Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 19 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 19 tests op één plek

Startpagina / Gids / Psychologie en welzijn / Temperament, karakter en persoonlijkheid: het verschil
Psychologie en welzijn

Temperament, karakter en persoonlijkheid: het verschil

Temperament bepaalt hoe snel je reageert, karakter wat je daarna doet. Waar de grens ligt en waarom je temperament nooit als excuus telt.

“Sorry, ik ben nu eenmaal cholerisch.” Die zin valt in een overleg, een minuut nadat de spreker een collega halverwege afkapte en haar voorstel van tafel veegde als tijdverspilling. Het klinkt als een verklaring, maar het plakt twee verschillende dingen aan elkaar: je temperament bepaalt hoe snel je bloeddruk stijgt, je karakter bepaalt wat je in de drie seconden daarna doet.

In het dagelijks taalgebruik zijn die begrippen allang versmolten. “Hij heeft een sterke persoonlijkheid” betekent stemvolume en zelfverzekerdheid, “hij heeft karakter” betekent dat hij je niet laat vallen, en zeggen ze over iemand dat hij temperament heeft, dan wordt daar meestal mee bedoeld dat hij met deuren slaat. De psychologie gaat anders met dat drietal om, en dat is geen muggenzifterij. Het verschil ertussen bepaalt wat zin heeft om aan jezelf te veranderen en wat tijdverspilling is.

De oorspronkelijke betekenis van het woord is trouwens precies het tegenovergestelde van de huidige. Het Latijnse temperamentum betekent de juiste menging, dus een evenwichtige verhouding. Temperament hebben betekende ooit dus niet dat je explosief was, maar dat je sappen in balans waren.

Temperament: waarmee je ter wereld kwam

Temperament is een aangeboren reactiestijl. Het beschrijft niet wat je denkt of waarin je gelooft, maar hoe een reactie zich bij jou voltrekt: hoe snel ze aanslaat, hoe sterk ze is, hoe lang ze naklinkt en hoeveel prikkels je aankunt voordat je overbelast raakt.

De Amerikaanse psychologe Mary Rothbart definieerde het als een combinatie van twee componenten: reactiviteit en zelfregulatie. Reactiviteit is wat er vanzelf in je losgaat, nog voordat je iets hebt kunnen afwegen. Zelfregulatie is het vermogen om die golf af te remmen, om te buigen of uit te zitten. Het eerste deel is jarenlang stabiel, het tweede rijpt geleidelijk en valt te trainen.

Dat die basis vanaf het begin bestaat, liet Jerome Kagan het duidelijkst zien. In zijn langlopende onderzoek volgde hij baby's van vier maanden en onderscheidde hij hoogreactieve en laagreactieve kinderen naar de kracht waarmee ze op nieuwe prikkels reageerden. Die eenvoudige indeling voorspelde nog vele jaren later de mate van terughoudendheid en voorzichtigheid, hoewel de kinderen intussen door verschillende gezinnen en scholen waren gegaan.

Het is de moeite waard om ook te zeggen wat temperament niet is. Het zegt niets over intelligentie, over vaardigheden of over hoe goed je je werk doet, en het bepaalt evenmin je meningen en waarden. Een langzaam en voorzichtig mens kan in zijn beslissingen moediger zijn dan een snel type, want moed meet je niet aan tempo maar aan wat iemand riskeert.

Naar het klassieke viertal temperamenten laat zich dat vrij rechtstreeks vertalen. Hans Eysenck liet in de jaren vijftig zien dat de oude typen zijn te beschrijven met twee assen: extraversie en emotionele stabiliteit. Het sanguinische type komt uit als stabiele extravert, het cholerische als labiele extravert, het flegmatische als stabiele introvert en het melancholische als labiele introvert. Die geschiedenis staat uitgebreider in het overzicht van de vier temperamenten.

Karakter: wat je ervan hebt gemaakt

Het Griekse charaktèr duidde een ingekerfd teken aan, een stempel op een munt. Dat beeld klopt nog steeds. Karakter is de afdruk die opvoeding, omgeving en vooral je eigen herhaalde beslissingen in je hebben achtergelaten.

Daar horen waarden, morele opvattingen en gewoontes bij. Of je je woord houdt als het je slecht uitkomt. Of je een fout toegeeft die niemand zou ontdekken. Of je tijd voor iemand maakt op het moment dat je zelf uitgeput bent. Niets daarvan is je vooraf gegeven en niets daarvan kom je te weten door iemands tempo of prikkelbaarheid te meten.

