Zonder registratie

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent en welk beroep bij je past

Ontdek in 5 minuten wat voor persoonlijkheid je bent.

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Klaar in een paar minuten · 24 tests op één plek

Startpagina / Gids / Psychologie en welzijn / Imposter-syndroom bij studenten: hoor ik hier wel?
Psychologie en welzijn

Imposter-syndroom bij studenten: hoor ik hier wel?

Eerste semester en iedereen lijkt slimmer. Waarom het imposter-syndroom tijdens je studie groeit, wie er kwetsbaarder is en wat echt helpt.

Sanne zit op de zesde rij bij haar eerste hoorcollege analyse. Vooraan vraagt iemand naar een stelling waar zij nog nooit van heeft gehoord, de docent knikt dat het een goede vraag is en gaat verder. Sanne schrijft die vraag helemaal over, want ze begrijpt de helft van de woorden niet. Ze verliet de middelbare school met hoge cijfers. Twintig minuten later denkt ze voor het eerst dat er bij de toelating iets is misgegaan.

Dat gevoel heeft een naam. De psychologen Pauline Clance en Suzanne Imes beschreven in 1978 een toestand waarin iemand met aantoonbare resultaten vanbinnen gelooft zijn plek niet te verdienen en erop rekent dat het vroeg of laat uitkomt. Het is geen ziekte en geen stoornis, en in de classificaties van psychische stoornissen vind je het niet; het hele patroon wordt uitgebreider uit elkaar gehaald in de tekst over wat het imposter-syndroom is. De universiteit is een omgeving die er bijna perfect bij past.

De beste van de klas tussen de besten

Het eerste wat een studie doet, is je vergelijkingsgroep vervangen. Op de middelbare school was jij misschien degene die de stof als eerste doorhad en aan wie de rest de avond voor een toets appte. In de collegezaal zitten tweehonderd mensen die op hun school precies dat waren, en het gemiddelde schuift naar de plek waar vroeger jouw persoonlijke record lag.

De Australische psycholoog Herbert Marsh beschrijft sinds de jaren tachtig een verschijnsel dat bekendstaat als het grote vis in een kleine vijver-effect. Studenten met vergelijkbare capaciteiten denken op een academisch sterke school minder van zichzelf dan op een gemiddelde, omdat ze zich meten met wie naast hen zit en niet met de hele bevolking. De capaciteiten zijn hetzelfde gebleven. De vijver is vervangen.

Daar bereidt niemand iemand op voor, want van buitenaf ziet het eruit als een stap omhoog. Toegelaten worden tot een zware opleiding is goed nieuws en tegelijk een toegangskaartje tot een groep waarin je de helft van de tijd onder het gemiddelde zit, ook als je bij de beste procenten van het land hoort. Het verschil tussen “ik ben slechter dan ik dacht” en “ik zit tussen betere mensen” is wezenlijk, en in het eerste semester valt het bijna niet te zien.

Hoeveel studenten dat gevoel kennen, is niet precies bekend. Het overzicht van Dinah Bravata en collega's uit 2020 nam 62 studies door en verzamelde schattingen van hoe vaak het voorkomt tussen 9 en 82 procent, afhankelijk van wie werd bevraagd en waarmee werd gemeten. Een flink deel van die studies ging juist over studenten. Die spreiding lijkt een zwakte van het onderzoek en is dat ook, maar eerlijker dan welk rond getal ook.

Het vervelende aan het patroon is dat succes het niet geneest. Eerder omgekeerd. Elk gehaald tentamen, elke beurs en elke uitnodiging voor een onderzoeksgroep verhoogt wat je omgeving van je verwacht, en daarmee de hoogte waarvan je zou kunnen vallen. Wie het eerste jaar achter de rug heeft, heeft dus meer bewijs van eigen kunnen en meer angst dat het de volgende keer uitkomt.

Een cijfer zegt je bijna niets

Werk heeft een eigenschap die een studie niet heeft: daar ziet iemand doorlopend wat je doet. Een collega wacht op jouw stuk, een klant reageert of reageert niet. In het studeren ontbreken die signalen, en wat ervoor in de plaats komt, komt samengeperst in twee weken aan het eind van het blok.

Daan leverde een werkstuk in en drie weken later verscheen er in het systeem een 7 en verder niets. Geen zin over wat goed was, wat mager en of dit bovengemiddeld werk was of werk dat de opdracht toevallig goed raakte. Een cijfer is een oordeel, maar bijna geen informatie. De twijfel haalt uit die lege plek wat ze nodig heeft: die 7 betekent dat ze het doorhadden.

