wakker en loopt ze alle varianten hardop door. Thijs vindt dat onnodig drama en regelt het pas in de ochtend met één telefoontje naar de garage. Sanne leest daarin dat het hem allemaal niets kan schelen, Thijs leest daarin dat er met haar niet te praten valt. Geen van beiden is zwak of gevoelloos. Ze verschillen in één cijfer en maken er al vijftien jaar ruzie over.

Naast zelfkennis en relaties komen de zes factoren nog in een aantal situaties goed van pas:

  • Als je een team samenstelt en wilt weten waar niemand daarbinnen op zal letten, omdat iedereen conscientieusheid en openheid gelijk heeft staan.
  • Gesprekken over geld, het verdelen van bonussen of aandelen. Daar komen verschillen in H eerder aan de oppervlakte dan waar ook.
  • Begrijpen waarom werk waarin je objectief goed bent je uitput. Daarachter zit vaak geen onvermogen, maar een trek die in een situatie is getrokken die er niet bij past.
  • Feedback, want dezelfde zin landt volstrekt anders bij iemand met hoge vriendelijkheid dan bij iemand die elke opmerking als aanval opvat.

Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Een klein bedrijf neemt een verkoper aan die in het gesprek de kamer laat oplichten en in het eerste kwartaal de meeste contracten van het hele team sluit. Een jaar later blijkt dat de helft van zijn klanten weggaat, omdat hij ze dingen heeft beloofd die het product niet kan. In de contracten heeft niemand gelogen, het loonde alleen in elk afzonderlijk gesprek om iets te overdrijven. Achteraf is die combinatie makkelijk te benoemen: veel X, weinig H. Vooraf niet, en dat is precies de reden waarom een sollicitatiegesprek zo iemand betrouwbaar beloont en waarom het verschil pas opduikt op het moment dat in plaats van nieuwe contracten de verlengde worden geteld.

Wanneer had je voor het laatst de kans om iets binnen te halen ten koste van een ander, zonder dat het ooit zou uitkomen? En wat gaf toen de doorslag, het risico of iets anders? Wil je weten waar je op die zes schalen ligt: onze HEXACO-test heeft 60 vragen en kost ongeveer acht minuten.

Waar het model tegen grenzen loopt

De eerste grens is de manier van meten. Je antwoordt zelf over jezelf, dus de uitslag is jouw verklaring en geen observatie. Bij vijf van de factoren hindert dat meestal niet. Bij eerlijkheid-bescheidenheid hindert het erg, want van de zes is die het makkelijkst te doorzien: iedereen ziet welk antwoord er beter uitziet. Zodra de uitslag gevolgen heeft, bijvoorbeeld in een sollicitatieprocedure, verschuiven de cijfers. HEXACO als leugendetector voor kandidaten gebruiken heeft daarom geen zin.

De tweede beperking is de breedte. Zes factoren zijn een handzaam overzicht, maar ze middelen details weg waar het in het dagelijks leven om gaat. Twee identieke uitslagen op openheid kunnen toebehoren aan iemand die filosofie leest en een wijziging in het menu niet verdraagt, en net zo goed aan iemand die helemaal niet leest en elk jaar van land verhuist.

Het model beschrijft daarnaast, het verklaart niet. Het vertelt je waarin mensen onderling verschillen en hoe uitgesproken, maar het antwoordt niet op de vraag waarom het bij jou zo is uitgevallen en wat je ermee moet. Trekken veranderen langzaam in de tijd, eerder in jaren dan in maanden, dus de uitslag is een momentopname en geen vonnis.

De vakinhoudelijke eensgezindheid is bovendien niet volledig. Een deel van de psychologen houdt tot op vandaag vol dat de vijffactorenoplossing genoeg is en dat eerlijkheid-bescheidenheid slechts een randstuk van vriendelijkheid vormt. De strijd wordt gevoerd over data uit afzonderlijke talen en is nog niet beslecht. Wie beweert dat zes definitief juist is, loopt vooruit op de feiten.

En een laatste ding: HEXACO is geen diagnostiek. Het zegt niets over geestelijke gezondheid, het hoort niet in een behandelkamer en het mag niet het enige criterium zijn wanneer er over mensen wordt beslist. Neem de vergelijking met anderen als indicatie, niet als een exacte plek in de bevolking.

Voordat je welke vragenlijst dan ook invult

Probeer één oefening. Kies drie mensen die je goed kent en gok bij ieder van hen maar twee dingen: hoe hij reageert als iemand hem benadeelt, en wat hij doet als hij iets kan binnenhalen en niemand het controleert. Bij de eerste gaat het bijna vanzelf. Bij de derde ontdek je vermoedelijk dat je vooral weet hoe aangenaam hij is. Precies op dat punt houden vijf factoren op te volstaan.

Aanbevolen test

Probeer: HEXACO-persoonlijkheidstest

Ontdek meer over jezelf - de test is gratis en je resultaten zie je meteen.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Persoonlijkheid en zelfkennis