Jeroen en Marieke zijn het oneens over wie hun dochter van zwemles haalt. Jeroen praat vijf minuten aan één stuk door, want er staat een afspraak in zijn agenda die niet te verzetten is. Marieke zegt midden in zijn zin “goed, ik doe het wel”, en gaat de afwas doen.
Het meningsverschil duurde drie minuten en zag er van buiten soepel uit. Allebei deden ze precies wat ze bijna elke keer doen: hij drukte door, zij week terug. Juist die herhaling is interessanter dan de ruzie over de zwemles, want ze laat zien dat ieder van ons een favoriete eerste zet heeft zodra er iets schuurt.
Geen van de vijf conflictstijlen is de verkeerde
Bij het woord conflict denken de meeste mensen aan een stem die omhoog gaat. De meeste meningsverschillen verlopen echter zachtjes. De een brengt het onderwerp niet ter sprake, de ander geeft toe voordat ze heeft gezegd wat ze denkt, een derde biedt de helft aan en daarmee is het klaar. Waar je automatisch naar grijpt, heet je conflictstijl.
Het zou prettig zijn om een ranglijst te hebben waarin samenwerken bovenaan staat en vermijden achteraan bungelt. De werkelijkheid is saaier en tegelijk bruikbaarder. Elk van de vijf stijlen werkt ergens uitstekend en richt elders schade aan, en het verschil zit niet in iemands karakter maar in de situatie waarin je die stijl loslaat.
Neem vermijden, de stijl met de slechtste reputatie. Een opmerking laten liggen die een collega op een rotdag liet vallen, is verstandig omgaan met je energie. Als in een team elke kleinigheid tot het einde werd uitgepraat, stond het werk binnen een week stil. Het probleem is nooit de stijl zelf, maar de inzet ervan waar hij niet past.
Dezelfde persoon gedraagt zich bovendien in twee rollen anders. Op haar werk voert Marieke harde onderhandelingen over deadlines en niemand zou haar meegaand noemen. Thuis grijpt ze naar een compleet andere zet, want daar gaat het niet om een levering maar om een avond die ze niet wil verpesten. Een stijl beschrijft dus gedrag in een bepaalde context, geen karakter.
Het dual-concern model: twee assen in plaats van een ranglijst
De vijf stijlen zijn niet ontstaan doordat iemand mensen observeerde en ze in hokjes verdeelde. Ze komen uit de meetkunde. Robert Blake en Jane Mouton beschreven in 1964 een managementraster waarin het gedrag van een leidinggevende via twee onafhankelijke zorgen wordt gelezen: zorg om het resultaat en zorg om de mensen. Dean Pruitt en Jeffrey Rubin werkten dat principe in 1986 rechtstreeks uit voor onderhandelingen en geschillen, en zo raakte het dual-concern model ingeburgerd.
De eerste as is assertiviteit. Die beantwoordt de vraag in hoeverre je in een conflict je eigen belang naar voren schuift, oftewel hoeveel het je uitmaakt dat de uitkomst past bij wat jij nodig hebt.
De tweede as is meegaandheid. Die meet in hoeverre je rekening houdt met het belang van de ander en met de relatie, dus hoeveel het je uitmaakt dat de ander er heelhuids uit komt.
Het cruciale punt is dat beide assen los van elkaar staan. Er is geen enkele schuifknop tussen “ik denk aan mezelf” en “ik denk aan de ander”. Je kunt op allebei tegelijk hoog zitten, wat de zwaarste positie van allemaal is, en op allebei laag, wat op rust lijkt maar vaak alleen een uitgestelde rekening is. Daarom komen er vijf stijlen uit en niet twee.
Het is ook de moeite waard om te noemen wat de assen niet betekenen. Assertiviteit staat hier niet gelijk aan volume of agressie, want je kunt je belang volkomen rustig naar voren brengen en toch hoog op die as zitten. En meegaandheid is niet hetzelfde als toegeven: je kunt heel meegaand zijn en tegelijk stevig bij je eigen punt blijven, en dat is precies de positie van samenwerken.
De vijf conflictstijlen op een rij
De tabel zet de vijf stijlen naast elkaar. Probeer je bij elke regel de laatste situatie voor de geest te halen waarin je precies dat deed.