Bij een mondeling tentamen waar twee vragen van de veertig vallen, zet zich daarna makkelijk de verklaring vast dat je vooral raak schoot met wat je net wist. Dat je alle veertig hebt geleerd, past niet in die verklaring. Anoniem nakijken, studiepunten en scores maken van een studie een reeks uitkomsten zonder verhaal, en het verhaal schrijft iedereen er zelf bij. Dat eigen verhaal valt meestal harder uit dan de werkelijkheid.

Als thuis niemand heeft gestudeerd

Kevin Cokley onderzocht met zijn team in 2013 hoe het bedriegersgevoel zich gedraagt bij studenten uit minderheidsgroepen en achtergestelde groepen. Daaruit kwam dat het sterker samenhing met psychisch onwelbevinden dan de stress van de minderheidspositie zelf. Het gevoel er niet bij te horen woog dus zwaarder dan de omstandigheden die het opriepen.

Het duidelijkst geldt dat voor eerstegeneratiestudenten, de mensen die als eerste in hun familie gaan studeren. Het ontbreekt hun niet aan kunnen, het ontbreekt hun aan een kaart. Thuis heeft niemand hun verteld dat je naar het spreekuur ook met half werk gaat, dat je met een docent een vervangende datum kunt afspreken en dat de medestudent die zo zeker over methodologie praat, die woorden een week eerder heeft nagelezen.

De ongeschreven regels niet kennen, leest vanbinnen alleen niet als het niet kennen van regels. Het leest als bewijs dat je hier niet thuishoort. En omdat studenten het er nauwelijks over hebben, denkt iedereen dat hij als enige van het jaar in het duister tast.

Promoveren in een vakgebied dat nergens ophoudt

Bij promotieonderzoek wordt dat gevoel meestal niet kleiner, het verandert alleen van vorm. Een bachelorstudent heeft een studiehandleiding met daarin een eindige lijst van wat hij moet kennen. Een promovendus heeft een vakgebied waarvoor zo'n lijst niet bestaat: hoe meer zij leest, hoe langer de lijst wordt van wat ze nog niet gelezen heeft.

De zin “ik weet nog niet genoeg” beschrijft in de academische omgeving daarom geen mens, maar een situatie. Het is geen karaktertrek en geen soort persoonlijkheid, het is het onvermijdelijke gevolg van bewegen in een veld zonder rand. Het verschil zit alleen in wat iemand eruit meeneemt. De een leest het als de opdracht voor volgend jaar, de ander als het bewijs dat ze het niet aankan.

De verdediging perst die hele toestand daarna in negentig minuten. Je zit tegenover mensen die over jouw onderwerp meer weten, of in elk geval meer over iets wat ernaast ligt, en die ene vraag die je niet kunt beantwoorden schrijft zich in je hoofd om tot een algemeen oordeel over je geschiktheid. De bruikbaarder lezing is saaier: de commissie vraagt juist naar wat er niet in het proefschrift staat, want gaten zoeken is de omschrijving van haar werk.

Drie bronnen van twijfel en hoe ze er in een studie uitzien

Twijfel over jezelf heeft niet bij iedereen dezelfde wortel, en bij het zoeken naar wat je ermee doet, is dat handig om te weten. Ze valt uiteen in drie bronnen, die bij één mens gewoonlijk samen voorkomen en vooral in sterkte verschillen.

Bron van twijfel Hoe het er in een studie uitziet Wat erachter zit
Bedriegersgevoel In de werkgroep zwijg je, ook al weet je het antwoord. Je formuleert de vraag zo lang in je hoofd tot iemand anders hem stelt. De stille aanname dat je echte kennis kleiner is dan het van buitenaf lijkt.
Succes wegwuiven Cum laude afstuderen was een milde commissie, de lof van je begeleider is beleefdheid, een hoog cijfer is de gewone standaard. De lat gaat na elk gehaald doel omhoog, zodat succes niet toekomt aan meetellen.
Geluk en omstandigheden Bij het tentamen viel jouw onderwerp, je kwam binnen in een zwakker jaar, het scriptieonderwerp paste je gewoon. De verdienste verhuist naar buiten, zodat er vanbinnen nooit iets blijvends wordt bijgeschreven.

De zichtbaarste uiting is meestal uitstellen. Werk waarbij je hoofd wordt beoordeeld gaat moeilijker open dan werk waarbij het alleen om gemaakte uren gaat, want zolang je niet begonnen bent, kun je niet afgaan. Waarom juist een studie het uitstellen zo in de hand werkt, wordt uit elkaar gehaald in een aparte tekst over uitstelgedrag bij studenten.