De tweedeling heeft ook moderne wetenschappelijke steun. De psychiater Robert Cloninger stelde in de jaren negentig voor om beide niveaus apart te beschrijven: temperament als automatische emotionele reacties die vroeg verschijnen en blijven, en karakter als een stelsel van doelen, waarden en zelfbeelden dat een heel leven wordt opgebouwd. Hij voerde onder meer aan dat twee mensen met hetzelfde temperamentprofiel zich in hun leven volstrekt verschillend gedragen, afhankelijk van hoe rijp hun karakter is.

Eén ding aan karakter verrast: het is het best zichtbaar precies daar waar het tegen het temperament in gaat. Een rustig excuus van iemand die binnen een seconde opvlamt, weegt zwaarder dan een rustig excuus van een flegmatisch type dat die situatie eigenlijk niet eens van zijn stuk bracht. De waarde van een beslissing meet je aan wat ze je heeft gekost.

Persoonlijkheid: het geheel waarin die twee elkaar treffen

Persoonlijkheid is het overkoepelende begrip. Gordon Allport definieerde het in 1937 als de dynamische organisatie van psychofysische systemen die bepaalt hoe iemand zich aan de wereld aanpast. Temperament noemde hij in zijn definitie het deel dat het sterkst aan de biologische aanleg is gebonden, en dus het meest erfelijk.

De huidige kijk werkt dat uit in lagen. Dan McAdams en Jennifer Pals (2006) beschreven persoonlijkheid als drie verdiepingen op elkaar: basistrekken, dan de zogeheten karakteristieke adaptaties (doelen, waarden, rollen, copingstrategieën) en tot slot het levensverhaal dat iemand over zichzelf vertelt. Temperament zit op de begane grond, karakter op de middelste en de bovenste verdieping. Persoonlijkheid is het hele bouwwerk.

Temperament Karakter Persoonlijkheid
Wat het beschrijft Hoe je reageert: tempo, kracht van de reactie, hoe lang het naklinkt Wat je met die reactie doet en waarop je je keuze baseert Het totaalbeeld inclusief rollen, interesses en levensverhaal
Waar het vandaan komt Grotendeels uit de biologische aanleg Uit opvoeding, ervaring en herhaalde keuzes Uit beide plus omgeving en cultuur
Wanneer het zichtbaar is Vanaf de eerste levensmaanden Vanaf de kleuterleeftijd, rijpt tientallen jaren door Het duidelijkst op volwassen leeftijd
Hoe het verandert De kern blijft, de uitingen veranderen Langzaam, maar gericht te beïnvloeden Schuift mee met leeftijd, rollen en ervaring
Valt erover te oordelen? Nee, geen type is beter dan een ander Ja, hier gaat het over eerlijkheid en betrouwbaarheid Slechts gedeeltelijk en altijd met context
Voorbeeld in één zin “Ik ontplof binnen drie seconden.” “Maar ik bied mijn excuses aan en neem de volgende keer een pauze.” “Ik ben een direct mens, en mensen vertrouwen me omdat ik sorry kan zeggen.”

Waarom “ik ben nu eenmaal cholerisch” niet als excuus telt

Laten we die redenering doortrekken. Als een temperament werkelijk je gedrag bepaalde, zouden alle cholerische mensen zich hetzelfde moeten gedragen. Je hoeft maar in twee kantoren te kijken.

Peter en Sander geven allebei leiding aan een team en hebben allebei een korte lont. Er komt een fout in de stukken en ze lopen allebei binnen een seconde rood aan. Peter schrijft een scherp bericht in de groepschat en is vervolgens twee dagen bezig met de vraag waarom mensen alleen nog via een tussenpersoon met hem praten. Sander heeft zichzelf een eigen werkwijze aangeleerd: hetzelfde in een leeg document typen, opstaan, koffie halen en pas dan beslissen wat hij verstuurt. Hij verstuurt ongeveer een derde van de oorspronkelijke tekst en de zaak is voor de lunch opgelost.

Het temperament deed bij allebei hetzelfde. Ze gingen pas uiteen in wat ze met die golf deden. En precies in dat verschil ligt het karakter, want Sanders werkwijze is geen geschenk van de natuur maar een gewoonte die hij ooit heeft ingevoerd en daarna honderd keer heeft herhaald.

