Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 19 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 19 tests op één plek

Startpagina / Gids / Persoonlijkheid en zelfkennis / Zo vind je je DISC-stijl (en waarom mensen ernaast gokken)
Persoonlijkheid en zelfkennis

Zo vind je je DISC-stijl (en waarom mensen ernaast gokken)

Je DISC-stijl vinden: waarom een eigen inschatting vaak mist, hoe je de test invult, wat je uit je omgeving en je gedrag haalt en hoe je het leest.

Daan wist zeker welke letter hij zou krijgen nog voordat hij de eerste vraag opende. Hij beslist snel, heeft een hekel aan lange vergaderingen en neemt op een afspraak meestal als eerste het woord. Duidelijk een D.

De test gaf iets anders. Invloed eindigde het hoogst, daar vlak achter stabiliteit, en dominantie kwam pas op de derde plaats. Zijn eerste reactie was dat de test niet deugde.

Maar toen hij naliep waar hij zijn inschatting op had gebaseerd, begon het te kloppen. De snelheid die hij voor besluitvaardigheid houdt, is vooral de zin om iets meteen en hardop door te nemen. Hij neemt als eerste het woord omdat stilte in een kamer hem niet bevalt. En moet er iemand overstemd worden, dan laat hij dat meestal aan een ander.

Je eigen stijl inschatten lijkt een makkelijke opgave. Het addertje is dat we onszelf beoordelen op onze bedoeling, terwijl DISC gedrag beschrijft dat van buitenaf aan je te zien is. Daar zit doorgaans een groter gat tussen dan je verwacht.

Waarom een eigen inschatting er zo vaak naast zit

Je vergelijkt jezelf met de mensen om je heen

Als je in een vragenlijst antwoordt dat je snel handelt, heb je geen absolute maat in je hoofd. Je hebt de mensen in je hoofd met wie je op kantoor zit.

De psychologen Steven Heine, Darrin Lehman, Kaiping Peng en Joseph Greenholtz wezen in 2002 op dat mechanisme onder de naam referentiegroepeffect. Op subjectieve schalen meten mensen zich automatisch aan de omgeving waarin ze leven. Zij lieten het zien bij het vergelijken van culturen, maar dezelfde valkuil ligt binnen één team klaar.

Een boekhouder die tussen analytische collega's werkt, vindt zichzelf de snelle en doortastende van het stel. Dezelfde persoon zou op een verkoopafdeling dezelfde vragen anders beantwoorden, omdat de vergelijking dan loopt met mensen die de klant bellen voordat ze de opdracht hebben uitgelezen. Er verandert niets aan die persoon, alleen aan de maatstaf.

Je leest de beschrijving die je zou willen hebben

De stijlbeschrijvingen zijn zo geschreven dat geen van alle als een gebrek overkomt. Toch willen de meeste mensen er liever één hebben dan de andere. In een werkomgeving is dat doorgaans D, omdat woorden als besluitvaardigheid, drang naar resultaat en verantwoordelijkheid voor de uitkomst beter staan op een cv dan geduld. Wie zich in stijl D wil herkennen, leest die beschrijving via zijn goede dagen en knikt instemmend.

Geef nu eens eerlijk antwoord: hoeveel van wat je hardop over je gedrag zou zeggen, beschrijft hoe je je echt gedraagt, en hoeveel hoe je je wilt gedragen?

Je vult het in vanuit één rol

Gedrag laat zich aanpassen, en de meeste mensen doen dat op hun werk zo lang dat de aangeleerde versie natuurlijk gaat voelen. Een servicemonteur die thuis met niemand in discussie gaat, kan op zijn werk tien jaar achtereen hard onderhandelen over deadlines, want anders zou niemand ze halen.

Het resultaat is de stijl die je hebt geoefend, niet de stijl die je de minste energie kost. De oplossing is niet om de test twee keer in te vullen en te hopen dat de cijfers elkaar ergens vinden. Het is genoeg om vooraf één omgeving te kiezen en de hele test vanuit die omgeving te beantwoorden.

Wat een vragenlijst wel en niet kan

Een vragenlijst repareert niet hoe je jezelf ziet. Maar hij kan één nuttig ding: hij vraagt je niet naar een letter, hij vraagt naar concrete situaties. Daarmee valt de inschatting uiteen in tientallen kleine keuzes, waarbij een zelfbeeld zich slechter staande houdt dan bij die ene vraag “wat voor iemand ben ik”.

Onze DISC-test telt 32 vragen, acht per stijl, en je antwoordt op een vijfpuntsschaal. Elke stijl krijgt een eigen getal van nul tot honderd, dus er rolt geen etiket uit maar vier waarden naast elkaar. Waar de vier stijlen vandaan komen en waar het model ophoudt, staat samengevat in het stuk over wat DISC is.

Om er een bruikbaar resultaat uit te krijgen, loont het om een paar dingen in de gaten te houden:

  • Antwoord vanuit de afgelopen maand, niet vanuit je beste dagen.
  • Houd één omgeving aan. Meestal ligt werk voor de hand, daar is het model voor ontstaan.
  • Denk niet langer dan een paar seconden over een item na; het eerste antwoord klopt vaker dan het beredeneerde.
  • Probeer niet te raden wat een vraag meet. Juist daarom staan de items door elkaar.