De tweede uiting is precies het omgekeerde en lijkt van buitenaf een deugd. Voor een tentamen leer je drie dagen langer door dan zinvol is, want extra voorbereiding werkt als verzekering tegen ontmaskering. Haal je het dan, dan schrijf je dat toe aan de voorbereiding en niet aan jezelf, en de volgende keer doe je er nog een dag bij. Die gesloten cirkel wordt uit elkaar gehaald in de tekst over imposter-syndroom en perfectionisme.

En dan is er de stilte in de werkgroep. Wanneer heb je voor het laatst hardop een vraag gesteld waarvan je dacht dat hij dom was? De meeste mensen weten het niet meer, en het resultaat is een merkwaardige toestand van de hele groep: twintig mensen zwijgen, ieder van hen denkt dat hij als enige uit onwetendheid zwijgt, en leest de stilte van de rest als bewijs dat zij het snappen.

Wat je tijdens het semester kunt doen

De goedkoopste stap is het hardop zeggen. Clance en Imes werkten met dat gevoel in groepen juist omdat het binnen één hoofd niet te weerleggen is; zodra drie mensen het aan een tafel in de mensa achter elkaar uitspreken, verliest het een groot deel van zijn gewicht. Ontdekken dat degene die jou het zekerste van het jaar leek het ook heeft, doet meer dan tien eigen argumenten.

Het tweede is een andere maatstaf. Vergelijken met een medestudent die een andere school achter zich heeft, een andere talige achtergrond en een jaar meer praktijk in het vak, levert geen bruikbare informatie op. Bruikbaar is de vergelijking met jezelf van een jaar geleden: met wat je toen niet kon lezen, niet kon schrijven en niet eens kon vragen.

Het derde is actief opvragen wat de opleiding uit zichzelf niet levert. De vraag “wat zou ik in het volgende werkstuk precies anders moeten doen”, na het inleveren aan een docent gesteld, kost twee minuten en komt terug met informatie die in een cijfer niet zit. Twijfel voedt zich namelijk niet met kritiek, maar met leegte: waar niets concreets staat, zet het hoofd zijn eigen versie neer, algemeen en genadeloos tegelijk.

Daar passen een paar kleinigheden bij die je deze week al kunt invoeren:

  • Ga naar het spreekuur met half werk, niet met af werk. De docent ziet dan het proces en jij krijgt reactie voordat je verliefd wordt op je eigen tekst.
  • Schrijf na elk tentamen één zin op over wat je voor dat resultaat hebt gedaan. Na twee semesters ontstaat een lijst waarmee te discussiëren valt.
  • Stel je vraag in de eerste helft van de werkgroep. Hoe langer je wacht, hoe groter hij lijkt.
  • Bijles geven aan iemand uit een lager jaar is de snelste manier om het verschil te zien tussen jou van vorig jaar en jou van nu.

Wil je weten welke van de drie bronnen bij jou overheerst, dan is dat snel in beeld te brengen. De oplichterssyndroomtest heeft 21 vragen, kost een paar minuten en laat naast de totale mate van twijfel ook zien waar die vandaan komt. Het is een middel voor zelfkennis en geen diagnose, en elke vergelijking met anderen is een benadering.

De concrete aanpak verschilt daarna flink per bron. De een helpt een bovengrens aan voorbereidingstijd, de ander een compliment aannemen zonder toevoeging, en een derde het laatste succes uitschrijven in de stappen die hij er zelf voor heeft gezet. Wat waarbij werkt, wordt uit elkaar gehaald in de tekst over het imposter-syndroom overwinnen.

Sanne heeft die vraag uit het eerste college pas in haar derde jaar gesteld, omdat ze hem tot dan toe voor bewijs van eigen onwetendheid hield. De medestudent die hem destijds stelde, vertelde haar overigens dat hij het begrip de dag ervoor had gelezen in een artikel dat hij niet begreep. Hij vroeg juist om erachter te komen.

Aanbevolen test

Probeer: Oplichterssyndroomtest

Is jouw succes van jou? Totaalscore, zone en je belangrijkste bron van twijfel.

Start de test

Meer artikelen in de categorie Psychologie en welzijn

We gebruiken cookies

Noodzakelijke cookies zorgen voor inloggen en betalen. Met jouw toestemming meten we ook het bezoek, zodat we weten wat we kunnen verbeteren. Privacybeleid