| Stijl | Wat hij doet | De zin van binnen | Wanneer hij werkt | Wanneer hij schaadt |
|---|---|---|---|---|
| Doordrukken | Zet de eigen oplossing door en houdt de positie vast tot de ander wijkt | “Ik heb gelijk en nu terugkrabbelen slaat nergens op.” | Crisis, snelle beslissingen, impopulaire dingen waar niet over te stemmen valt | Alledaagse meningsverschillen waarna de ander liever niets meer zegt |
| Samenwerken | Legt de belangen van beide kanten open en zoekt een variant die allebei dekt | “Er moet een oplossing zijn waar we allebei tevreden uit komen.” | Dingen die op lange termijn zwaar wegen, met genoeg tijd en vertrouwen | Kleinigheden, vermoeidheid, deadlinedruk |
| Compromis | Deelt het verschil: ieder wint iets en ieder laat iets los | “We komen elkaar halverwege tegemoet.” | Gelijkwaardige partijen en behoefte aan een snelle afspraak waarmee te leven valt | Situaties waarin je bij de echte oorzaak van het conflict moet komen |
| Vermijden | Brengt het onderwerp niet ter sprake, of schuift het voor onbepaalde tijd door | “Dit is nu even niet het moment.” | Kleine prikkels, hooglopende emoties, ontbrekende informatie | Dingen die terugkomen en niet vanzelf verdwijnen |
| Toegeven | Wijkt ten gunste van de ander en zet het eigen belang opzij | “Voor jou telt dit zwaarder dan voor mij.” | Als je ongelijk hebt, of als de relatie meer waard is dan dat ene punt | Als terugtrekken de standaardinstelling wordt |
Achter elke regel schuilt een andere coördinaat op de kaart. Doordrukken zit hoog op assertiviteit en laag op meegaandheid, toegeven is er het exacte spiegelbeeld van. Vermijden zit laag op allebei de assen, samenwerken hoog op allebei, en het compromis ligt ongeveer in het midden van alles.
Die coördinaten zijn geen spielerei. Ze verklaren namelijk waarom adviezen over conflicten zo vaak tegenstrijdig klinken. De aanbeveling “wees assertiever” mikt op de ene as, de aanbeveling “luister beter naar de ander” op de andere, en wie ze allebei tegelijk en zonder context krijgt, belandt meestal bij het compromis, ook waar iets anders hem beter had geholpen.
Wat elke stijl kan en waar hij het begeeft
Doordrukken
Doordrukken heeft de slechtste reputatie en het duidelijkste nut. Als een deadline in brand staat, als er over veiligheid wordt beslist of als iemand vanuit zijn verantwoordelijkheid een vervelend nee moet uitspreken, is vasthouden aan je positie de snelste weg naar een uitkomst. Mensen met deze stijl zijn meestal goed te lezen. Je weet waar je met ze aan toe bent.
De rekening komt ergens anders. Zodra doordrukken ook opduikt bij het kiezen van een restaurant, leert de ander stap voor stap dat praten geen zin heeft en stopt met bezwaren maken. De discussie oogt dan rustig, ze is alleen verhuisd. Het helpt enorm om te zien waar het inhoudelijke meningsverschil ophoudt en het altijd gelijk willen hebben begint, want in het vuur van een debat lopen die twee makkelijk door elkaar.
Samenwerken
Samenwerken is de enige stijl die probeert te achterhalen waarom de ander wil wat hij wil. Het verschil tussen standpunt en belang is hier de hele kern: twee mensen ruziën om één sinaasappel, de een heeft het sap nodig en de ander de schil voor een taart, en zolang ze het niet vragen halveren ze de vrucht voor niets.
Onderzoek wijst erop dat samenwerken op de lange duur samengaat met tevredener relaties, alleen kost juist deze stijl de meeste tijd en energie. En daar zit de adder onder het gras: hem op alles loslaten is een fout op zich. Wie een uur lang debatteert over wie het vuilnis buiten zet, doet geen extra relatiewerk, maar verbruikt alleen de voorraad geduld die hij bij iets groters nodig heeft.
Compromis
Het compromis is de snelste manier om zonder verliezers uit een meningsverschil te stappen. Het werkt uitstekend waar het om hoeveelheden, tijd of geld gaat, dus om dingen die je kunt delen. Het doet het ook goed als terugvaloptie, wanneer samenwerken niet is gelukt en er toch beslist moet worden.
De zwakte komt boven waar niets te delen valt. Een halve oplossing kan slechter zijn dan elk van de oorspronkelijke varianten, omdat ze geen van beide behoeften fatsoenlijk dekt. Bij langlopende relaties komt het risico erbij dat het delen een ritueel wordt en niemand nog naar de redenen vraagt. Waar precies de grens loopt tussen een eerlijke afspraak en chronisch het verschil delen, behandelt de tekst over compromissen in je relatie.
Vermijden
Vermijden is vaker verstandig dan erover wordt gezegd. Een gesprek uitstellen tot de emoties zijn gezakt, is een tactiek en geen lafheid. Net zomin heeft het zin een onderwerp aan te snijden waarover je informatie mist, of ruzie te maken met iemand die je één keer per jaar ziet.
Het probleem begint op het moment dat het uitstel een blijvende toestand wordt. Wat niet gezegd wordt lost namelijk niet op, het verandert alleen van vorm: van een concreet meningsverschil over de taakverdeling wordt na een half jaar het vage gevoel dat hier al langer iets niet klopt. De signalen waaraan je merkt dat conflictvermijding van tactiek in gewoonte is veranderd, verdienen een apart verhaal.
Toegeven
Toegeven is de stijl die in een paar situaties alle andere verslaat. Als je ongelijk hebt, is terugtreden de goedkoopste route die er is. Als het de ander duidelijk meer waard is, is terugtreden een blijk van ruimhartigheid, en mensen onthouden dat.