De tweede bron die vergeten wordt

De psycholoog Simine Vazire vergeleek in 2010 wie iemands karakter nauwkeuriger raakt: die persoon zelf of zijn omgeving. Het antwoord hangt af van de eigenschap. Bij innerlijke dingen, zoals angstigheid, is de persoon zelf het nauwkeurigst. Bij eigenschappen waar een oordeel aan hangt, zoals intellect, zaten vrienden er dichterbij. En bij extraversie, dus bij wat van iemand te zien is, waren beide kanten ongeveer even nauwkeurig.

Voor DISC volgt daaruit een behoorlijk praktische conclusie. Het model beschrijft gedrag aan de oppervlakte, dus de mening van een collega is niet zomaar een indruk maar volwaardig materiaal.

Vraag alleen niet “welke stijl denk je dat ik heb”. De meeste mensen weten niet waar het over gaat en antwoorden zo dat je niet boos wordt. Vraag naar concrete dingen:

  • Als ik je een bericht stuur, is dat eerder kort of uitgebreid?
  • Wat hoor je vaker van me: wanneer het af is, of wat de anderen ervan vinden?
  • Wanneer heb ik je voor het laatst opgehouden? En wanneer heb ik je juist overreden?
  • Waar zou ik mee moeten stoppen zodat het prettiger werkt met mij?

Vraag het aan twee mensen uit verschillende omgevingen, het liefst een collega en iemand uit je gezin. Zijn ze het eens, dan heb je je antwoord. Lopen ze uiteen, dan heb je iets ontdekt dat nog waardevoller is, namelijk dat je gedrag tussen die twee werelden flink verschilt.

De derde bron: je eigen sporen

Gedrag laat een spoor na dat je ook zonder hulp van anderen kunt lezen. Open je map met verzonden berichten en loop de laatste twintig werkmails door. Hoe lang zijn ze? Beginnen ze met de conclusie of met de context? En als er iets opgelost moest worden, heb je toen geschreven of de telefoon gepakt?

Het tweede spoor is je agenda. Hoeveel van vorige week bracht je met mensen door, en hoeveel alleen met werk waar niemand zich mee bemoeide? Wie meteen een afspraak inplant, gedraagt zich anders dan wie liever een document stuurt en op reacties wacht.

Spoor uit de afgelopen maand Wijst eerder op
Berichten van drie zinnen, met de conclusie meteen op de eerste regel D
In plaats van te typen pak je de telefoon, want zo praat het makkelijker I
Je vraagt wat een verandering doet met de mensen die er al een week aan werken S
Voor je antwoordt, zoek je de cijfers en de bron erbij C

Het laatste spoor is vermoeidheid. Welke dag heeft je meer uitgeknepen: die met zeven gesprekken, of die alleen doorgebracht met een spreadsheet? Het gedrag dat je de minste energie kost, is meestal het gedrag waarin uiteindelijk je hoogste getal uitkomt.

Zo lees je het resultaat

Het resultaat bestaat niet uit letters maar uit vier getallen, en de verschillen ertussen zeggen meer dan hun volgorde. De hoogste stijl is de primaire. Blijft de tweede in de rij binnen vijftien punten daaronder, dan telt die als secundaire stijl en vormen ze samen een van de zestien archetypen; de afzonderlijke paren komen aan bod in het overzicht van de gecombineerde profielen.

Een vlak profiel, waarin alle vier de getallen dicht bij elkaar liggen, is geen mislukte meting. Meestal hoort het bij iemand die zich aan bijna elke situatie aanpast, alleen tegen de prijs dat de omgeving moeilijker inschat wat er te verwachten valt.

Het laagste getal is daarbij net zo bruikbaar als het hoogste. Het wijst niet op een fout die je moet repareren, eerder op situaties waarin elke stap je meer kracht kost dan wie ook in de kamer. Wie consciëntieusheid het laagst heeft, werkt niet slordig; het nakijken van details put die persoon alleen eerder uit dan de taak zelf.

En dan is er de houdbaarheid. DISC beschrijft gedrag, en dat verandert met de omgeving, dus na een jaar in een andere rol kan het resultaat er anders uitzien. Dat is geen falen van de test, het is een eigenschap van wat er gemeten wordt. Daarin verschilt het model van typologieën die op stabielere denkvoorkeuren mikken, zoals de vergelijking van DISC en de 16 persoonlijkheidstypes laat zien. De vergelijking met anderen is in beide gevallen indicatief, geen norm.

Heb je het resultaat op je scherm, doe er dan één test mee. Lees de beschrijving van je stijl hardop voor aan iemand die dagelijks met je werkt, en zeg tot het einde niets. Als die persoon precies moet lachen bij de zin die jou overdreven leek, weet je meer over jezelf dan na een tweede keer invullen.

Aanbevolen test

Probeer: DISC-persoonlijkheidstest

Ontdek meer over jezelf - de test is gratis en je resultaten zie je meteen.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Persoonlijkheid en zelfkennis