Het excuusbriefje heeft nog een zwakke plek, namelijk zijn selectiviteit. Bijna niemand gebruikt het voor een kleine oneerlijkheid of voor het feit dat hij vergat zijn moeder te bellen. Het komt vooral tevoorschijn bij dingen die we toch al liever niet aanpakken. Wanneer hoorde je iemand voor het laatst zeggen: “Sorry, ik ben flegmatisch, dus ik heb die beslissing niet genomen en iemand anders heeft hem voor mij genomen”?

Eén versie van die zin is wel zinnig, en dat hangt af van wanneer hij valt. “Ik praat snel en val soms in de rede, dus hou me alsjeblieft tegen” is informatie vooraf, die de ander het leven makkelijker maakt. “Ik viel je in de rede omdat ik cholerisch ben” is hetzelfde achteraf gezegd en werkt als een manier om het onderwerp af te sluiten. Het verschil tussen een waarschuwing en een smoes zit volledig in de timing.

Een bruikbare vuistregel luidt zo. Temperament verklaart waarom je die neiging had. Het verklaart niet waarom je eraan toegaf.

Wat je met je temperament kunt doen als je het niet kunt inruilen

Werken aan je eigen temperament richt zich niet op de reactie zelf, die is doorgaans sneller dan je bewustzijn. Het richt zich op de drie seconden erna en op de omgeving waarin je je beweegt. Een paar aanpakken werken dwars door de typen heen:

  • Ken je eigen waarschuwingssignaal. Een gespannen kaak, versnelde ademhaling, de neiging om de kamer uit te lopen of juist de behoefte om nu het laatste woord te hebben.
  • Bouw één mechanische hindernis in tussen prikkel en antwoord. Schrijven maar niet versturen. Opstaan. De beslissing tot de ochtend uitstellen.
  • Kies je omgeving in plaats van in een ongeschikte omgeving met jezelf te vechten. Een hoogreactief mens heeft meer aan een voorspelbaar ritme dan aan nog een ronde goede voornemens.
  • Spreek het vooraf af met de mensen om je heen. De zin “als ik te snel praat, hou me tegen” bespaart een hoop uitleg achteraf.
  • Leer herstellen. Een snel en concreet excuus kost minder energie dan een week gespannen stilte.

Hoeveel daarvan werkelijk te veranderen valt en wat blijft, staat in het aparte stuk over de vraag of je je temperament kunt veranderen. Kort gezegd: de basale reactiviteit houdt stand, het repertoire aan reacties groeit je hele leven door.

Zo weet je wat bij jou temperament is en wat alleen gewoonte

Het praktische onderscheid steunt op drie vragen. Komt het in allerlei situaties terug, thuis net zo goed als op het werk? Herken je het bij jezelf al uit je kindertijd? En slaat het aan voordat je iets hebt kunnen afwegen? Drie keer ja wijst op temperament. Hangt de zaak aan één omgeving of aan één levensfase, dan gaat het eerder om een aangeleerd patroon dat je kunt afleren.

De zelfinschatting zit er daarbij vaker naast dan je verwacht, want we beoordelen onszelf naar wie we zouden willen zijn. Een stil mens die zich op zijn daadkracht laat voorstaan, beschrijft zichzelf als cholerisch. Een snel type dat het beeld van de evenwichtige stoïcijn mooi vindt, rekent zichzelf tot de flegmatische typen. Juist daarom loont het om je eigen indruk te vergelijken met antwoorden op concrete situaties: de temperamenttest telt 24 vragen en kost ongeveer vier minuten, en het resultaat is het hoofdtype met zijn inslag. Andere manieren om daarachter te komen, beschrijft het stuk over hoe je erachter komt welk temperament je hebt, en wie een fijnere maatlat wil dan vier hokjes, vindt die in de vergelijking van temperament met het Big Five-model.

Hou een week lang een notitie in twee kolommen bij. Links de situatie die je op de kast joeg of naar beneden trok, rechts wat je ermee hebt gedaan. De linkerkolom laat je na zeven dagen je temperament zien, in al zijn herhaling. De rechter laat je karakter zien, en vooral waar daarin nog een lege plek zit.

Aanbevolen test

Probeer: Temperamenttest

Ontdek meer over jezelf - de test is gratis en je resultaten zie je meteen.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Psychologie en welzijn