Het risico zit niet in één keer toegeven, maar in de automatische piloot. Wie altijd wijkt, wordt onleesbaar voor zijn omgeving, want anderen kunnen niet meer zien wat voor hem eigenlijk belangrijk is. Daar komt een stille boekhouding van gekwetstheden bij, die ooit openbarst bij iets volstrekt onbenulligs. De grens tussen vriendelijkheid en pleasegedrag loopt niet langs hoe vaak je toegeeft, maar langs de vraag of het een keuze is of een reflex.
Smal repertoire of soepel repertoire
De vijf stijlen vormen geen typologie. Het is een repertoire aan gedrag, een set zetten die iemand tot zijn beschikking heeft en waartussen hij per situatie schakelt. Niemand is “een doordrukkerstype” in dezelfde zin waarin iemand blauwe ogen heeft. In een conflict met je leidinggevende, met je partner en met een verkoper springt er waarschijnlijk elke keer een andere stijl aan.
Een smal repertoire betekent dat één stijl ver voorop loopt en de rest zich nauwelijks laat horen. Dat heeft voordelen. Je omgeving weet wat ze kan verwachten en beslissingen gaan snel. Het nadeel is even simpel: conflicten komen in verschillende formaten, en wie één gereedschap heeft, gebruikt het ook waar het totaal niet past.
Wanneer greep je voor het laatst in een conflict naar een stijl die niet je gebruikelijke is? Als je het je niet herinnert, hoeft dat niets ergs te betekenen. Vaak betekent het alleen dat je hoofdstijl tot nu toe goed uitpakte en er geen reden was om iets anders te zoeken.
Een paar dingen waaraan je een smal repertoire herkent:
- je weet al hoe het gesprek afloopt voordat het begonnen is
- de uitkomst valt verdacht vergelijkbaar uit bij verschillende mensen en verschillende onderwerpen
- je hebt van meerdere kanten dezelfde feedback gehoord over hoe je je gedraagt bij onenigheid
- er komt maar één mogelijke reactie in je op, andere varianten dienen zich niet aan
Het goede nieuws is dat soepelheid bij de vaardigheden hoort en niet bij de eigenschappen. Je traint haar precies zoals te verwachten viel: door bewust een andere zet te kiezen in een situatie met weinig op het spel. Doe bij het eerstvolgende kleine meningsverschil het tegenovergestelde van wat je normaal zou doen en kijk wat er gebeurt. Meestal gebeurt er niets dramatisch, wat op zichzelf al nuttig is om te weten.
Zo kom je erachter welke stijl van jou is
Er dienen zich twee wegen aan en samen werken ze het best. De eerste is observeren. Noteer twee weken lang na elk meningsverschil één zin over wat je als eerste deed: drukte je door, gaf je toe, schoof je het onderwerp door, bood je de helft aan, of vroeg je naar de redenen van de ander?
Zet bij die zin ook hoeveel er op het spel stond en in welke bui je het gesprek in ging. Je reageert anders als het om geld gaat dan wanneer het gaat om wie vorige week gelijk had. Zonder die laag lees je uit twee weken aantekeningen alleen een gemiddelde dat op geen enkele concrete situatie past.
De tweede weg is een gestructureerde blik van buiten, want het eigen gedrag in een conflict leggen we milder uit dan het eruitzag. De meeste mensen omschrijven zichzelf als eerlijk en rustig, ook als hun omgeving dat anders ziet. Daarvoor is onze conflictstijlentest er: 30 vragen, ongeveer vier minuten, en als uitkomst een primaire en een secundaire stijl plus je positie op de kaart van assertiviteit en meegaandheid.
Neem het resultaat als zelfkennis en als indicatieve vergelijking, niet als etiket en al helemaal niet als diagnose. Het nuttige zit niet in de naam van de stijl, maar in dat tweede stuk informatie: hoe breed je repertoire is en welke zet er in je voorraad praktisch ontbreekt.
Als er in een conflict twee stijlen samenkomen
Terug naar Jeroen en Marieke. Zijn doordrukken en haar toegeven grijpen zo soepel in elkaar dat hun conflicten minuten duren en van buiten op uitzonderlijke eensgezindheid lijken. De rekening komt met vertraging, in de vorm van onderwerpen die nooit besproken zijn en van Mariekes groeiende lijst met dingen waar Jeroen geen weet van heeft.
Andere combinaties zien er totaal anders uit. Twee doordrukkers maken luid en snel ruzie en worden het vaak net zo snel eens. Twee vermijders wonen jarenlang samen in een prettige stilte waarin zich een opmerkelijke hoeveelheid ongezegde dingen ophoopt. Hoe de afzonderlijke koppels zich in de praktijk gedragen, behandelt het overzicht van conflictstijlen in je relatie.
Het verschil tussen een stel dat elkaar begrijpt en een stel dat elkaar misloopt, zit dus niet in dezelfde stijlen hebben. Het zit in het vermogen te benoemen wat er op dat moment gebeurt. Jeroen kan leren het moment te herkennen waarop Marieke “goed” zegt en iets anders bedoelt, wat ongeveer drie seconden kost en twee dagen stilte scheelt.

Česky
Slovensky
English
Polski
Deutsch
Español
Magyar
Italiano
Português
Nederlands